1.1
Marktomvang: de totale effectieve vraag in een bepaalde periode / marktomvang is de
totale afzet van een product of dienst in een bepaalde periode.
Het marktpotentieel:
o Alle consumenten/bedrijven in de huidige markt
o Die interesse hebben in een bepaald product/dienst
o Waarvan niet uitgesloten is dat zij dit product/dienst ooit aanschaffen
Effectieve vraag of actuele vraag: de optelsom van alle afzet (soms omzet) in een bepaalde
periode.
Potentiële vraag: is het marktpotentieel verminderd met de actuele vraag in een bepaalde
periode.
Additionele vraag: de vraag van huidige bezitters die een tweede exemplaar aanschaffen
zonder het oude weg te doen.
Vervangingsvraag: de vraag van bezitters die hun oude product vervangen door een nieuw
exemplaar.
Uitbreidingsvraag: de optelling van initiële vraag + additionele vraag. Het aantal in gebruik
zijnde exemplaren is daarna met dit aantal uitgebreid.
Initiële vraag: de vraag van consumenten die voor het eerst tot aankoop van een bepaald
product overgaan.
Marktaandeel: de omzet/afzet van een individuele onderneming (in een gegeven periode en
op een gegeven plaats) uitgedrukt in een percentage van de omzet/afzet van alle
ondernemingen.
Relatief marktaandeel: marktaandeel van een product (of bedrijfsonderdeel) gedeeld door
het marktaandeel van het product van de grootste concurrent op dat gebied.
Voorbeeld potentiële vraag:
Stel dat het marktpotentieel voor (nieuwe) fietsen 2,5 miljoen stuks per jaar bedraagt. Het gaat hier
om alle fietsers.
Als de effectieve of actuele vraag in dat jaar 1,5 miljoen fietsen blijkt te zijn, is de potentiële vraag 2,5
miljoen – 1,5 miljoen = 1 miljoen fietsen.
Voorbeeld vraag 1
Wat is een voorbeeld van een relatief marktaandeel?
A. Een makelaar verkoopt de helft minder huizen dan zijn grootste concurrent.
B. Een makelaar verkoopt een kwart van alle huize die in een jaar verkocht zijn.
C. Een makelaar verkoopt een vijfde meer huizen door de economische groei.
Voorbeeld vraag 2
De Jong ICT-oplossingen heeft op dit moment twee bedrijfswagens. Doordat het bedrijf groeit, wil De
Jong vier extra bedrijfswagens aanschaffen. Van welk type vraag is hier sprake?
A. Additionele vraag
B. Initiele vraag
C. Vervangingsvraag