Jong en oud:
Hoofdstuk 1: School of een baantje
Speltheorie Speltheorie is een techniek om situaties met strategische
interacties tussen verschillende beslissingsnemers te analyseren en de uitkomst
te voorspellen. Binnen de speltheorie kijken we welke keuzes een speler heeft en
hoe de uitkomst van die keuze beïnvloed wordt door de keuze van andere
spelers.
Gevangendillema Bij het gevangenendilemma zijn er twee partijen die
onafhankelijk van elkaar een keuze moeten maken. Doordat beide partijen in hun
eigenbelang kiezen, komt er een uitkomst die voor beide partijen niet optimaal
is.
Meelifter Profiteren van de inspanningen van een ander.
Dominante strategie De voordeligste strategie ongeacht wat de andere
persoon kiest.
Bindende afspraak Een afspraak waar je (juridisch) niet van af kunt of niet
onderuit kunt.
Hoofdstuk 2 : De jeugd
Op de middelbare school krijgt bijna 90% zakgeld. Bron van inkomen: baantje.
Hierdoor doen ze hun eerste werkervaring op en ontvangen ze loon. Het bedrag
wat je niet consumeert, spaar je. Wie spaart, stelt consumptie uit. Het moment
van consumeren wordt verplaatst naar de toekomst. Als iemand geld leent, wordt
dat gebruikt om consumptie te vervroegen. Zowel bij het uitstellen als
vervroegen van de consumptie is er sprake van ‘ruilen over de tijd’.
Rente Rente, interest of intrest, is de vergoeding die wordt ontvangen voor het
uitlenen van geld en die betaald wordt door degene die het geld leent. Als de
rente laag is, gaan mensen sneller lenen en niet sparen, daarom gaat de
consumptie omhoog. Andersom: als de rente hoog is, is het aantrekkelijker om te
sparen en minder aantrekkelijk om te lenen.
Vermogen waarde van je bezittingen min de schuld.
Inkomen alles wat iemand als opbrengst van arbeid, onderneming of
vermogen verkrijgt, zoals loon, winst, dividend of rente.
Stroomgrootheden meet je over een periode, een maand of een jaar
bijvoorbeeld.
Voorraadgrootheden spaargeld en schuld. Die meet je dus op één moment.
Sociaal leenstelsel om kosten van levensonderhoud te voorzien kunne
studenten lenen bij de overheid tegen een relatief lage rente. Studenten met
ouders met een laag inkomen kunnen daarbij ook nog een tegemoetkoming
krijgen.
Studiefinanciering dat is geld van de overheid om bijv. je school enz. te
betalen.
, Hoofdstuk 3: Werken en belasting betalen
Zzp’er voor jezelf beginnen zonder personeel.
Om een goede keuze te maken qua baan moet je de voor en nadelen weten. Bij
een eigen bedrijf kijkt niemand op je vingers en heb je relatief veel vrijheid. Maar
je bent eigenlijk nooit klaar met je werk, want je neemt alles mee naar huis. Als je
in een loondienst als werknemer werkt, ontvang je loon. Ben je zelfstandig, dan
heet je beloning winst uit eigen zak. Over elk inkomen moet je inkomensbelasting
en premies volksverzekeringen betalen. Uit die premies word onder andere de
AOW betaald.
Inkomstenbelasting Inkomstenbelasting is een internationaal veel
voorkomende belasting die door een staat wordt geheven op het inkomen van
personen.
Premies volksverzekeringen De Nederlandse premies volksverzekeringen zijn
de premies die betaald worden voor de volksverzekering; de AOW, de Anw en de
Wlz.
AOW De Algemene Ouderdomswet regelt in Nederland het verplichte,
collectieve ouderdomspensioen dat als algemene basis dient voor Nederlandse
ouderdomspensioenen. Je krijgt de verzekering als je 67 jaar bent.
Brutoloon loon dat je verdient.
Nettoloon het loon dat je uiteindelijk krijgt nadat belastingen en premies zijn
ingehouden.
Loonheffing De belasting over je bruto loon noemen we loonheffing.
Loonheffing bestaat uit loonbelasting, premies voor volks- en
werknemersverzekeringen.
Inkomensheffing en directe belasting die geheven wordt over het inkomen.
Belastbaar inkomen Het bedrag waar je belasting over moet betalen.
Aftrekposten hypotheekrente, zorgkosten, (studiekosten)
Heffingskortingen arbeidskorting of algemene heffingskorting
Heffingsbedrag
Berekenen:
Bruto inkomen arbeid
Aftrekposten -
Belastbaar inkomen schijvensysteem heffingsbedrag
Heffingskorting(en) -
inkomensheffing
Hoofdstuk 1: School of een baantje
Speltheorie Speltheorie is een techniek om situaties met strategische
interacties tussen verschillende beslissingsnemers te analyseren en de uitkomst
te voorspellen. Binnen de speltheorie kijken we welke keuzes een speler heeft en
hoe de uitkomst van die keuze beïnvloed wordt door de keuze van andere
spelers.
Gevangendillema Bij het gevangenendilemma zijn er twee partijen die
onafhankelijk van elkaar een keuze moeten maken. Doordat beide partijen in hun
eigenbelang kiezen, komt er een uitkomst die voor beide partijen niet optimaal
is.
Meelifter Profiteren van de inspanningen van een ander.
Dominante strategie De voordeligste strategie ongeacht wat de andere
persoon kiest.
Bindende afspraak Een afspraak waar je (juridisch) niet van af kunt of niet
onderuit kunt.
Hoofdstuk 2 : De jeugd
Op de middelbare school krijgt bijna 90% zakgeld. Bron van inkomen: baantje.
Hierdoor doen ze hun eerste werkervaring op en ontvangen ze loon. Het bedrag
wat je niet consumeert, spaar je. Wie spaart, stelt consumptie uit. Het moment
van consumeren wordt verplaatst naar de toekomst. Als iemand geld leent, wordt
dat gebruikt om consumptie te vervroegen. Zowel bij het uitstellen als
vervroegen van de consumptie is er sprake van ‘ruilen over de tijd’.
Rente Rente, interest of intrest, is de vergoeding die wordt ontvangen voor het
uitlenen van geld en die betaald wordt door degene die het geld leent. Als de
rente laag is, gaan mensen sneller lenen en niet sparen, daarom gaat de
consumptie omhoog. Andersom: als de rente hoog is, is het aantrekkelijker om te
sparen en minder aantrekkelijk om te lenen.
Vermogen waarde van je bezittingen min de schuld.
Inkomen alles wat iemand als opbrengst van arbeid, onderneming of
vermogen verkrijgt, zoals loon, winst, dividend of rente.
Stroomgrootheden meet je over een periode, een maand of een jaar
bijvoorbeeld.
Voorraadgrootheden spaargeld en schuld. Die meet je dus op één moment.
Sociaal leenstelsel om kosten van levensonderhoud te voorzien kunne
studenten lenen bij de overheid tegen een relatief lage rente. Studenten met
ouders met een laag inkomen kunnen daarbij ook nog een tegemoetkoming
krijgen.
Studiefinanciering dat is geld van de overheid om bijv. je school enz. te
betalen.
, Hoofdstuk 3: Werken en belasting betalen
Zzp’er voor jezelf beginnen zonder personeel.
Om een goede keuze te maken qua baan moet je de voor en nadelen weten. Bij
een eigen bedrijf kijkt niemand op je vingers en heb je relatief veel vrijheid. Maar
je bent eigenlijk nooit klaar met je werk, want je neemt alles mee naar huis. Als je
in een loondienst als werknemer werkt, ontvang je loon. Ben je zelfstandig, dan
heet je beloning winst uit eigen zak. Over elk inkomen moet je inkomensbelasting
en premies volksverzekeringen betalen. Uit die premies word onder andere de
AOW betaald.
Inkomstenbelasting Inkomstenbelasting is een internationaal veel
voorkomende belasting die door een staat wordt geheven op het inkomen van
personen.
Premies volksverzekeringen De Nederlandse premies volksverzekeringen zijn
de premies die betaald worden voor de volksverzekering; de AOW, de Anw en de
Wlz.
AOW De Algemene Ouderdomswet regelt in Nederland het verplichte,
collectieve ouderdomspensioen dat als algemene basis dient voor Nederlandse
ouderdomspensioenen. Je krijgt de verzekering als je 67 jaar bent.
Brutoloon loon dat je verdient.
Nettoloon het loon dat je uiteindelijk krijgt nadat belastingen en premies zijn
ingehouden.
Loonheffing De belasting over je bruto loon noemen we loonheffing.
Loonheffing bestaat uit loonbelasting, premies voor volks- en
werknemersverzekeringen.
Inkomensheffing en directe belasting die geheven wordt over het inkomen.
Belastbaar inkomen Het bedrag waar je belasting over moet betalen.
Aftrekposten hypotheekrente, zorgkosten, (studiekosten)
Heffingskortingen arbeidskorting of algemene heffingskorting
Heffingsbedrag
Berekenen:
Bruto inkomen arbeid
Aftrekposten -
Belastbaar inkomen schijvensysteem heffingsbedrag
Heffingskorting(en) -
inkomensheffing