Leerdoel 1: Wanneer is een behandeling evidence-based?
‘Why many clinical psychologists are resistant to evidence-based practice: Root causes and
constructive remedies’ (Lilienfeld, S. et al.)
Evidence-based behandelingen worden gedefinieerd in termen van een driepotige kruk.
De eerste poot bestaat uit de evidentie van een onderzoek of, en waarom een behandeling werkt.
Deze poot wordt vaak weergegeven in termen van een hiërarchie van bewijs:
- boven, gegevens uit meta-analyses, gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCT’s) en
systematische intra-individuele ontwerpen
- midden, goed uitgevoerde quasi- experimentele studies
- onder, correlationeel en ongecontroleerde case studies
Deze poot bestaat uit meerdere bronnen van wetenschappelijk bewijs, waaronder:
1. Therapeutische werkzaamheid, hoe goed een therapie werkt in een nauw opgezette studie in een
onderzoek setting.
2. Therapeutische effectiviteit, hoe goed een therapie werkt als het wordt uitgevoerd in de echte
klinische setting.
3. Eenvoudige psychologische processen die relevant zijn voor psychotherapie (zoals: geheugen,
probleem oplossen, emotie, impliciete cognities, schema’s, persoonlijkheidstrekken).
Deze poot is tevens de poot die de meeste weerstand teweeg brengt onder klinische psychologen.
De tweede poot bestaat uit klinische expertise, wat kan worden onderverdeeld in klinische
beoordeling en klinische ervaring. Hierbij maken therapeuten gebruik van hun klinische vaardigheden
en voorgaande ervaringen om de unieke gezondheidsstatus van een patiënt en hun individuele risico
en voordelen van potentiële interventies snel te identificeren.
De derde poot bestaat uit de voorkeuren en waarden van de cliënt. Dit vormt vaak of soms zelfs
dicteert het de selectie van interventies gemaakt door de therapeut.
Dus kort samengevat, bestaat EBB uit een doordachte integratie van de best beschikbare
wetenschappelijk bewezen psychotherapie met klinische expertise en de voorkeuren en waarden van
een cliënt.
Leerdoel 2: Wat is IPT?
Interpersoonlijke psychotherapie (IPT) bij stemmingsstoornissen – Blom M, Snippe D & Jonker K
(2009)
Interpersoonlijke therapie is een kortdurende vorm van psychotherapie. Vanaf het begin is IPT
opgezet als een praktische benadering van psychotherapie voor acute depressie. IPT is (vrijwel)
atheoretisch van opzet. De groep van Klerman en Weissman heeft gekeken naar wat op dat moment
bekend was over de (psychotherapeutische) behandeling van depressie. Deze componenten zijn
samengevoegd en vormden zo IPT. Vervolgens is IPT in een protocol vastgelegd zodat ze
overdraagbaar was aan anderen therapeuten en empirisch kon worden getoetst. IPT was hiermee
een van de behandelingen die een nieuwe trend zette in het onderzoek naar de effectiviteit van
psychotherapie. IPT voldoet aan de criteria voor evidence-based behandelen (overdraagbaar,
onderzoek in één of meet randomized controlled trials).