• Bloeddruk
• Onderzoek perifere arteriën
• Oriënterend onderzoek buik
• Basis onderzoek van de thorax
• Hoofdonderzoek
• Halsonderzoek
• Neurologisch onderzoek (motoriek, coördinatie en reflexen bij bovenste extremiteit)
• Neurologisch onderzoek (motoriek, coördinatie en reflexen bij onderste extremiteit)
• Wervelkolom/bewegingsapparaat
Checklist bloeddrukmeting
Voorbereiding
1. Handen desinfecteren en opwarmen
2. Jezelf voorstellen: naam, achternaam, functie
3. Stethoscoop en bloeddrukmeter binnen handbereik
4. Uitleggen wat je gaat doen
5. Vraag of de patiënt weet aan welke arm de hoogste bloeddruk is gemeten (evt. al in casus)
6. Patiënt instrueren:
a. zitten met rug tegen de leuning OF liggen op onderzoeksbank
b. bovenarm ontbloot, rustend op harthoogte (evt. met kussen) en handpalm omhoog
c. benen naast elkaar (niet gekruist)
d. niet praten tijdens meting
Palpatoire bloeddruk meten
7. Manchet vlak boven elleboogsplooi, goed aansluitend en max 80% van bovenarm
8. Palperen van de a. radialis
9. Manchet vlot oppompen totdat pols wegvalt
10. Manchet leeg laten lopen totdat pols weer palpabel is (= systolische palpatoire bloeddruk)
11. Benoem dat je de palpatoire bloeddruk ook bij andere arm zou meten
Auscultatoire bloeddruk meten
Nieuwe patiënt: meting aan beide armen, meting herhalen aan arm met hoogste waarde (tot. 3 keer)
Bekende patiënt: meting aan arm met (eerder) de hoogste waarde, herhaal aan zelfde arm (tot. 2 keer)
12. Palpatoir lokaliseren van de a. brachialis aan de ulnaire zijde in de elleboogplooi
13. Ausculteren van de a. brachialis met stethoscoop
14. Manchet vlot oppompen tot 20-30 mmHg boven palpatoire bloeddruk
15. Manchet leeg laten lopen met 2-3 mmHg per seconde
a. Bepaal systolische druk bij eerste toon (Korotkoff 1)
b. Bepaal diastolische druk bij volledig wegvallen van de toon (Korotkoff 5) indien toon
niet wegvalt: noteer Korotkov 4 (RR systolisch/diastolisch/0 mmHg)
16. Herhaal stap 12-14
17. Neem gemiddelde van de 2 metingen
a. Indien verschil > 5 mmHg: neem gemiddelde van 3 metingen
Afsluiting
18. Patiënt bedanken en zeggen dat onderzoek klaar is
19. Patiënt instrueren dat de mouw omlaag mag/shirt weer aan mag
20. Handen desinfecteren
,Checklist palpatie perifere arteriën
Voorbereiding
1. Handen desinfecteren en opwarmen
2. Jezelf voorstellen: naam, achternaam, functie
3. Uitleggen wat je gaat doen
4. Patiënt instrueren:
a. volledig ontblote armen en benen (incl. sokken)
b. op onderzoeksbank gaan liggen met benen gestrekt
5. Onderzoeksbank op goede hoogte
6. Patiënt benaderen vanaf rechterzijde
7. Palperen met vlakke zijde van de vingertoppen van dig. 2-4
Palpatie arteriën
8. Palpeer arteria temporalis (links EN rechts) en beschrijf evt. verschil in:
a. Kracht
b. Regelmaat
c. Kwaliteit/karakter
d. Equaliteit
9. Palpeer arteria carotis (links EN rechts) en beschrijf evt. verschil in:
a. Kracht
b. Regelmaat
c. Kwaliteit/karakter
d. Equaliteit
10. Palpeer arteria brachialis (links EN rechts) en beschrijf evt. verschil in:
a. Kracht
b. Regelmaat
c. Kwaliteit/karakter
d. Equaliteit
11. Palpeer arteria radialis (links EN rechts) en beschrijf evt. verschil in:
a. Frequentie
b. Kracht
c. Regelmaat
d. Kwaliteit/karakter
e. Equaliteit
12. Palpeer aorta abdominalis en beschrijf:
a. Kracht
b. Regelmaat
c. Kwaliteit/karakter
d. Equaliteit
13. Palpeer arteria femoralis communis (links EN rechts) en beschrijf evt. verschil in:
a. Kracht
b. Regelmaat
c. Kwaliteit/karakter
d. Equaliteit
14. Palpeer arteria poplitea (links EN rechts) en beschrijf evt. verschil in:
a. Kracht
b. Regelmaat
c. Kwaliteit/karakter
d. Equaliteit
15. Palpeer arteria tibialis posterior (links EN rechts) en beschrijf evt. verschil in:
a. Kracht
b. Regelmaat
, c. Kwaliteit/karakter
d. Equaliteit
16. Palpeer arteria dorsalis pedia (links EN rechts) en beschrijf evt. verschil in:
a. Kracht
b. Regelmaat
c. Kwaliteit/karakter
d. Equaliteit
Afsluiting
17. Patiënt bedanken en zeggen dat onderzoek klaar is
18. Patiënt instrueren dat de kleding weer aan mag
19. Handen desinfecteren