verdwijnen alveolaire wanden en daardoor een onomkeerbare vergroting luchtruimte voorbij de
respiratoire bronchiolen, samen met chronische bronchitis = COPD, obstructieve longziekte.
- centri-acinair, alleen respiratoire bronchiolen (meest voorkomend)
- pan-acinair, vanaf de respiratoire bronchiolen
- paraseptaal, distale delen aangedaan (fibrose, littekenweefselvorming en atelectase)
- onregelmatig, vorming van littekenweefsel (weinig klachten)
epidemiologie: 50-75 leeftijd
etiologie:
- toxische deeltjes (sigarettenrook bv.)
- genetica, defect in antiprotease ⲁ1- antitrypsine (1%), bij niet rokers met emfyseem!
pathofysiologie:
giftige deeltjes (sigarettenrook) veroorzaken een ontstekingsreactie, gepaard met schade aan het
longparenchym (emfyseem). epitheelcellen en macrofagen scheiden ontstekingsmediatoren, waardoor
immuuncellen rekruteren. immuuncellen scheiden proteasen/oxidanten uit, zorgen voor de afbraak
van eiwitten. er ontstaat een disbalans in antiprotease en protease. daarnaast hyperplasie van
slijmbekercellen en hypertrofie van glad spierweefsel in bronchiolen → vernauwing.
symptomen:
- kortademigheid (dyspneu)
- piepende ademhaling + hoesten
- gewichtsverlies
- vergroting borstkas door hyperinflatie
- afgenomen harttonen → hyperinflatie
behandeling:
- STOPPEN met roken
- O2-therapie
- bronchodilatoren (LABA en LAMA)
- corticosteroïden
- fysiotherapie
,Bronchitis
Acute bronchitis
ontsteking v/d bronchiën, primair veroorzaakt door een virus en secundair vaak door bacterie, < 3
weken hoesten, opgeven purulent slijm (etterig) en bij auscultatie ronchi hoorbaar, obstructief.
symptomen:
- benauwdheid
- koorts
- thoracale pijn
Chronische bronchitis
aanhoudende hoest met slijmproductie gedurende 3 maanden in twee opeenvolgende jaren, er mag
geen andere oorzaak voor hoesten aanwezig zijn (uitsluiten), obstructieve longziekte.
etiologie: toxische deeltjes (sigarettenrook bv.)
epidemiologie: 40-45 leeftijd
pathofysiologie:
bronchitis leidt tot acute of chronische ontsteking van de bronchiën, hierbij krijg je hypersecretie van
slijm (hypertrofie van submucosale klieren, later toename in aantal slijmbekercellen), dit samen met
fibrose veroorzaakt een verhoogde luchtwegweerstand. cilia aangedaan, waardoor het slijm minder
efficiënt terug naar de pharynx kan worden getransporteerd.
symptomen:
- cyanose
- hypoxemie en hypercapnie
- crepitaties en piepende ademhaling, verlengd expirium
overzicht tussen emfyseem en chronische bronchitis, komt vaak samen voor (COPD):
, Bronchiëctasieën
vernietiging van glad spierweefsel en elastisch weefsel door chronische necrotiserende infecties, wat
leidt tot permanente verwijding van de bronchiën en bronchiolen, obstructieve longziekte.
etiologie:
- erfelijke of aangeboren aandoeningen (CF)
- infecties (necrotiserende pneumonie)
- obstructie bronchiën (corpus alienum, tumor of
slijmprop)
- RA, SLE of COPD
- na longtransplantatie
- idiopathisch (25-50%)
pathofysiologie:
door een obstructie in de longwegen ontstaat distaal
slijmophoping, hierdoor krijg je secundaire
infectie/ontsteking, dit leidt tot fibrose, necrose en
uiteindelijk verwijding luchtwegen.
symptomen:
- productieve hoest
- sputum (groen, geel → ontsteking)
- episodisch, ergst in de ochtend
- erger stadium:
- halitose (slechte adem)
- koortsaanvallen
- malaise of pneumonie
- khaki slijm (bruin)
- clubbing
behandeling: niet reversibel
- drainage v/d longen
- antibiotica of lichte vorm
chemotherapie
- inhalatie/orale intake steroïden