1. Wie is er vooral actief bij de aanbiedende werkvormen?
a. De leerlingen
b. De leerkracht
c. De ouders
d. De methode
2. Bij welke werkvorm hoort het bekijken van een film?
a. Gespreksvorm
b. Werkvorm gericht op zelfstandig werken
c. Aanbiedende vorm
3. Bij welke werkvorm hoort het luisteren naar een instructie ?
a. Gespreksvorm
b. Werkvorm gericht op zelfstandig werken
c. Aanbiedende vorm
4. Bij welke werkvorm hoort het ontwikkelen van het handschrift?
a. Nieuwe informatie verwerken
b. Werkvorm gericht op zelfstandig werken
c. Aanbiedende vorm
5. De leerling herkent fouten in de logica van redeneringen. Bij welke orde van de
taxonomie van Bloom hoort dit?
a. Begrijpen
b. Evalueren
, c. Analyseren
d. Onthouden
6. De leerling kent methoden en procedures. Bij welke orde van de taxonomie
van Bloom hoort dit?
a. Begrijpen
b. Creëren
c. Onthouden
d. Toepassen
7. De leerling doet een uitvinding. Bij welke orde van de taxonomie van Bloom hoort
dit?
a. Evalueren
b. Begrijpen
c. Onthouden
d. Creëren
8. De leerling begrijpt feiten en principes. Bij welke orde van de taxonomie
van Bloom hoort dit?
a. Begrijpen
b. Onthouden
c. Toepassen
d. Analyseren
9. Welke leerpsychologische stroming hoort bij de leeractiviteit ‘Ontdekken, ervaren,
spelen, reflecteren, analyseren’?
a. Cognitivisme