18 vragen + antwoorden
, 1. Tot welk niveau behoort de instructie van de leraar?
a. Micro
b. Meso
c. Macro
d. Exo
2. Welke bias is het afstemmen van een verklaring op wat er is gebeurd?
a. Pattermicity bias
b. Confirmation bias
c. Hindsight bias
3. Welk paradigma draait om actieve kennisverwerking?
a. Constructivisme
b. Cognitivisme
c. Behaviorisme
4. Wat is niet waar over discovery learning?
a. Het kind is actief bezig met de stof
b. Het zorgt voor hogere motivatie
c. Kinderen hebben een te beperkte cognitieve capaciteit hiervoor
d. Zwakke leerlingen maken hierdoor een inhaalslag
5. In welk geheugen wordt een feit opgeslagen (zo specifiek mogelijk)?
a. Declaratief geheugen
b. Semantische geheugen
c. Episodische geheugen
d. Procedurele geheugen
6. Wat is geen weerlegging van ‘we gebruiken 10% van onze hersenen’?
a. Hersenschade zou over het algemeen veel effect
b. Hersenen zouden kleiner zijn geworden
c. Ongebruikte cellen sterven af
d. Hersenscans tonen in gehele hersenen activiteit
7. Wat is geen mythe?
a. De linker hersenhelft is analytisch In de rechter creatief
b. Het brein kan in slaap ook geconditioneerd worden
c. Je leert het meest van informeel leren
d. Onder druk denken Mensen het helderst