Aardrijkskunde Leefomgeving 6VWO
Samenvatting H1 en H2
1.1
Overstroombewustzijn in laaggelegen gebieden is laag (gevaar door: zeespiegelstijging,
bodemdaling).
Dijkkring; gebied dat wordt beschermd door hoge gronden of primaire waterkering (duin,
dijk, dam enz).
- Beheer van waterkeringen in hand van waterschappen (beheer/bescherming/onderhoudt
dijken/duinen).
Risico overstroming; kans dat het plaatsvindt + gevolgen bij plaatsvinding.
Klimaatveranderingsmelten ijskappenzeespiegelstijging (hangt af van; windrichting en
wereldwijde temperatuurstijging).
- Neerslagregiem zal veranderen; verdeling van hoeveelheid neerslag over bepaalde periode
(zomers droger, winters natter).
Voor het In stand blijven kust zijn er voorwaarden;
-zeebodem moet flauw aflopen
-stroming moet voldoende zand aanvoeren
-getijdenverschil niet te groot
-geen zware stormen
-geen snelle zeespiegelstijging
Na Watersnoodramp oprichting Deltawet; gericht op de uitvoering van de Deltawerken.
- Geen volledige afsluiting van zeearmen vanwege vervuiling en biodiversiteit.
- Deltafonds; geld voor aanvullende werkzaamheden (geldreservering in rijksbegroting voor
waterveiligheid).
1.2
Door wind aanleg duinen.
Oude duinen; liggen onder Den Haag bijv, nieuwe liggen aan zee.
Soorten kust;
-wadden; buitendijkse gronden die droog liggen tijdens eb
-gesloten duinkust; bestaat uit duinen
-estuariumkust; bestaande uit zeearmen en voormalige eilanden (zout en zoet water
mengen). Getijde verschil landinwaarts steeds groter door vernauwende riviermonding.
-Zachte kust; duinen, wadden, stranden, zandplaten, kwelders en schorren (begroeiing aan
zee).
-Harde kust; door mens gebouwd/versterkt; dijken, oevers.
Kustprocessen zorgen voor opbouw en afbraak van de kust (door: wind en water).
Wind zorgt voor: golven, zeestromingen, opstuwing water en sedimentatie.
Zand wordt verplaats door golven: zanddrift.
, Door eb en vloed; getijdestroming. Maximale waterhoogte: hoogtij, minimale waterhoogte:
laagtij. Komt door aantrekkingskracht maan.
Springtij; aantrekkingskracht van maan en zon vallen samen, waardoor het verschil tussen de
hoogste en laagste waterstand erg maximaal is.
Doodtij; verschil tussen hoog- en laagstand minimaal (aantrekkingskracht zon en maan haaks
op elkaar).
Vloedstroom sneller dan ebstroom, dus sediment kan zakken naar de bodem tijdens
langzame ebstroom.
Hoe breder de kust hoe minder groot het getijdenverschil.
Zeestromingen; Noord-Atlantische drift kom deels via Mexico langs Nederland vanuit het
zuidoosten.
- Door getij, wind en driftstroom bewegen de Waddeneilanden naar oosten.
- Door absentie overstromingen geen sedimentatie en geen landverhoging binnenlands.
- Door ontwatering achter de dijken zakt de grond.
1.3
In jaren 80: dynamische handhaving; kustbescherming waarbij kust mag bewegen binnen
bepaalde grenzen natuur meer vrijspel.
- Probleem; veel zandverlies op plekken oplossing;
- Zandsuppleties: kunstmatig aanbrengen van zand om kusterosie te voorkomen.
- Vooroeversuppleties voor zandverlies onderwater aan de kust.
- Zandmotor; stuk zand aangelegd aan het strand; door wind en water verspreidt het zand
zich over de hele kust: natuurlijke strandverbreding.
Slufter; duinvallei waar bij hoogwater, zeewater naar binnen stroomt zo krijgt het
duingebied een verse aanvoer aan zand (meegenomen door de zee).
- De Kerf (Noord Holland); zeereep (rij duinen die direct grenst aan zee en het water
tegenhoudt) in duingebied met slufter (stroomt niet meer vol door zandsedimentatie aan het
begin).
Ecologische en economische processen in conflict aan de kust:
- Door kustbebouwing veranderd zachte kust in harde kust en is dus niet meer dynamisch,
maar star (bolwerkvorming).
- Maatregel tegen bolwerkvorming: alleen bebouwing toegestaan aaneengesloten aan
bebouwing.
- Alle maatregelen; Nationaal Waterplan (uitwerking Deltaprogramma (opgesteld door 2e
Deltacommissie), gericht op duurzame veiligheid en zoetwatervoorziening)leidt tot
integraal waterbeleid (waterveiligheid en watervoorziening verschillende hoeken en
schalen).
- Uitvoering verzekerd door vastgelegde wetten in Deltawet waterveiligheid en
zoetwatervoorziening (2011).
2.1
Stroomgebied; heel gebied waar het gevallen water stroomt naar bepaalde rivier en zijn
zijrivieren. (elke rivier heeft dus een eigen stroomgebied).
Waterscheiding; grens tussen twee stroomgebieden.
Stroomstelsel; hoofdstroom, zijrivieren en zijtakken van een rivier.
Lengteprofiel; verloop van waterspiegel in lengterichting van rivier.
Samenvatting H1 en H2
1.1
Overstroombewustzijn in laaggelegen gebieden is laag (gevaar door: zeespiegelstijging,
bodemdaling).
Dijkkring; gebied dat wordt beschermd door hoge gronden of primaire waterkering (duin,
dijk, dam enz).
- Beheer van waterkeringen in hand van waterschappen (beheer/bescherming/onderhoudt
dijken/duinen).
Risico overstroming; kans dat het plaatsvindt + gevolgen bij plaatsvinding.
Klimaatveranderingsmelten ijskappenzeespiegelstijging (hangt af van; windrichting en
wereldwijde temperatuurstijging).
- Neerslagregiem zal veranderen; verdeling van hoeveelheid neerslag over bepaalde periode
(zomers droger, winters natter).
Voor het In stand blijven kust zijn er voorwaarden;
-zeebodem moet flauw aflopen
-stroming moet voldoende zand aanvoeren
-getijdenverschil niet te groot
-geen zware stormen
-geen snelle zeespiegelstijging
Na Watersnoodramp oprichting Deltawet; gericht op de uitvoering van de Deltawerken.
- Geen volledige afsluiting van zeearmen vanwege vervuiling en biodiversiteit.
- Deltafonds; geld voor aanvullende werkzaamheden (geldreservering in rijksbegroting voor
waterveiligheid).
1.2
Door wind aanleg duinen.
Oude duinen; liggen onder Den Haag bijv, nieuwe liggen aan zee.
Soorten kust;
-wadden; buitendijkse gronden die droog liggen tijdens eb
-gesloten duinkust; bestaat uit duinen
-estuariumkust; bestaande uit zeearmen en voormalige eilanden (zout en zoet water
mengen). Getijde verschil landinwaarts steeds groter door vernauwende riviermonding.
-Zachte kust; duinen, wadden, stranden, zandplaten, kwelders en schorren (begroeiing aan
zee).
-Harde kust; door mens gebouwd/versterkt; dijken, oevers.
Kustprocessen zorgen voor opbouw en afbraak van de kust (door: wind en water).
Wind zorgt voor: golven, zeestromingen, opstuwing water en sedimentatie.
Zand wordt verplaats door golven: zanddrift.
, Door eb en vloed; getijdestroming. Maximale waterhoogte: hoogtij, minimale waterhoogte:
laagtij. Komt door aantrekkingskracht maan.
Springtij; aantrekkingskracht van maan en zon vallen samen, waardoor het verschil tussen de
hoogste en laagste waterstand erg maximaal is.
Doodtij; verschil tussen hoog- en laagstand minimaal (aantrekkingskracht zon en maan haaks
op elkaar).
Vloedstroom sneller dan ebstroom, dus sediment kan zakken naar de bodem tijdens
langzame ebstroom.
Hoe breder de kust hoe minder groot het getijdenverschil.
Zeestromingen; Noord-Atlantische drift kom deels via Mexico langs Nederland vanuit het
zuidoosten.
- Door getij, wind en driftstroom bewegen de Waddeneilanden naar oosten.
- Door absentie overstromingen geen sedimentatie en geen landverhoging binnenlands.
- Door ontwatering achter de dijken zakt de grond.
1.3
In jaren 80: dynamische handhaving; kustbescherming waarbij kust mag bewegen binnen
bepaalde grenzen natuur meer vrijspel.
- Probleem; veel zandverlies op plekken oplossing;
- Zandsuppleties: kunstmatig aanbrengen van zand om kusterosie te voorkomen.
- Vooroeversuppleties voor zandverlies onderwater aan de kust.
- Zandmotor; stuk zand aangelegd aan het strand; door wind en water verspreidt het zand
zich over de hele kust: natuurlijke strandverbreding.
Slufter; duinvallei waar bij hoogwater, zeewater naar binnen stroomt zo krijgt het
duingebied een verse aanvoer aan zand (meegenomen door de zee).
- De Kerf (Noord Holland); zeereep (rij duinen die direct grenst aan zee en het water
tegenhoudt) in duingebied met slufter (stroomt niet meer vol door zandsedimentatie aan het
begin).
Ecologische en economische processen in conflict aan de kust:
- Door kustbebouwing veranderd zachte kust in harde kust en is dus niet meer dynamisch,
maar star (bolwerkvorming).
- Maatregel tegen bolwerkvorming: alleen bebouwing toegestaan aaneengesloten aan
bebouwing.
- Alle maatregelen; Nationaal Waterplan (uitwerking Deltaprogramma (opgesteld door 2e
Deltacommissie), gericht op duurzame veiligheid en zoetwatervoorziening)leidt tot
integraal waterbeleid (waterveiligheid en watervoorziening verschillende hoeken en
schalen).
- Uitvoering verzekerd door vastgelegde wetten in Deltawet waterveiligheid en
zoetwatervoorziening (2011).
2.1
Stroomgebied; heel gebied waar het gevallen water stroomt naar bepaalde rivier en zijn
zijrivieren. (elke rivier heeft dus een eigen stroomgebied).
Waterscheiding; grens tussen twee stroomgebieden.
Stroomstelsel; hoofdstroom, zijrivieren en zijtakken van een rivier.
Lengteprofiel; verloop van waterspiegel in lengterichting van rivier.