Hoofdstuk 1: Ontwikkeling in de sectoren zorg en welzijn.
Cyclische model. PDCA-cirkel: Belangrijkste model !
(Het maakt niet uit waar je begint)
Kenmerken:
- Leren uit ervaring
- Samenwerken
Plan: Ontwerpt een plan voor verbeteringen en stelt doelen.
DO: Uitvoeren
CHECK: Meet het resultaat en vergelijkt deze met de beginsituatie en toetst deze aan de doelstellingen.
ACT: Bijstellen
1945 Verzorgingsstaat: Overheid is verantwoordelijke voor medische zorg, veiligheid, onderwijs ect.
Markt: Plaats waar aanbieders en kopers elkaar ontmoeten en onderhandelen.
Marktwerking: Is afgestemd op wensen en behoeftes van klanten.
Marktprijs – Wat de klant er voor over heeft
Marktprijs- kostprijs = Winst
Privatisering: Bedrijven werden overgenomen van de overheid door particulieren.
Gereguleerde marktwerking: Overheid bepaald regels voor verkopers.
Er zijn 3 zorgaanbieders:
1. Individuele zelfstandige professionals (bijv. verpleegkundigen, verzorgende, kinderopvang)
2. Kleine organisaties die onderdak, verzorging of werk bieden aan mensen met een beperking of
kwetsbare groepen uit de psychiatrie of verslaving. (bijv. zorgboerderij)
3. Grote organisaties in gehandicaptenzorg, ouderenzorg of geestelijke gezondheidszorg
Effectiviteit: de verhouding tussen de doelstelling en het bereikte resultaat.
Efficiëntie: Is de verhouding tussen de geleverde diensten/producten en de gemaakte kosten.
1
, Wet van maatschappelijke ondersteuning WMO: na de invoering in 2007, word er meer gewerkt met
aanbestedingen: Aanbieders leggen hun productplannen voor aan de gemeente, deze beslist op basis
van prijs-kwaliteit verhouding welke organisatie een product mag leveren.
Ketensamenwerking: De problemen van de cliënt hangen vaak samen met elkaar, ketensamenwerking
zorg ervoor dat de hulpverlening op elkaar is afgestemd.
Voorbeeld: Welzijn en sport werken samen met onderwijs om uitval te voorkomen
Recombinatie: Onverwachte samenwerking tussen 2 uiteenlopende organisaties.
Participatie samenleving: Burger krijgt meer verantwoordelijkheden om zijn eigen leven in te vullen.
Ondernemen: Signaleren en realiseren van kansen.
Ondernemendheid: Onderzoeken van veranderingen op de markt en organisaties en daarop
inspelen met de juiste middelen.
2 vormen van ondernemen:
1. Persoonlijk ondernemen: Ondernemend gedrag van werknemers.
Intrapreneurs: Ondernemende professionals in dienst van een organisatie
Entrepreneurs: Zelfstandige ondernemers.
2. Maatschappelijk ondernemen: Een organisatie is een samenwerkingsverband van individuen:
het is een eenheid.
Stakeholders – Belanghebbende die positief of negatief betrokken zijn bij de organisatie (niet financieel)
- Interne stakeholders (vakbond) : Partijen binnen de organisatie
- Externe stakeholders : Belanghebbende buiten de organisatie. ( mensen hebben een gevoel van
onveiligheid omdat zij dichtbij een opvanghuis wonen voor drugsverslaafden)
Shareholders – Aandeelhouders, zij hebben vooral financieel belang bij de organisatie. (Mede eigenaar)
Toezichthouders: Kunnen de organisatie plat leggen (tijdelijk stopzetten) (Inspectie)
Maatschappelijk verantwoord ondernemen/ duurzaam ondernemen (MVO)
Een organisatie moet haar eigen belangen en die van stakeholders tegen elkaar afwegen en vervolgens
keuzes maken. De keuze moet tegenover publiek, media, klanten en andere stakeholders worden
verantwoord.
Dit gebeurd op 3 gebieden: 3P’s
1. People: verantwoorde keuzes wat betreft zorg voor medewerkers
2. Planet: de zorg voor het milieu, eerlijke producten, duurzaam, schoon.
3. Profit: financiële presentaties, politiek. Bv. Sponsoring.
Maatschappelijk betrokken ondernemen. (MBO)
Alle activiteiten die door het bedrijfsleven worden ondernomen om de kwaliteit van de leef omgeving te
verbeteren.
Belangrijke rollen:
Mensen: Beschikbaar stellen van medewerkers
Middelen: Beschikbaar stellen van faciliteiten en goederen
Massa: Netwerken
Media: Promotie
Munten: Financiële ondersteuning
2