- In de middeleeuwen -> was een stad was een plaats met stadsmuren -> nu is
dat anders, -> je kan het al een stad noemen bij 500 inwoners of bij 50 000
inwoners
- Een stad heeft 4 kenmerken:
● een bepaald, per land verschillend, aantal inwoners
● een hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid, vaak met hoogbouw
● een beroepsbevolking die vrijwel uitsluitend werkt in de secundaire en
tertiaire sector
● een groot aantal voorzieningen voor het gebied rond de stad
- Een stad kun je indelen in:
- megasteden -> een mega stad telt meer dan tien miljoen inwoners
- wereldstad -> heeft veel inwoners en is voor een groot deel van de wereld
een belangrijk centrum, op het gebied van economie, cultuur en politiek.
Hier worden belangrijke besluiten genomen. Hier bevinden zich de
financiële markten en hoofdkantoren van internationale bedrijven. Zijn
verbonden met andere wereldsteden.
- hoofdstad -> is in een land meestal de belangrijkste stad
Een stad kan onder alle 3 de kenmerken vallen.
- In een arm land hangen je kansen sterk af van waar je woont -> als kind van
arme ouders is de kans op goed onderwijs klein -> je wordt dan ook al jong van
school gehaald om mee te helpen in het huishouden of om geld te verdienen
-> als kind van rijke ouders ga je naar een goede school, bezoeken de
universiteit en krijgen een goed baan
- voor miljoenen bewoners van de krottenwijken zijn de omstandigheden in de
stad slecht, maar toch zijn er ook de kansen op beter leven groter dan op het
platteland -> dat is de reden waarom veel ouders besluiten naar de stad te
trekken dat is niet voor henzelf, maar voor hun kinderen -> die verdienen een
betere toekomst
- New York, Tokyo en Londen zijn echte wereldsteden -> ze vormen de
belangrijkste knooppunten in het wereldwijde stedelijke netwerk
- Het bbp van New York City is groter dan dat van Rusland of India / in Tokyo
wonen net zoveel mensen als in heel Peru / Londen telt meer internationale
kantoren en banken dan Canada
- De invloed van wereldsteden is vaak groter dan die van veel staten -> de
burgemeesters van global cities komen regelmatig bij elkaar om de problemen
van hun stad te bespreken. De problemen -> verkeer, luchtvervuiling, migranten,
klimaatverandering en armoede
, 2.2 De verspreiding van wereldsteden
- Op de wereldkaart zie je een duidelijk verschil in de ligging van steden tussen
de rijke en de arme landen
- -> in de rijke landen zijn er meestal meerdere grote steden verspreid over
het land -> die zijn op veel manieren met elkaar verbonden en vormen zo
een stedelijk netwerk
- Veel ontwikkelingslanden hebben vaak 1 megastad die veel groter is en
vele belangrijker dan de tweede stad van het land -> dat is primate city
-> de primate city ligt vaak aan de kust en dus niet centraal in het land
-> soms is dat voor overheid een reden om de hoofdstad juist naar het
binnenland te verplaatsen. Bijvoorbeeld Brazilië: verhuisde het
regeringscentrum van Rio de Janeiro naar Brasilia (ligt in het
binnenland)
- Een stad ligt nooit zomaar ergens -> drie factoren spelen een rol:
1. Kenmerken van het gebied waarin een stad ligt -> absolute ligging.
Steden liggen vaak in vlakke, vruchtbare gebieden; op kruispunten van
handelswegen, langs rivieren, aan de kust of bij de vindplaats van
grondstoffen. Bijvoorbeeld Parijs, ligt aan de Seine
2. Kenmerken van de ligging van een plaats ten opzicht van andere
plaatsen. Daar gaat het dus om de relatieve ligging. De relatieve ligging
van een plaats kan veranderen. Een havenstad ziet zijn positie
verbeteren als het achterland opbloeit of transportroutes over zee
worden verlegd
3. Het koloniale verleden. In de periferie liggen veel steden aan de kust. Een
stad als Accra in Ghana is vooral gegroeid als exporthaven van tropisch
hardhout en cacao naar Engeland.
Later trokken plattelanders vooral naar deze gunstig gelegen steden
waardoor sommige uitgroeiden tot megasteden.
De koloniale stad herken je als je er rondloopt. Het oude inlandse
stadsdeel heeft nauwe en smalle, kronkelige straten, terwijl het
stratenpatroon van het westerse deel bestaat uit brede en rechte
straten. Dat nieuwe deel is gebouwd door Europeanen toe het land een
kolonie werd en was bedoeld voor de kolonisten. Een stad die zo is
opgebouwd, noem je een koloniale dubbelstad.
- Aan de verstedelijkingsgraad kan je zien welk percentage van de bevolking van
een land in steden woont -> rijke landen zijn sterk verstedelijkt, maar het
aandeel van de stadsbevolking neemt er nauwelijks meer toe -> het
verstedelijkingstempo is er laag
- In de ontwikkelingslanden is het net andersom -> vanaf 1970 trekken hier
miljoenen mensen van het platteland naar de stad -> met name jonge mensen
zijn op zoek naar een betere toekomst in de stad -> daar stichten ze een gezien
- Naast het grote vestigingsoverschot is daarom de natuurlijke groei de
voornaamste reden waarom de stadsbevolking in ontwikkelingslanden zo snel
groeit
de stad groeit ook doordat zij uitbreidt over de stadsgrenzen heen en ook
aangrenzende dorpen en steden opslokt