Inhoudsopgave
Samenvatting levensmiddelenleer 1
Hoofdstuk 1 Productie, distributie en wetgeving 2
Hoofdstuk 2 Voedselkwaliteit en -bederf 4
Hoofdstuk 3: voedselconservering 6
Hoofdstuk 4: voedselveiligheid 8
Hoofdstuk 5: Vlees en vleesproducten 10
Hoofdstuk 6 Wild en Gevogelte 15
Hoofdstuk 7 Vis 16
Hoofdstuk 8 Schaal- en schelpdieren 18
Hoofdstuk 9 melk 18
Hoofdstuk 10 Boter 19
Hoofdstuk 11 Kaas 19
Hoofdstuk 12 Eieren 20
Hoofdstuk 13 oliën & vetten 20
Hoofdstuk 14 margarine en smeerbare vetproducten. 21
Hoofdstuk 15 Granen 21
Hoofdstuk 16 verdikkingsmiddelen 22
Hoofdstuk 17 Brood 23
Hoofdstuk 18 Peulvruchten 24
Hoofdstuk 19 Aardappelen 24
Hoofdstuk 20 groenten 25
Hoofdstuk 21 Fruit 25
Hoofdstuk 22 Paddenstoelen 27
Hoofdstuk 23 Kruiden en specerijen 27
Hoofdstuk 24 Zout 27
Hoofdstuk 25 suiker, stroop, snoep en zoetstoffen 27
Hoofdstuk 26 Honing 28
Hoofdstuk 27 koffie 29
Hoofdstuk 28 thee 29
Hoofdstuk 29 Cacao en chocolade 29
Hoofdstuk 30 Frisdranken, siropen, sappen en waters 29
Hoofdstuk 31 alcoholhoudende dranken 29
Hoofdstuk 32 Azijn 30
1
, Hoofdstuk 1 Productie, distributie en wetgeving
Momenteel bevat bijna elke maaltijd ingrediënten en genetisch materiaal
dat van elders komt. Al het voedsel dat genuttigd wordt, wordt in de hele
wereld geproduceerd. Doordat voedsel getransporteerd kon worden is er
een ruime aanbod voor de consument waaruit hij kan kiezen. Dit zorgde
voor industriële ontwikkeling en nieuwe technologieën.
Mensen worden individualistischer, er is minder een bepaalde groep
consumenten (inkomen/leeftijd enz).
Moderne consumenten zijn kritisch, uiterst beweeglijk, zijn op zoek naar
nieuwe, exclusieve of luxe producten en het genieten van voedsel staat op
de eerste plaats.
Groei van aanbod kwam niet alleen door technologische vooruitgang maar
ook door:
- stijging van de welvaart,
- vraag naar nieuwe exclusieve producten,
- verkrijgbaarheid van verse producten uit verre landen door bijv.
koelsystemen,
- toenemende vraag naar milieu-, dier- en mens- vriendelijk geproduceerde
producten,
- toenemende vraag naar grondstoffen producten met minimale bewerking
en toevoegingen,
- veiligheid van voedsel, (zorgt overheid en Europese unie ook voor)
- toename van kennis over de relatie tussen gezondheid en voeding,
- toenemende vraag naar variatie in het aanbod van kwaliteitsproducten
VWA (voedsel en waren autoriteit) controleert of bedrijven en instellingen
zich houden aan geldende wetten en regels.
Nederland produceert meer dan het nodig heeft (In het nederlandse
exportpakket heeft landbouw en voeding 20%)
Elke sector heeft zijn eigen regels en afspraken (agrarisch, dierenwelzijn,
visserij, biologische landbouw)
Skal, stichting keurt alternatief voortgebrachte landbouwproducten ->
biologische oorsprong.
EU- logo ‘biologische landbouw;. Alle stadia.
Demeter keurmerk voor producten van de biologisch-dynamische
landbouw. In Nederland altijd vergezeld met het EKO-keurmerk.
Biotechnologie in de agrarische sector is een verzamelnaam voor
technieken om het nut van planten en dieren voor gebruik door mensen te
vergroten. Genetische modificatie, genetische manipulatie of
gentechnologie.
Genetische modificatie: genen van ander organisme in te bouwen.
Producten variëren in samenstelling, geur, kleur, smaak, uiterlijk, textuur
en houdbaarheid. Dit komt door de verschillende keuze van grondstoffen
en bewerkingsprocessen.
2