Literatuur: Het geheel van verhalen en gedichten waarin er een verschil kan bestaan tussen
de (verzonnen) situatie(s), hoe de schrijver daarover heeft gedacht en hoe de lezers
daarover kunnen denken.
Poëzie: Om te kunnen begrijpen waar een gedicht over gaat, moeten we stoppen met
bevestigend denken en moeten we onszelf de ruimte geven om vragen te stellen, om
daarmee tot iets nieuws te komen.
Herkennen van beeldspraak
Metafoor:
- Alleen het beeld wordt genoemd, het verbeelde wordt achtergelaten.
- Er bestaat tussen het genoemde beeld en het niet-genoemde verbeelde een
bepaalde overeenkomst.
- “Je bent een engel!”
Metonymia:
- Alleen het beeld wordt genoemd, het verbeelde wordt achtergelaten.
- Geen sprake van een overeenkomst tussen het beeld en het verbeelde: het
genoemde beeld vervangt het verbeelde.
Vergelijking:
- Overeenkomst tussen het genoemde beeld en het niet-genoemde verbeelde.
- Het beeld en het verbeelde wordt genoemd.
Vergelijking met verbindingswoord: beeld en verbeelde wordt met elkaar vergeleken door
gebruik te maken van verbindingswoorden ‘als’ en ‘van’.
Vergelijking zonder verbindingswoord: asyndetische vergelijking.
Overige vormen van beeldspraak:
Personificatie:
- Een niet-levende ding wordt aan een eigenschap gekoppeld die alleen levende
wezens hebben.
- Een stap terug doen, een gaatje kunnen vinden en iets laten zien of iets kunnen
vragen.
Synesthesie:
- Vergelijking van woorden waar verschillende zintuigen een rol spelen.
- “Hun bittere ogen”-> het woord bitter slaat op ons smaakvermogen en ogen op ons
gezichtsvermogen, er worden hier twee zintuigen met elkaar in verbinding gebracht.
Allegorie:
- Een heel gedicht, verhaal of zelfs een hele roman wordt vastgehouden aan dezelfde
metafoor.
- Gedicht van Tjitske Jansen: het hele gedicht gaat over het strijd van de ik-figuur en
een vriend tegen een draak. Wat in dit gedicht het verbeelde is, is aan de lezer zelf
om in te vullen.
Homerische vergelijking:
- Zowel het beeld, als het verbeelde wordt genoemd, maar een stuk uitgebreider.
- “Zoals wanneer (beeld) …, zo was ook (verbeelde) …
Verschillende soorten rijm
Volrijm: De klinker en eventueel de klanken daarop aan het einde van woorden volledig op
elkaar rijmen.
de (verzonnen) situatie(s), hoe de schrijver daarover heeft gedacht en hoe de lezers
daarover kunnen denken.
Poëzie: Om te kunnen begrijpen waar een gedicht over gaat, moeten we stoppen met
bevestigend denken en moeten we onszelf de ruimte geven om vragen te stellen, om
daarmee tot iets nieuws te komen.
Herkennen van beeldspraak
Metafoor:
- Alleen het beeld wordt genoemd, het verbeelde wordt achtergelaten.
- Er bestaat tussen het genoemde beeld en het niet-genoemde verbeelde een
bepaalde overeenkomst.
- “Je bent een engel!”
Metonymia:
- Alleen het beeld wordt genoemd, het verbeelde wordt achtergelaten.
- Geen sprake van een overeenkomst tussen het beeld en het verbeelde: het
genoemde beeld vervangt het verbeelde.
Vergelijking:
- Overeenkomst tussen het genoemde beeld en het niet-genoemde verbeelde.
- Het beeld en het verbeelde wordt genoemd.
Vergelijking met verbindingswoord: beeld en verbeelde wordt met elkaar vergeleken door
gebruik te maken van verbindingswoorden ‘als’ en ‘van’.
Vergelijking zonder verbindingswoord: asyndetische vergelijking.
Overige vormen van beeldspraak:
Personificatie:
- Een niet-levende ding wordt aan een eigenschap gekoppeld die alleen levende
wezens hebben.
- Een stap terug doen, een gaatje kunnen vinden en iets laten zien of iets kunnen
vragen.
Synesthesie:
- Vergelijking van woorden waar verschillende zintuigen een rol spelen.
- “Hun bittere ogen”-> het woord bitter slaat op ons smaakvermogen en ogen op ons
gezichtsvermogen, er worden hier twee zintuigen met elkaar in verbinding gebracht.
Allegorie:
- Een heel gedicht, verhaal of zelfs een hele roman wordt vastgehouden aan dezelfde
metafoor.
- Gedicht van Tjitske Jansen: het hele gedicht gaat over het strijd van de ik-figuur en
een vriend tegen een draak. Wat in dit gedicht het verbeelde is, is aan de lezer zelf
om in te vullen.
Homerische vergelijking:
- Zowel het beeld, als het verbeelde wordt genoemd, maar een stuk uitgebreider.
- “Zoals wanneer (beeld) …, zo was ook (verbeelde) …
Verschillende soorten rijm
Volrijm: De klinker en eventueel de klanken daarop aan het einde van woorden volledig op
elkaar rijmen.