Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht, ISBN: 9789013140804 Wetgeving

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
23
Geüpload op
14-01-2023
Geschreven in
2021/2022

Een samenvatting van het boek 'Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht'

Voorbeeld van de inhoud

GRONDTREKKEN VAN HET NEDERLANDSE STRAFRECHT
HOOFDSTUK 1

INLEIDING
Strafrecht houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd. Het civiele/burgerlijke recht
regelt de verhouding tussen burgers onderling. Bijvoorbeeld de verhouding tussen burgers als zij een overeenkomst met elkaar
afsluiten. Dit is GEEN zaak van de overheid. Een strafbaar feit wel.

Staat
|
Strafrecht
|
Burger --- Civiel recht --- Burger


Algemene wet bestuursrecht (Awb): Algemene regels op het gebied van het bestuursrecht.

 Burger met civielrechterlijk geschil: een dagvaarding door een advocaat laten sturen, om zo de kwestie voor te leggen aan
een onafhankelijke rechter die een bindende beslissing neemt.
 Burger met strafrechtelijk geschil: Burgers kunnen elkaar niet dagvaarden voor gepleegde strafbare feiten. De officier van
justitie kan een verdachte dagvaarden waardoor deze voor zijn daden verantwoording moet afleggen ten overstaan van een
rechter.

Civielrechtelijke dagvaardingen vs. strafrechtelijke dagvaardingen: civielrechtelijke dagvaardingen worden verstuurd door de
ene burger aan de andere om een civielrechtelijk geschil uit te vechten ten overstaan van de burgerlijke rechter, terwijl
strafrechtelijke dagvaardingen worden verzonden door een officier van justitie om een verdachte terecht te laten staan voor de
strafrechter.

Eigenrichting: het recht in eigen hand nemen.

Twee doelen van het opleggen van eens straf: vergelding en preventie
Vergelding: het kwaad dat de dader van een strafbaar feit veroorzaakt bij het slachtoffer of aan de maatschappij als geheel 
leedtoevoeging. Dit vergeldingsaspect kan zorgen voor een morele genoegdoening.
Preventie: het opleggen van een straf zou er toe moeten leiden dat minder mensen strafbare feiten plegen. Er zijn twee soorten
preventie:
 Speciale preventie: het voorkomen of ontmoedigen dat de gestrafte wederom in de fout gaat. Bv. het opleggen van
voorwaardelijke straffen.
 Generale preventie: anderen dan de gestrafte trekken lering uit het feit dat er voor het plegen van een strafbaar feit straf
opgelegd kan worden.

Het rechtsgebied wordt onderverdeeld in drie delen:
1. Materieel strafrecht: “Wat is een strafbaar feit”
Bepaalt welk gedrag niet toegestaan is en welke personen daarvoor kunnen worden gestraft. Andere algemene leerstukken:
uitsluiting van strafbaarheid en uitbreiding van strafbaarheid tot het materiële strafrecht.
Wetboek van Strafrecht (WbSr)
2. Formeel strafrecht: Strafprocesrecht of strafvordering
Bepaalt welke regels moeten worden gevolgd wanneer een norm van het materiële strafrecht (vermoedelijk) is overtreden.
Bv. bevoegdheden van de politie, de duur van de voorlopige hechtenis, de inhoud van dagvaardingen en het instellen van
hoger beroep.
Wetboek van Strafvordering (WbSv)
3. Sanctierecht:
De voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen worden opgelegd en ten uitvoer gelegd. Bv. de vraag of voor een
bepaald strafbaar feit een taakstraf mag worden opgelegd en welke voorwaarden de rechter precies mag stellen wanneer
hij een straf voorwaardelijk oplegt.

, Wetboek van Strafrecht (WbSr) en Wetboek van Strafvordering (WbSv)

Een onderwerp met een formeelstrafrechtelijk karakter in het Wetboek van Strafrecht is bijvoorbeeld ne bis in idem (art. 68 Sr)

Met ‘wetten in formele zin’ bedoelt men een wet die tot stand is gekomen in samenwerking tussen de regering en de Staten-
Generaal.
Met ‘wet in materiële zin’ bedoelt men aan te geven dat de betreffende wet, formeel of niet, algemene regels bevat die de
burgers binden.

De Grondwet: in 107 artikelen regels voor het opnemen van het strafrecht en het strafprocesrecht in wetboeken
Wetboeken: wetten waarin het algemene deel van het strafrecht en het strafprocesrecht is opgenomen.
Wetboeken ≠ wetbundels.
Commune strafrecht: het strafrecht dat in de wetboeken is opgenomen

Bijzondere strafwetten (Bv. Wet wapens en munitie en de Opiumwet) vormen samen het bijzondere strafrecht: strafbepalingen
die behoren tot het materiële strafrecht en bevoegdheden die behoren tot het formele strafrecht.
Een voorbeeld van een strafwet die niet formeel is, is de algemene plaatselijke verordening (APV) van een gemeente.

Wetboek van Strafrecht (WbSr)
Drie hoofstukonderdelen (boeken):
1. Algemene leerstukken van materieel strafrecht: strafuitsluitingsgronden en poging. Zijn van toepassing op alle
delicten in WbSr en in beginsel ook op die in de bijzondere strafwetten. Veel regels m.b.t. het sanctierecht en
enkele andere onderwerpen.
2.&3. Uitsluitend strafbepalingen (= omschrijvingen van gedrag dat strafbaar is) met daarbij een aanduiding van de
maximale straffen die mogen worden opgelegd.
2. Alleen misdrijven worden strafbaar gesteld
3. Bevat uitsluitend overtredingen

Wetboek van Strafvordering (WbSv)
Bestaat uit zes boeken, op chronologische volgorde van het strafproces:
1. ‘Algemeene bepalingen’: de belangrijkste bevoegdheden tijden het opsporingsonderzoek
2. ‘Strafvordering in eersten aanleg’: de vervolgingsbeslissing van de officier van justitie en de hele procedure voor
de berechting van een verdachte door de rechtbank. Eersten aanleg houdt in: de eerste keer dat een verdachte
door een gerecht wordt berecht
Boek 3 is gewijd aan rechtsmiddelen en Boek 6 aan de tenuitvoerlegging (Boeken 4 en 5 zijn nu overbodig)
Nummering van een artikelnummer: Bv. 6:2:10 Sv
Nummer van het boek, nummer van de afdeling, artikelnummer

Internationaal recht: recht tussen staten
Supranationaalrechtelijk: het gaat om regels die een internationale organisatie oplegt waar de lidstaten bij die organisatie zich
aan moeten houden.
Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
HOOFDSTUK 2

INLEIDING MATERIEEL STRAFRECHT
Het materiële strafrecht bepaalt welk gedrag strafbaar is.
De strafbepaling bestaat uit:
 Delictsomschrijving  welke ongewenste gedraging wil de wetgever strafbaar stellen
 Kwalificatie-aanduiding  hoe moet het gedrag in juridisch opzicht worden benoemd
 Strafbedreiging  welke soort straf mag er worden opgelegd en wat is hierbij het maximum

Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt
en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf
van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie. (artikel 225 lid 1 Sr)

, Een strafbaar feit in materieelstrafrechtelijke zin: een strafbaar feit is een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van
een wettelijke delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten. Hierin liggen vier componenten (het
vierlagenmodel):
1. menselijke gedraging (MG);
de gedraging moet verricht zijn door een mens
2. wettelijke delictsomschrijving (DO);
gedragingen zijn pas strafbaar als zij in de strafwet terug te vinden zijn, ofwel het legaliteitsbeginsel.
3. wederrechtelijkheid (W);
de gedraging in strijd met het recht (een voorwaarde voor strafbaarheid).
4. schuld (verwijtbaarheid (V));
Niemand mag gestraft worden zonder dat hij (een bepaalde mate van) schuld heeft.

Tenlastelegging: een processtuk waarin staat beschreven welke gedraging de verdachte, volgens de officier van justitie, zou
hebben verricht. Voor de feiten in de tenlastelegging moet de verdachte terechtstaan.
Kwalificeren: de bewezen verklaarde feitelijke gedraging uit de tenlastelegging juridisch benoemen.
Legaliteitsbeginsel: strafbepalingen moeten altijd in het geschreven recht terug te vinden zijn.

Alleen gedragingen verricht ná invoering van de strafbepaling zijn strafbaar. Dit wordt het verbod van terugwerkende kracht
genoemd.

Een rechter zal soms moeten uitmaken of het concrete gedrag van een verdachte onder een delictsomschrijving te brengen valt.
In moeilijk gevallen zal hij de wet moeten interpreteren. Er zijn een aantal methoden voor het interpreteren van wetstermen
(vaak gecombineerd):
 wetshistorische interpretatie. Om te kunnen bepalen wat de inhoud is van een wetsbepaling, wordt gekeken naar de
totstandkomingsgeschiedenis van de bepaling in kwestie (Bv. Kamerstukken)
 grammaticale interpretatie. De inhoud van de wet wordt bepaald aan de hand van de taalkundige betekenis van de
woorden in de desbetreffende bepaling. Ook wordt gelet op het zinsverband.
 systematische interpretatie. De wet wordt uitgelegd aan de hand van de systematiek van de wet.
 teleologische interpretatie. Bij het bepalen van de inhoud van de wetsterm wordt gekeken naar het doel van de
wet(gever).

Definitie van een strafbaar feit: een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving, die
wederrechtelijk is en die verwijtbaar is.
Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn hierin elementen. De onderdelen van de delictsomschrijving noemt men de
bestanddelen.
Elementen vs. bestanddelen  bestanddelen zijn te vinden in de wettekst, terwijl elementen de niet in de wet opgenomen
voorwaarden voor strafbaarheid zijn:

1. menselijke gedraging
2. delictsomschrijving bestanddelen
3. wederrechtelijkheid elementen
4. verwijtbaarheid

Belangrijk is dat de officier van justitie alle bestanddelen in de tenlastelegging opneemt. Wanneer hij een bestanddeel vergeet,
heeft hij een feit ten laste gelegd dat niet kan worden gekwalificeerd en wordt de verdachte ontslagen van alle
rechtsvervolging.
Bij alle delicten waarbij wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving voorkomt, is de wederrechtelijkheid geen element maar
een bestanddeel.

Strafbare feiten zijn onder te verdelen in misdrijven en overtredingen. Dit is afhankelijk van de ernst van het strafbare feit:
misdrijven zijn over het algemeen ernstigere feiten dan overtredingen. Voor het Wetboek van Strafrecht geldt: misdrijven staan
opgesomd in het tweede boek en overtredingen in het derde boek. Het onderscheid tussen de twee is van belang voor:
 Procesrechtelijke reden: de indeling naar misdrijven en overtredingen bepaald welk soort rechter bevoegd is om kennis te
nemen van de strafzaak (absolute competentie).

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
14 januari 2023
Aantal pagina's
23
Geschreven in
2021/2022
Type
SAMENVATTING
€8,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
astridpronczuk

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
astridpronczuk Saxion Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen