Rechtsstaat
Paragraaf 1 t/m 4
Paragraaf 1
In een rechtsstaat staan je rechten en plichten in de wet.
→ een rechtssysteem waarin burgers door grondrechten worden beschermd tegen
machtsmisbruik en willekeur.
Je hebt geschreven en ongeschreven regels:
Geschreven regels→ bijv. verbod op diefstal. (Regels die in de wet staan)
Ongeschreven regels→ bijv. dat je treinreizigers eerst laat uitstappen voordat je zelf instapt.
(Regels die niet in de wet staan)
Regels of normen komen vaak voort uit gewoonten, tradities, geloof en sluiten vaak aan bij
waarden en normen.
Rechtsnormen: gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgelegd.
→ het totaal van alle wettelijk vastgestelde regels, regels noemen we “het recht”
Aan de hand van rechtsnormen houden we het maatschappelijke leven geordend. we fietsen
bijvoorbeeld aan de rechterkant van de weg en stoppen voor een rood stoplicht.
Publiekrecht: regelt de relatie tussen de burgers en overheid→ strafrecht.
Privaatrecht/burgerlijk recht: regelt hoe burgers onderling met elkaar omgaan (ook verenigingen
of bedrijven) → gaat om rechten en plichten.
Rechtvaardigheid: de opvattingen die wij als burgers hebben over goed en kwaad.
Als een recht niet meer past bij de rechtvaardigheid van de burgers zeggen we dat het recht in
beweging is. → bijvoorbeeld het homohuwelijk.
Rechtshandhaving→ de staat moet ervoor zorgen dat we ons aan de wet houden (veiligheid)
De overheid mag als enige geweld gebruiken, dit heet geweldsmonopolie.
Rechtsbescherming→ wetten die beschermen tegen machtsmisbruik van de overheid (privacy)
Autoritaire staat: 1 machthebber, een kleine groep mensen bepalen alle regels.
→ dit vind je bij dictaturen als Noord-Korea, Saudi-Arabië en in landen als Turkije, polen &
Rusland.