Week 1: Het strafbare feit & Sancties.....................................................................................................2
Week 2: Wederrechtelijkheid & Opzet...................................................................................................6
Week 3: Verdachte en dwangmiddelen & inbeslagname.......................................................................7
Week 4: Schuld & Causaliteit................................................................................................................11
Week 5: Poging & Dagvaarding............................................................................................................13
Week 6: Strafuitsluitingsgronden en formele en materiele vragen......................................................15
Week 7: Bewijsmiddelen en bewijsmotivering & Vonnis......................................................................20
Hoofdstuk 13 “Vonnis”...............................................................................................................22
,Keuzecursus – Strafrecht 2022
Week 1: Het strafbare feit & Sancties
Strafbaar feit:
In het Nederlandse strafrecht wordt er van een strafbaar feit gesproken indien het om een
menselijke gedraging gaat, die valt binnen een delictsomschrijving en die wederrechtelijk
en aan schuld te wijten is.
Om van een strafbaar feit te kunnen spreken, moet er aan vier voorwaarden zijn voldaan:
(1) Menselijke gedraging
(2) Die valt binnen een delictsomschrijving;
(3) Wederrechtelijk;
(4) aan schuld te wijten is.
Menselijke gedraging:
Er is spraken van een menselijke gedraging als een persoon een gedraging heeft verricht. Dit
betekent dat een persoon een gewilde spierbeweging heeft uitgeoefend.
De gedraging kan bestaan uit:
(1) Doen; OF
(2) Nalaten.
Delictsomschrijving:
Een beschrijving van gedragingen die strafbaar gesteld zijn bij wet.
Wederrechtelijk:
Een gedraging die in strijd is met het recht.
Aan schuld te wijten:
Er moet de verdachte een verwijt gemaakt worden. Er is dus sprake van verwijtbaarheid als
de verdachte anders had kunnen handelen maar dit niet heeft gedaan.
Legaliteitsbeginsel:
Het beginsel die stelt dat iets pas strafbaar is als het als bij wet strafbaar gesteld is.
Rechtvaardigingsgrond:
...
Bestandsdelen:
Dit zijn verschillende onderdelen die tezamen een delictsomschrijving vormen. De
bestanddelen staan altijd in een tenlastelegging opgenomen en moeten door de rechter
bewezen worden verklaard.
Elementen:
Dit zijn ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen straffen. Voorbeelden van
elementen zijn:
(1) Wederrechtelijk;
(2) Aan schuld te wijten.
2
, Keuzecursus – Strafrecht 2022
Misdrijven:
Een misdrijf is een delict waarvan de wetgever vindt dat de overtreder ervan zwaard(der)
gestraft moet worden.
Staat altijd een gevangenisstraf op;
Staan in 2e boek van Wetboek voor Strafrecht;
Overtredingen:
Een overtreding is een delict waarvan de wetgever heeft gemeend dat de strafbedreiging
minder mag zijn.
Als sanctie krijgt iemand alleen een geldboete of hechtenis.
Behoren tot de bevoegdheid van de kantonrechter.
Formele delicten:
Dit zijn delicten die bij een bepaald handelen strafbaar stellen. Met andere woorden, de
activiteit wordt strafbaar gesteld en niet het eventuele gevolg.
(1) Voorbeeld; diefstal het wegnemen van het handelen is strafbaar.
Materiële delicten:
Stellen het intreden van een bepaald gevolg juist strafbaar.
(2) Voorbeeld; doodslag Het is strafbaar als iemand wordt gedood, de hoe maakt niet
uit.
Commissiedelicten:
Dit type delicten stellen een bepaald handelen strafbaar stellen.
Omissiedelicten:
Dit type delicten stelt juist het nalaten strafbaar.
Verschil tussen geprivilegieerd, gronddelict, gekwalificeerd delict:
Geprivilegieerd delict Gronddelict Gekwalificeerd delict
Lichter dan gronddelict Bepaald delict dat strafbaar Zwaarder dan gronddelict
gesteld is
OM-afdoening:
Een mogelijkheid die de Officier van Justitie sinds 2008 heeft om, zonder tussenkomst van de
rechter, lichte misdrijven en overtredingen zelf te bestraffen.
Maatregel:
Een maatregel is gericht op herstel of het beveiligen van de maatschappij. Er wordt in het
Wetboek van Sr verschil gemaakt tussen de vermogensmaatregelen en vrijheid ontnemende
maatregelen.
(3) In tegenstelling tot een (hoofd)straf kan een maatregel opgelegd worden indien het
strafbare feit is begaan, maar de verdachte niet schuldig is (bv door
ontoerekeningsvatbaarheid).
3