HC1
Perceptie
- Door zicht - perceptie - informatie over de wereld om ons heen = belangrijk aspect van cognitie
- Meer dan de helft van de cortex houdt zich bezig met perceptuele infoverwerking
Sensatie vs. perceptie
- Sensatie = het detecteren van een stimulus dmv sensorisch systeem = eenvoudig
- Perceptie = het geven van betekenis aan deze sensatie = complex
Baby’s
- Waarneming is ongeordend, perceptuele ontwikkeling is nodig om sensaties betekenis te geven
- Of: baby’s hebben van zichzelf verfijnd vermogen betekenis te geven aan de wereld
receptorcellen
- Energie van buiten omzetten naar zenuwimpulsen
- 4 type: mechano, chemo, foto, noci
- Receptor zenuwbaan cortex
Theoretische stromingen
- Constructivistische benadering – Piaget
o Perceptie wordt geconstrueerd op basis van
voorafgaande kennis
o Top-down proces – alles gebeurt vanuit de hersenen
o Cognitie ligt aan de basis van perceptie
- Nativistische/ecologische benadering – James en Eleanor Gibson
o Betekenisvolle perceptuele structuren zijn in omgeving al aanwezig, onafhankelijk van waarneming
o Bottom-up proces – informatie van buitenaf zorgt voor proces in hersenen wat leidt tot handelen
o Affordance – objecten met handvaten snappen wij dat we dat kunnen vastpakken
o Invarianties – elke stoel hoe verschillend ook zien wij als stoel
Ontwikkeling van perceptie
- Traditioneel idee = baby’s komen ter wereld met zeer beperkte capaciteiten die zich moeten ontwikkelen
- Nu = baby’s kunnen al best wat en moeten zich verder ontwikkelen
- Perceptuele vermogens belangrijk voor interactie, sociale en cognitieve ontwikkeling
Anatomie van het oog
- Sclera – harde oogrok = buitenste laag
- Cornea – hoornvlies
- Retina – netvlies = licht gevoelige laag: met verschillende gebieden
o Macula – gele vlek
o Fovea – gebied voor scherpzien
o Optische disc – waar de zenuwvezels de bloedvaten passeren
- Tussen sciera en retina – choroidea = vaatvlies
- Staafjes – donker en licht & kegeltjes - kleur
Oog van baby
- Fovea minder goed ontwikkeld
- Kegeltjes – verder uit elkaar, korter en dikker
- Visuele cortex nog niet goed ontwikkeld
Oogtesten voor babys
- Spatiele frequentie – liever patroon dan grijs vlak
- Contrast gevoeligheid –contrast nodig om patroon waar te nemen
Onderzoeksmethode
- Stimulus specific behavior - reiken of kruipen
- Eye tracking – appartuur scant oog
- Conditioned operant behavior – verschillende klanken
- Physiological measurements – hersenactiviteit meten
- Visual attention responses – habituatie
Babys
- Pasgeboren zien 20/400 = blind
- 8 maanden bijna 20/20 = normaal
Oculomotorische functie
- Alle spiertjes bij je ogen – accommodatie, convergentie en pupilgrootte
, - Na 8 a 9 weken vergelijkbaar met volwassenen
HC2
Auditive perceptie – informatie over gebeurtenissen
- Veiligheid, sociaal communicatie
- Gehoor bij babys beter ontwikkeld dan visus
Geluidslocalisatie
- Afstand en richting
Geluidsindentificatie
- Materiaal, afmeting, vorm, gebeurtenis
- Geluid = verandering in luchtdruk
anatomie van het oor.
- Geluidsgolven – trommelvlies (tympanic membrane)
– vloeistoftrilling door hamer, aambeeld, stijgbeugel
– slakkenhuis (cochlea)
- Ovale venster
- Perilymfe en endolymfe
- Orgaan van corti = haarcellen
- Gehoorzenuwen
Baby’s onderzoek
- Observer-bases bsychoacoustic procedure – OBP
o Onderzoek naar wat en hoe goed kind hoort
- Conditioned head turn
- Auditory brainstem response – ABR
o Minimaal luchtdruk verschil wat waargenomen wordt
Drempels
- Absolute drempel – minimale hoeveelheid energie die waargenomen wordt
- Relatieve drempel – intensiteits/toonhoogte/klankverschil
Temporele resolutie
- Within-channel – twee geluiden van dezelfde frequentie
- Between-channel – twee geluiden van andere frequentie
Lokaliseren geluid
- Tijdsverschil tussen twee oren – interaural time difference – ITD
o Vooral bij lage frequenties van toepassing
- Intensiteitsverschil – interaural level difference – ILD
o Vooral bij hoge frequenties van toepassing
- Monaurale cues – vorm van het oor zorgt voor lokaliseren geluid van boven of beneden
- Perceptie van afstand – weten hoever het geluid is
Ontwikkeling geluidslokalisatie
Richting geluid
- Eerste maand accuraat, daarna afname accuratesse in 3 e en 5e maand, na 7e maanden weer accuraat
- Oorzaak afname – overgang van subcorticale naar corticale verwerking in hersenen
- Waarnemingen geluid – draaien van het hoofd – wordt steeds nauwkeuriger
- Manier van meten: aantal correcte hoofdbewegingen naar geluid toe
Afstand geluid
- Vanaf het begin accuraat en blijft accuraat
o Zowel bij beweging als statische geluidsbron
- Voorkeur blijkt voor visuele informatie – hoofd draaien
- Manier van meten: reiken naar het geluid in het donker
Herkennen klank
- Baby’s 2 dagen oud maken al onderscheid moeder en vreemde vrouw – zuigpatroon
- Baby’s kunnen voor de geboorte al horen – voorkeur moedertaal en bekende verhalen
Muziek
- Consonant (mooi) vs. dissonant (niet mooi) – liever consonante klanken
- Majeur vs. minor – dmv EEG’s weten we dat kinderen het verschil horen
Perceptie
- Door zicht - perceptie - informatie over de wereld om ons heen = belangrijk aspect van cognitie
- Meer dan de helft van de cortex houdt zich bezig met perceptuele infoverwerking
Sensatie vs. perceptie
- Sensatie = het detecteren van een stimulus dmv sensorisch systeem = eenvoudig
- Perceptie = het geven van betekenis aan deze sensatie = complex
Baby’s
- Waarneming is ongeordend, perceptuele ontwikkeling is nodig om sensaties betekenis te geven
- Of: baby’s hebben van zichzelf verfijnd vermogen betekenis te geven aan de wereld
receptorcellen
- Energie van buiten omzetten naar zenuwimpulsen
- 4 type: mechano, chemo, foto, noci
- Receptor zenuwbaan cortex
Theoretische stromingen
- Constructivistische benadering – Piaget
o Perceptie wordt geconstrueerd op basis van
voorafgaande kennis
o Top-down proces – alles gebeurt vanuit de hersenen
o Cognitie ligt aan de basis van perceptie
- Nativistische/ecologische benadering – James en Eleanor Gibson
o Betekenisvolle perceptuele structuren zijn in omgeving al aanwezig, onafhankelijk van waarneming
o Bottom-up proces – informatie van buitenaf zorgt voor proces in hersenen wat leidt tot handelen
o Affordance – objecten met handvaten snappen wij dat we dat kunnen vastpakken
o Invarianties – elke stoel hoe verschillend ook zien wij als stoel
Ontwikkeling van perceptie
- Traditioneel idee = baby’s komen ter wereld met zeer beperkte capaciteiten die zich moeten ontwikkelen
- Nu = baby’s kunnen al best wat en moeten zich verder ontwikkelen
- Perceptuele vermogens belangrijk voor interactie, sociale en cognitieve ontwikkeling
Anatomie van het oog
- Sclera – harde oogrok = buitenste laag
- Cornea – hoornvlies
- Retina – netvlies = licht gevoelige laag: met verschillende gebieden
o Macula – gele vlek
o Fovea – gebied voor scherpzien
o Optische disc – waar de zenuwvezels de bloedvaten passeren
- Tussen sciera en retina – choroidea = vaatvlies
- Staafjes – donker en licht & kegeltjes - kleur
Oog van baby
- Fovea minder goed ontwikkeld
- Kegeltjes – verder uit elkaar, korter en dikker
- Visuele cortex nog niet goed ontwikkeld
Oogtesten voor babys
- Spatiele frequentie – liever patroon dan grijs vlak
- Contrast gevoeligheid –contrast nodig om patroon waar te nemen
Onderzoeksmethode
- Stimulus specific behavior - reiken of kruipen
- Eye tracking – appartuur scant oog
- Conditioned operant behavior – verschillende klanken
- Physiological measurements – hersenactiviteit meten
- Visual attention responses – habituatie
Babys
- Pasgeboren zien 20/400 = blind
- 8 maanden bijna 20/20 = normaal
Oculomotorische functie
- Alle spiertjes bij je ogen – accommodatie, convergentie en pupilgrootte
, - Na 8 a 9 weken vergelijkbaar met volwassenen
HC2
Auditive perceptie – informatie over gebeurtenissen
- Veiligheid, sociaal communicatie
- Gehoor bij babys beter ontwikkeld dan visus
Geluidslocalisatie
- Afstand en richting
Geluidsindentificatie
- Materiaal, afmeting, vorm, gebeurtenis
- Geluid = verandering in luchtdruk
anatomie van het oor.
- Geluidsgolven – trommelvlies (tympanic membrane)
– vloeistoftrilling door hamer, aambeeld, stijgbeugel
– slakkenhuis (cochlea)
- Ovale venster
- Perilymfe en endolymfe
- Orgaan van corti = haarcellen
- Gehoorzenuwen
Baby’s onderzoek
- Observer-bases bsychoacoustic procedure – OBP
o Onderzoek naar wat en hoe goed kind hoort
- Conditioned head turn
- Auditory brainstem response – ABR
o Minimaal luchtdruk verschil wat waargenomen wordt
Drempels
- Absolute drempel – minimale hoeveelheid energie die waargenomen wordt
- Relatieve drempel – intensiteits/toonhoogte/klankverschil
Temporele resolutie
- Within-channel – twee geluiden van dezelfde frequentie
- Between-channel – twee geluiden van andere frequentie
Lokaliseren geluid
- Tijdsverschil tussen twee oren – interaural time difference – ITD
o Vooral bij lage frequenties van toepassing
- Intensiteitsverschil – interaural level difference – ILD
o Vooral bij hoge frequenties van toepassing
- Monaurale cues – vorm van het oor zorgt voor lokaliseren geluid van boven of beneden
- Perceptie van afstand – weten hoever het geluid is
Ontwikkeling geluidslokalisatie
Richting geluid
- Eerste maand accuraat, daarna afname accuratesse in 3 e en 5e maand, na 7e maanden weer accuraat
- Oorzaak afname – overgang van subcorticale naar corticale verwerking in hersenen
- Waarnemingen geluid – draaien van het hoofd – wordt steeds nauwkeuriger
- Manier van meten: aantal correcte hoofdbewegingen naar geluid toe
Afstand geluid
- Vanaf het begin accuraat en blijft accuraat
o Zowel bij beweging als statische geluidsbron
- Voorkeur blijkt voor visuele informatie – hoofd draaien
- Manier van meten: reiken naar het geluid in het donker
Herkennen klank
- Baby’s 2 dagen oud maken al onderscheid moeder en vreemde vrouw – zuigpatroon
- Baby’s kunnen voor de geboorte al horen – voorkeur moedertaal en bekende verhalen
Muziek
- Consonant (mooi) vs. dissonant (niet mooi) – liever consonante klanken
- Majeur vs. minor – dmv EEG’s weten we dat kinderen het verschil horen