MANAGEMENT
Hoofdstuk 6 t/m 11, Basisboek
bedrijfseconomie
Inge van Dijk, November 2022
,Hoofdstuk 6 Investeringsprojecten
Investeringen kunnen in twee groepen verdeeld worden:
Vervangingsinvesteringen
- Een vervangingsinvestering is een investering die dient ter
vervanging van versleten kapitaalgoederen
- Bijvoorbeeld de aanschaf van een nieuwe machine in een
fabriek, omdat de oude machine versleten is.
Uitbereidingsinvesteringen
- Een uitbereidingsinvestering is een investering die dient
om de kapitaalgoederenvoorraad per saldo te vergroten.
- Bijvoorbeeld de aanschaf van een extra machine in een
fabriek. Hierdoor wordt de waarde van de
kapitaalgoederen groter.
Investeringsproject
- Dit is het totaal van investeringen in vaste en vlottende
activa dat nodig is om een investeringsbeslissing uit te
voeren.
- Een investeringsproject wordt gekenmerkt door de vrije
kasstroom. De vrije kasstroom is het vermogen dat een
onderneming in kan zetten om nieuwe investeringen te
doen.
- De kasstroom is gelijk aan de inkomsten minus de
uitgaven van een bedrijf. Met dat gegeven zijn er twee
mogelijkheden:
o Positieve kasstroom (cashflow); een positieve
cashflow houdt in dat er meer geld binnen komt dan
eruit gaat. Een goede indicatie dat het bedrijf
financieel gezond is
o Een negatieve kasstroom (cashflow); een negatieve
kasstroom is daarentegen wel risicovol. Er gaat meer
geld uit dan erbinnen komt.
! Afschrijvingen zijn kosten, geen uitgaven!
Balans
Activa (bezittingen/debit) & passiva (geld/credit)
- Investering structuur
o Dit is de activa op de debitzijde van de balans.
1
, o Onderscheid in vaste en vlottende activa.
- Financieringsstructuur
o Dit is de passiva op de creditzijde van de balans
o Onderscheid eigen en vreemd vermogen
Cashflow
Cashflow = inkomende geldstroom – uitgaande geldstroom
Operationele cashflow = nettowinst + afschrijvingen +/- netto
werkkapitaal
Netto werkkapitaal = vlottende activa(voorraden) - vlottende
passiva (kortlopende schulden)
Verandering in werkkapitaal
- Positief haal je van de cashflow af
- Negatief doe je erbij
Bereken de vrije kasstroom
Gegeven jaar x van investeringsplan:
Omzet €500.000
Exploitatiekosten €300.000
Afschrijvingen €100.000
Geen (des)investeringen in vaste activa
Mutatie netto werkkapitaal -€50.000
(Werkkapitaal is het saldo van de vlottende activa
(bv. Voorraden en debiteuren) – kortlopende schulden)
Marginale belastingvoet 20%
(De machinale belastingvoet is het belastingpercentage
dat iemand moet betalen op zijn laatstverdiende euro)
Stap 1: bereken de winst voor belasting
Omzet – exploitatiekosten – afschrijvingen
€500.000 - €300.000 - €100.000 = €100.000
Stap 2: bereken de winst na belasting
Winst voor belasting – belasting
€100.000 – 20% x €100.000 = €80.000
Stap 3: Vrije kasstroom
Winst na belasting + afschrijvingen -/+
(des)investeringen
€80.000 + €100.000 + €50.000 = €230.000
Beoordeling van investeringsprojecten
2