Powerpoint week 1
relatief recht = uitsluitend van toepassing voor bepaalde personen die met elkaar
in een rechtsrelatie staan→ koopovereenkomst, persoonlijk tussen jou en iemand
anders.
absoluut recht = kun je afdwingen tegenover iedereen. Je hebt dan ook een exclusief
recht = je hoeft je geen zorgen te maken dat iemand hier gebruik van zal maken.
→ eigendomsrecht.
§ Goed, zaak en vermogensrechten
Goederen = alle zaken en vermogensrechten
Zaken = voor mensen vatbare stoffen
1. onroerende zaken
2. roerende zaken
Natrekking 🟦art. 5:3 jo art. 5:14 BW = eigenaar van de zaak is eigenaar van al haar
bestanddelen.
Vermogensrechten = niet stoffelijk vatbaar. → een vordering.
§ Nederland heeft 8 absolute rechten
Enkel op een zaak = allemaal opgenomen in boek 5
1. eigendomsrecht art.
🟦 5:1 BW = meest omvattende recht.
2. erfdienstbaarheid
3. erfpacht
4. opstal
5. appartementsrecht
Zowel op een zaak als op vermogensrecht = allemaal opgenomen in boek 3
6. vruchtgebruik
7. pand
8. hypotheek
Kenmerken voor deze 8 rechten =
1. exclusiviteit = is al behandeld
2. zaaksgevolg = het maakt niet uit waar de zaak zich bevindt droit de suite
3. gesloten systeem = boek 3 en boek 5
Beperkt recht = is afgeleid van het moederrecht.
- Het eigendomsrecht is altijd een moederrecht, alle andere absolute rechten zijn
beperkte rechten
- Ook de andere absolute rechten kunnen moederrecht zijn, als daarop zelf een
absoluut recht weer wordt gevestigd.
- ook een geldvordering recht kan als moederrecht fungeren
, 2
§ Openbare registers
Negatief stelsel = als de werkelijke toestand afwijkt van het register.
art. 3:17 BW = inschrijfbare feiten jo art. 7:3 BW
art. 3:17 lid 2 BW = huur en pachtovereenkomst worden niet ingeschreven
art. 3:24 BW = bescherming tegen onvolledige register, tenzij hij dit kende
§ Rangorde inschrijven art.
🟥 3:21
= Koper wordt pas eigenaar, als het uittreksel hiervan wordt ingeschreven.
Wat nou als een stuk grond 2 keer wordt verkocht en geleverd →
1. om 10 uur ga je naar de notaris en je tekent de N.A. en deze wordt
morgenochtend om 10 uur ingeschreven in de O.R. → koper is dan
morgenochtend om 10 uur eigenaar.
2. je gaat ook om 15.00 uur naar de notaris en je tekende de N.A. en deze
wordt morgenochtend om 09.30 ingeschreven in de OR → koper is dan
morgenochtend 09.30 uur eigenaar.
→ degene die om 09.30 het heeft gekocht is dan eigenaar.
Wat nou als het tegelijk wordt ingeschreven → dan is bepalend het tijdstip van
het opmaken van de akte. (stel ze gaan na sluitingstijd langs en ze worden
beiden om 09.00 ingeschreven).
Kadaster is open tussen 09.00-15.00 uur.
§ Bezit en houderschap
🟦art. 3:107 BW Bezit = houden van het goed voor jezelf → processor
🟦art. 3:109 BW Houden = het houden van een goed voor een ander → detentor
Alle goederen zijn vatbaar voor bezit en houderschap, maar bestanddelen niet.
Bezit heeft een goederenrechtelijke functie → de vorm van levering. En een
bewijsfunctie hebben → rechthebbende functie. Actie Functie → als je het verliest kan
je het weer oproepen art. 3:125 BW. Aansprakelijkheid Functie → je bent
aansprakelijk als je hond iemand aanvalt.
§ Verkrijging van verlies en bezit
Bezit wordt verkregen voor = art.
🟦 3:112 op 3 manieren
1. In bezit neming = occupatie art.
🟦 3:113 → dief wordt bezitter niet te goeder trouw
2. Overdracht = roerende zaak → feitelijke macht. Wanneer je het bezit niet meer onder je
hebt, maar je wil het wel verkopen, maar niet door feitelijke bezitsverschaffing → art.
🟥 3:95
BW = levering in andere gevallen Notariële akte
3. Opvolging onder algemene titel = erfopvolging, boedelmenging, juridische fusie
, 3
Bezit overdragen zonder feitelijke overgave, 3 manieren =
1. constitutum possessorium art. 🟦 3:115 sub a
Eigenaar wordt houder of huurder van zijn eigen zaak
2. brevi-manu art.
🟦 3:115 sub b
De houder wordt eigenaar
3. longa manu art.🟦 3:115 sub c
De houder veranderd niet, maar er komt wel een nieuwe eigenaar.
§ Gemeenschap 🟦art. 3:166 BW = “aanwezig wanneer 1 of meer goederen toebehoren aan 2
of meer deelgenoten gezamenlijk “ Als je niks afspreekt heeft een ieder gelijk aandeel hierin.
🟦Art. 3:168 BW = je zal onderling afspraken kunnen maken. Mocht er een overeenkomst
ontbreken dan kan je dit opvragen bij de kantonrechter.
Tenzij er anders wordt bepaald is iedereen bevoegd tot gebruik = art. 3:169 BW.
Gewoon onderhoud mag iedereen afzonderlijk zelfstandig verrichten, de rest
moet samen gebeuren tenzij er anders is bepaald → art. 3:170 BW.
!!!!!!! art. 3:170 = andere handelingen betreft gemeenschappelijk goed, dan zijn
alle deelgenoten tezamen bevoegd → je zal niet als enige het vakantiehuisje
mogen huren.
→ als je samen eigenaar bent van iets dan zijn de artikelen 166 tot 188 van
toepassing.
Bij de bijzondere gemeenschappen kan je niet zonder de toestemmingen van overige
deelgenoten over beschikken.
Gemeenschap ontstaat door =
1. erfgenaam
2. samenwoning
3. zaaksvorming art. 5:16
§ Mandeligheid art.
🟩 5:60 BW= eigenaars van verschillend erven.
Ontstaat op 2 manieren =
1. omdat je dat bent overeengekomen met een notariële akte + inschrijving OR 5:60
2. of van rechtswege 5:62
→ als je op de erfgrens een muur legt.
Het eindigt op 3 manieren art.
🟩 5:61 BW
1. bij notariële akte en inschrijving in OR
2. beëindiging van de gemeenschap
3. als het nut verloren is gegaan