Praktisch Straf(proces)-recht
Mr H.J Starrenburg & Mr M.P. de Graaf
5e druk
Hoofdstuk 1: Strafbare feit..........................................................................................................................2
Verschillende strafbare feiten.................................................................................................................2
Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten....................................................3
Hoofdstuk 2: Wederrechtelijkheid...............................................................................................................3
Hoofdstuk 3: Opzet......................................................................................................................................3
4 Soorten van opzet:................................................................................................................................4
Hoofdstuk 4: Schuld.....................................................................................................................................4
Hoofdstuk 5: Causaliteit:.............................................................................................................................5
Hoofdstuk 6: Strafuitsluitingsgronden.........................................................................................................6
Hoofdstuk 7: Poging.....................................................................................................................................7
Hoofdstuk 8: Verdachte en dwangmiddelen tegen de vrijheid...................................................................8
Dwangmiddelen tegen de vrijheid:..........................................................................................................8
Hoofdstuk 9: Inbeslagname.......................................................................................................................10
Hoofdstuk 10: Dagvaarding.......................................................................................................................11
Hoofdstuk 11: Formele en materiële vragen.............................................................................................11
Formele vragen......................................................................................................................................12
Materiële vragen...................................................................................................................................13
Hoofdstuk 12: Bewijsmiddelen en bewijsmotivering.................................................................................13
Limitatieve opsomming van de 5 wettige bewijsmiddelen....................................................................13
Hoofdstuk 13: Vonnis................................................................................................................................15
Minimale inhoud van het vonnis...........................................................................................................15
Hoger beroep:........................................................................................................................................15
Hoofdstuk 14: Sancties..............................................................................................................................16
,Hoofdstuk 1: Strafbare feit
Strafbaar feit:
1. Menselijke gedraging
- Dus een gewilde spierbeweging
o Kan je ook nalaten: de beweging had wel gekund maar is niet gedaan
2. Binnen de delictsomschrijving
- Legaliteitsbeginsel: Feit is pas strafbaar als de gedraging wettelijk is
geformuleerd
-> Wet in formele zin
3. Gedraging is wederrechtelijk
- In strijd met het recht
- Hier horen rechtvaardigingsgronden bij
4. Gedraging is aan schuld te wijten
- De gedraging moet iemand kunnen worden toegerekend
- Hier horen schulduitsluitingsgronden bij
Functioneel daderschap: ook rechtspersonen kunnen strafbare feiten plegen.
Elementen: wederrechtelijkheid en schuld
Bestanddelen: Onderdelen waaruit een delictsomschrijving bestaat
- Staan in tenlastelegging
- Moet door rechter bewezen worden verklaard
Verschillende strafbare feiten.
Misdrijven: Boek 2 Wetboek v Strafrecht
o Altijd een gevangenisstraf
o Bevoegdheid van de rechtbank
- Overtredingen: Boek 3 Wetboek v Strafrecht
o Alleen geldboete of hechtenis
o Bevoegdheid bij kantonrechter
- Formele delicten: delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen
o Gaat om de handeling NIET het gevolg
o Diefstal, Zaakbeschadiging
o Afpersing
- Materiele delicten: Stellen het intreden van een bepaald gevolg strafbaar
o Gaat er niet om hoe, maar om de gevolgen
, o Bijvoorbeeld, iemand doden
- Commissiedelicten: Delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen
o Bijvoorbeeld, mishandelen, vernielen, stelen, doden
- Omissiedelicten: Stelt het nalaten strafbaar
o Bijvoorbeeld het nalaten van hulpverlenen bij iemand in levensgevaar
o Goed omschreven WELK nalaten en WIE het kan worden toegerekend
o Bijv., geboorte van kind aangeven.
Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde
delicten
- Gronddelicten: Een bepaalde gedraging is strafbaar gesteld
o Soort nulpunt
- Gekwalificeerde delicten: Delict is erger dan het gronddelict
o Neem: Wet: Doden --> Wet: voorbedachten rade
- Geprivilegieerde delicten: De lichtere variant het een gronddelict
o Bijvoorbeeld Kinderdoodslag
Hoofdstuk 2: Wederrechtelijkheid
In sommige gevallen heeft wederrechtelijkheid een andere betekenis
Betekenis 1: Opgevat als ‘zonder toestemming van de rechthebbende’
- Leer van Remmelink
o Verdachte handelt zonder eigen recht
Betekenis 2: Betekent hetzelfde als het element ‘wederrechtelijkheid’
- Verdachte heeft in strijd met de (on)geschreven regels gehandeld
Hoofdstuk 3: Opzet
Opzet is een bestanddeel
Opzet: iemand heeft met het handelen iets in kwade zin
- Juridisch gezien: Kan ook opzet zijn zonder dat er kwaad in de zin is
- Boos opzet: Verdachte heeft willens en wetens de strafwet overtreden
o Verdachte wist dat het strafbaar was
- Kleurloos opzet: Wordt alleen gekeken naar het handelen van de verdachte
o Een constatering
Mr H.J Starrenburg & Mr M.P. de Graaf
5e druk
Hoofdstuk 1: Strafbare feit..........................................................................................................................2
Verschillende strafbare feiten.................................................................................................................2
Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten....................................................3
Hoofdstuk 2: Wederrechtelijkheid...............................................................................................................3
Hoofdstuk 3: Opzet......................................................................................................................................3
4 Soorten van opzet:................................................................................................................................4
Hoofdstuk 4: Schuld.....................................................................................................................................4
Hoofdstuk 5: Causaliteit:.............................................................................................................................5
Hoofdstuk 6: Strafuitsluitingsgronden.........................................................................................................6
Hoofdstuk 7: Poging.....................................................................................................................................7
Hoofdstuk 8: Verdachte en dwangmiddelen tegen de vrijheid...................................................................8
Dwangmiddelen tegen de vrijheid:..........................................................................................................8
Hoofdstuk 9: Inbeslagname.......................................................................................................................10
Hoofdstuk 10: Dagvaarding.......................................................................................................................11
Hoofdstuk 11: Formele en materiële vragen.............................................................................................11
Formele vragen......................................................................................................................................12
Materiële vragen...................................................................................................................................13
Hoofdstuk 12: Bewijsmiddelen en bewijsmotivering.................................................................................13
Limitatieve opsomming van de 5 wettige bewijsmiddelen....................................................................13
Hoofdstuk 13: Vonnis................................................................................................................................15
Minimale inhoud van het vonnis...........................................................................................................15
Hoger beroep:........................................................................................................................................15
Hoofdstuk 14: Sancties..............................................................................................................................16
,Hoofdstuk 1: Strafbare feit
Strafbaar feit:
1. Menselijke gedraging
- Dus een gewilde spierbeweging
o Kan je ook nalaten: de beweging had wel gekund maar is niet gedaan
2. Binnen de delictsomschrijving
- Legaliteitsbeginsel: Feit is pas strafbaar als de gedraging wettelijk is
geformuleerd
-> Wet in formele zin
3. Gedraging is wederrechtelijk
- In strijd met het recht
- Hier horen rechtvaardigingsgronden bij
4. Gedraging is aan schuld te wijten
- De gedraging moet iemand kunnen worden toegerekend
- Hier horen schulduitsluitingsgronden bij
Functioneel daderschap: ook rechtspersonen kunnen strafbare feiten plegen.
Elementen: wederrechtelijkheid en schuld
Bestanddelen: Onderdelen waaruit een delictsomschrijving bestaat
- Staan in tenlastelegging
- Moet door rechter bewezen worden verklaard
Verschillende strafbare feiten.
Misdrijven: Boek 2 Wetboek v Strafrecht
o Altijd een gevangenisstraf
o Bevoegdheid van de rechtbank
- Overtredingen: Boek 3 Wetboek v Strafrecht
o Alleen geldboete of hechtenis
o Bevoegdheid bij kantonrechter
- Formele delicten: delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen
o Gaat om de handeling NIET het gevolg
o Diefstal, Zaakbeschadiging
o Afpersing
- Materiele delicten: Stellen het intreden van een bepaald gevolg strafbaar
o Gaat er niet om hoe, maar om de gevolgen
, o Bijvoorbeeld, iemand doden
- Commissiedelicten: Delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen
o Bijvoorbeeld, mishandelen, vernielen, stelen, doden
- Omissiedelicten: Stelt het nalaten strafbaar
o Bijvoorbeeld het nalaten van hulpverlenen bij iemand in levensgevaar
o Goed omschreven WELK nalaten en WIE het kan worden toegerekend
o Bijv., geboorte van kind aangeven.
Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde
delicten
- Gronddelicten: Een bepaalde gedraging is strafbaar gesteld
o Soort nulpunt
- Gekwalificeerde delicten: Delict is erger dan het gronddelict
o Neem: Wet: Doden --> Wet: voorbedachten rade
- Geprivilegieerde delicten: De lichtere variant het een gronddelict
o Bijvoorbeeld Kinderdoodslag
Hoofdstuk 2: Wederrechtelijkheid
In sommige gevallen heeft wederrechtelijkheid een andere betekenis
Betekenis 1: Opgevat als ‘zonder toestemming van de rechthebbende’
- Leer van Remmelink
o Verdachte handelt zonder eigen recht
Betekenis 2: Betekent hetzelfde als het element ‘wederrechtelijkheid’
- Verdachte heeft in strijd met de (on)geschreven regels gehandeld
Hoofdstuk 3: Opzet
Opzet is een bestanddeel
Opzet: iemand heeft met het handelen iets in kwade zin
- Juridisch gezien: Kan ook opzet zijn zonder dat er kwaad in de zin is
- Boos opzet: Verdachte heeft willens en wetens de strafwet overtreden
o Verdachte wist dat het strafbaar was
- Kleurloos opzet: Wordt alleen gekeken naar het handelen van de verdachte
o Een constatering