● Bestanddelen: onderdelen waaraan in een delictsomschrijving moet worden
voldaan wil je vervolgd worden (bestanddelen moeten bewezen worden)
● Omissiedelict: je laat iets na (bijv. iemand die verdrinkt als je erbij staat)
● Commissiedelict: het gaat om het handelen en doen
● Wederrechtelijk: in strijd met het recht
● Elementen staan niet in de delictsomschrijving, maar moeten wel bewezen worden
● Woorden die in de delictsomschrijving staan, zijn bestanddelen
● Wederrechtelijk:
1. Zonder toestemming van de rechthebbenden
2. In strijd met het recht
● Bij een rechtvaardigheidsgrond valt het element wederrechtelijkheid weg
● Bij een schulduitsluitingsgrond valt de schuldaansprakelijkheid weg
● Bij materiële delicten gaat het om het gevolg (bijv. dat iemand dood is)
● Bij een formeel delict gaat het om de handeling
,Hoofdstuk 1
● Strafbaar feit: een menselijke gedraging die valt binnen een delictsomschrijving, en
die wederrechtelijk en aan schuld te wijten is (art. 27 Sv)
● Iemand kan als verdachte worden aangemerkt als er een redelijk vermoeden van
schuld is dat deze persoon een strafbaar feit heeft gepleegd.
● 4 Voorwaarden voor een strafbaar feit:
1. Het gaat om een menselijke gedraging
-Een gewilde spierbeweging
-Het nalaten van iets (je had kunnen helpen maar dat heb je niet gedaan)
-Ook rechtspersonen kunnen een strafbaar feit plegen (dit noem je
functioneel daderschap)
2. De gedraging valt binnen een delictsomschrijving
-De wet moet geïnterpreteerd worden, er moet een juridisch etiket geplakt
worden op het menselijke gedrag. Als de menselijke gedraging niet onder een
delictsomschrijving is te brengen, is er nooit sprake van een strafbaar feit.
3. De gedraging is wederrechtelijk
-De gedraging is in strijd met het recht
4. De gedraging is aan schuld te wijten
-De verdachte moet een verwijt kunnen worden gemaakt (de gedraging moet
hem kunnen worden toegerekend) . Er is sprake van verwijtbaarheid als er
verdachte anders had kunnen handelen
● Delictsomschrijving: Hierin schrijft de wetgever op welke gedragingen strafbaar zijn
● Legaliteitsbeginsel: Een feit is pas strafbaar als er voorafgaand aan de gedraging
een wettelijke strafbepaling is geformuleerd.
● Wederrechtelijk: in strijd met het recht
● Een succesvol beroep op een rechtvaardigheidsgrond zorgt ervoor dat de
verdachte niet wederrechtelijk heeft gehandeld.
● Een succesvol beroep op een schulduitsluitingsgrond zorgt ervoor dat de
verdachte geen schuld heeft, en dus geen strafbaar feit heeft gepleegd.
● Bestanddelen: onderdelen waaruit de delictsomschrijving bestaat. Bestanddelen
staan altijd in een tenlastelegging opgenomen en moeten door de rechter bewezen
worden verklaard.
● Elementen: ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen straffen
● Misdrijven: Boek 2 WvSr
● Overtredingen: Boek 3 WvSr
● Op misdrijven staat altijd een gevangenisstraf
● Overtredingen behoren tot de bevoegdheid van de kantonrechter
● Formele delicten: delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen. (het gaat om
de handeling/de activiteit en niet om het gevolg)
● Materiële delicten: Het gevolg is strafbaar. Bijvoorbeeld doodslag
● Commissiedelicten: delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen (bijv.
mishandeling of diefstal)
, ● Omissiedelicten: delicten die een bepaald nalaten strafbaar stellen (bijv. iemand
laten verdrinken als je erbij staat en had kunnen helpen)
● Gronddelict: een bepaalde gedraging is strafbaar gesteld (eigenlijk een soort
nulpunt)
● Gekwalificeerd delict: een delict dat ernstiger is dan het gronddelict, er is vaak een
extra bestanddeel toegevoegd en kent ook een zwaardere strafbedreiging
● Geprivilegieerd delict: ten opzichte van het gronddelict is dit een lichtere variant
van met een lagere strafbedreiging (bijvoorbeeld kinderdoodslag)