DT4.3-SWGHZBK-16 Toets 1 Medische kennis
Medische kennis & Psychopathologie Didden, Troost,
Moonen en
Groen e.a.
Toetstof toets
1
ADHD Hoofdstuk 6
Gedragsstoornissen Hoofdstuk 7
Autismestoornissen Hoofdstuk 8
Angst- en stemmingsstoornissen Hoofdstuk 9
Gehechtheidsstoornissen Hoofdstuk 10
Psychotische stoornissen Hoofdstuk 11
Seksuele stoornissen Hoofdstuk 14
Persoonlijkheidsstoornissen Hoofdstuk 15
Toets 4.3.1. Medische kennis Studievragen Didden
ADHD Leerstof Hoofdstuk 6 Studievragen
Verhoogde mate ADHD is veelal ondergediagnosticeerd of onvoldoende adequaat behandeld
van binnen de doelgroep LVB; waardoor komt dit?
onoplettendheid Er zijn 6 criteria waar aan voldan moet worden voordat ADHD gediagnosticeerd
en hyperactiviteit wordt.
en/of
impulsiviteit. Om tot ADHD diagnose te komen bij LVB, wat is dan anders ivt cliënten met
‘gemiddeld’ IQ?
De symtomen moeten ernstiger zijn.
Wat zie je vaker qua ADHD-profiel bij LVB?
Meer lichamelijke onrust, aandacht- en concentratieproblemen en impulsiviteit
dan verwacht op basis van de cognitieve ontwikkelingsleeftijd.
Wat is kenmerkend voor meisjes met ADHD?
Meer depri en angstig.
, Stelling: Stel dat iemand zegt : “ADHD veroorzaakt lager IQ.?” Zit hier enige
waarheid in?
Comorbiditeit: welke type stoornis komt vooral naast ADHD voor?
Oppositionele opstandige Stoornis (ODD)
Bij welke syndromen zie je meer ADHD?
Fragiele X- syndroom, het williamssyndroom en het angelmanssyndroom.
LVB en executieve functies: welke aspecten van executieve functies zijn vooral
vertraagd?
Visueel ruimtelijk en verbale werkgeheugen.
Stelling: “ADHDérs reageren op beloning minder sterk. Waar of niet waar?
Op latere leeftijd zie je meer problemen bij clienten met ADHD; waardoor komt
dit?
Hogere kans op gedrags- en emotionele problemen – meer externaliseren of
internaliseren.
Welke medicatiebijwerkingen zijn bekend bij ADHD?
Van metylfenidaat – toename motorische onrust, verhoogde angst en toename
prikkelbaarheid.
Welke problemen als gevolg van ADHD kun je meestal succesvol verbeteren dmv
training?
Cognitieve training
Gedragsstoorniss Hoofdstuk 7 Studievragen
en
Kun je de definitie van ODD en CD benoemen volgens de DSM-5?
Patroon van prikkelbare stemming, ongehoorzaam of ontevreden gedrag,
minstens 6 maanden, met minstens 4 symptomen, vertoond in interactie met
persoon dat geen broer/zus is.
Wat zijn voor- en nadelen van het vaststellen van een gedragsstoornis volgens de
DSM5?
Vaak volgens normscores, mag al geclassificeert worden bij 1 setting.
Wat zijn voor- en nadelen van het vaststellen van een gedragsstoornis volgens
een dimensionele benadering?
Risico op onder of over diagnostiek.
Nieuw onderzoek naar de groep kinderen met ODD laat zien dat er eigenlijk twee
(sub)groepen zijn, welke zijn dat?