H5- Tijd van ontdekkers en hervormers- 1500/1600- Ka 18/22
5.1: De renaissance (k.a. 18 & 19)
Nieuw mens- en wereldbeeld
● De Medici (rijke familie die architecten, beeldhouwers en schilders voor zich lieten werken) en
hun kunstenaars kregen nieuw mens- en wereldbeeld.
● In middeleeuwen: mens= slecht en zondig, wereld door God geschapen maar in duivels
handen -> mensen losmaken van natuur en richten op God en hiernamaals.
● Elites Florence en andere Italiaanse steden zagen in 15e en 16e eeuw aarde ook als gods
schepping maar de schoonheid ervan. God had mens uitverkoren om schepping te volmaken
-> niet afwenden van natuur maar perfectioneren
Navolging v.d. Oudheid
● Italiaanse kunstenaars bestuderen klassieke erfgoed-> proberen klassieke kunst te evenaren
en te overtreffen- vonden dat er nieuwe tijd was aangebroken= renaissance; grootheid
oudheid herleven- In tijd renaissance begon ook vroegmoderne tijd, 1e eeuw hiervan= 16e
eeuw= tijd van ontdekkers en hervormers
● Architecten bestuurde klassieke werken voor inspiratie, maar gebruikten ook andere
elementen-> ontstaan nieuwe architectuurstijl (lichter& gracieuzer dan uit Oudheid)
● kunst: perspectief ontdekt, meer diepte (en licht) gebruikt, inspiratie oudheid maar
verbetering. Schilders werden niet meer gezien als arbeidslieden maar als ‘verheven’
kunstenaars.
● Beeldhouwers: ook van klassieke voorbeelden+ meer kijken naar houdingen en
gezichtsuitdrukkingen
Bestudering v.d. klassieken
● Geleerden richtten zich ook op studie van oudheid- schrijvers en denkers zagen klassieke
auteurs als vb en geestverwanten-> noemden zichzelf humanisten.
● Klassieke teksten in middeleeuwen bewaard gebleven en overgeschreven door monniken ->
hierbij fouten gemaakt- humanisten bekeken kritisch om oorspronkelijke betekenissen te
herstellen + gingen op zoek naar verloren teksten
● Humanisten gebruikten klassieke teksten ook voor onderwijs en opvoeding -> beschaafd en
verstandig mens worde -> onderwijs: humaniora genoemd - verspreid door boekdrukkunst.
Verspreiding over Europa
● In de 16e eeuw renaissance over Europa verspreid
● Renaissance noorden van Alpen ontwikkelde op andere manier: nauwelijks klassiek
verleden-> renaissance: wedergeboorte v.h. oorspronkelijke christendom
● Belangrijkste vertegenwoordiger= monnik Erasmus: ad afkeer van dogmatische redeneringen
van intolerante theologen -> geen zuiver christendom volgens heb. Daarom vertaalde hij
Nieuwe Testament van Bijbel (Bijbel volgens hem vol fouten) + schreef boek met kritiek.
Wetenschappelijke belangstelling
● Niet bezig met natuurwetenschappen, toch kritisch onderzoek van klassieke teksten voor
natuurwetenschappen van belang
● Middeleeuwen: baseren op teksten Aristoteles: humanisten vonden fouter hierin
● Er was wel belangstelling voor de natuur: zo perfect mogelijk willen uitbeelden.
5.1: De renaissance (k.a. 18 & 19)
Nieuw mens- en wereldbeeld
● De Medici (rijke familie die architecten, beeldhouwers en schilders voor zich lieten werken) en
hun kunstenaars kregen nieuw mens- en wereldbeeld.
● In middeleeuwen: mens= slecht en zondig, wereld door God geschapen maar in duivels
handen -> mensen losmaken van natuur en richten op God en hiernamaals.
● Elites Florence en andere Italiaanse steden zagen in 15e en 16e eeuw aarde ook als gods
schepping maar de schoonheid ervan. God had mens uitverkoren om schepping te volmaken
-> niet afwenden van natuur maar perfectioneren
Navolging v.d. Oudheid
● Italiaanse kunstenaars bestuderen klassieke erfgoed-> proberen klassieke kunst te evenaren
en te overtreffen- vonden dat er nieuwe tijd was aangebroken= renaissance; grootheid
oudheid herleven- In tijd renaissance begon ook vroegmoderne tijd, 1e eeuw hiervan= 16e
eeuw= tijd van ontdekkers en hervormers
● Architecten bestuurde klassieke werken voor inspiratie, maar gebruikten ook andere
elementen-> ontstaan nieuwe architectuurstijl (lichter& gracieuzer dan uit Oudheid)
● kunst: perspectief ontdekt, meer diepte (en licht) gebruikt, inspiratie oudheid maar
verbetering. Schilders werden niet meer gezien als arbeidslieden maar als ‘verheven’
kunstenaars.
● Beeldhouwers: ook van klassieke voorbeelden+ meer kijken naar houdingen en
gezichtsuitdrukkingen
Bestudering v.d. klassieken
● Geleerden richtten zich ook op studie van oudheid- schrijvers en denkers zagen klassieke
auteurs als vb en geestverwanten-> noemden zichzelf humanisten.
● Klassieke teksten in middeleeuwen bewaard gebleven en overgeschreven door monniken ->
hierbij fouten gemaakt- humanisten bekeken kritisch om oorspronkelijke betekenissen te
herstellen + gingen op zoek naar verloren teksten
● Humanisten gebruikten klassieke teksten ook voor onderwijs en opvoeding -> beschaafd en
verstandig mens worde -> onderwijs: humaniora genoemd - verspreid door boekdrukkunst.
Verspreiding over Europa
● In de 16e eeuw renaissance over Europa verspreid
● Renaissance noorden van Alpen ontwikkelde op andere manier: nauwelijks klassiek
verleden-> renaissance: wedergeboorte v.h. oorspronkelijke christendom
● Belangrijkste vertegenwoordiger= monnik Erasmus: ad afkeer van dogmatische redeneringen
van intolerante theologen -> geen zuiver christendom volgens heb. Daarom vertaalde hij
Nieuwe Testament van Bijbel (Bijbel volgens hem vol fouten) + schreef boek met kritiek.
Wetenschappelijke belangstelling
● Niet bezig met natuurwetenschappen, toch kritisch onderzoek van klassieke teksten voor
natuurwetenschappen van belang
● Middeleeuwen: baseren op teksten Aristoteles: humanisten vonden fouter hierin
● Er was wel belangstelling voor de natuur: zo perfect mogelijk willen uitbeelden.