Nederlands samenvatting toetsweek 2:
Argumenteren
1 Argumenten, tegenargumenten en weerleggingen
Met argumenten kun je je eigen standpunt verdedigen of het standpunt van een ander
aanvallen.
Feitelijk argument = als iets een feitelijke uitspraak is
Waarderend argument = dat iets wenselijk, gepast, slecht, mooi of lelijk is, meningen
kunnen verschillen.
Met een tegenargument ontkracht je een standpunt, met een weerlegging ontkracht je een
argument.
2 Argumentatiestructuren
Enkelvoudige argumentatie : één argument ondersteunt het standpunt
Onderschikkende argumentatie: een argument wordt ondersteund door een ander
argument
Nevenschikkende argumentatie met onafhankelijke argumenten: twee argumenten
ondersteunen onafhankelijk van elkaar het standpunt
Nevenschikkende argumentatie met afhankelijke argumenten: twee ondersteunende
argumenten vormen in combinatie met elkaar het standpunt.
Zie blz 196 voor voorbeelden
3 Argumentatieschema’s
Het verband tussen argument(en) en standpunt noemen we een argumentatieschema.
De argumentatie kan gebaseerd zijn op:
oorzaak en gevolg; Bij dit type argumentatie wordt ervan uitgegaan dat een feit of
een gebeurtenis zal leiden tot een ander feit of andere gebeurtenis.
kenmerk of eigenschap; als alle onderdelen van een groep hetzelfde kenmerk
hebben, dan heeft één onderdeel van die groep dat kenmerk ook
voor- en nadelen; de voordelen worden vergeleken met de nadelen en op basis van
de uitkomst wordt er een oordeel uitgesproken. Het kan zijn dat iemand alleen
voordelen óf alleen nadelen als argumenten noemt. Er is dan sprake van
‘argumentatie op basis van voordelen’ dan wel van ‘argumentatie op basis van
nadelen’.
voorbeelden; Een standpunt kan ondersteund worden door voorbeelden. Die
voorbeelden zijn dan de argumenten.
vergelijking; als er een vergelijking wordt gemaakt tussen twee gevallen en er een
overeenkomst wordt geconstateerd: omdat het in het ene geval zo is, zal het bij het
andere ook wel zo zijn.
Argumenteren
1 Argumenten, tegenargumenten en weerleggingen
Met argumenten kun je je eigen standpunt verdedigen of het standpunt van een ander
aanvallen.
Feitelijk argument = als iets een feitelijke uitspraak is
Waarderend argument = dat iets wenselijk, gepast, slecht, mooi of lelijk is, meningen
kunnen verschillen.
Met een tegenargument ontkracht je een standpunt, met een weerlegging ontkracht je een
argument.
2 Argumentatiestructuren
Enkelvoudige argumentatie : één argument ondersteunt het standpunt
Onderschikkende argumentatie: een argument wordt ondersteund door een ander
argument
Nevenschikkende argumentatie met onafhankelijke argumenten: twee argumenten
ondersteunen onafhankelijk van elkaar het standpunt
Nevenschikkende argumentatie met afhankelijke argumenten: twee ondersteunende
argumenten vormen in combinatie met elkaar het standpunt.
Zie blz 196 voor voorbeelden
3 Argumentatieschema’s
Het verband tussen argument(en) en standpunt noemen we een argumentatieschema.
De argumentatie kan gebaseerd zijn op:
oorzaak en gevolg; Bij dit type argumentatie wordt ervan uitgegaan dat een feit of
een gebeurtenis zal leiden tot een ander feit of andere gebeurtenis.
kenmerk of eigenschap; als alle onderdelen van een groep hetzelfde kenmerk
hebben, dan heeft één onderdeel van die groep dat kenmerk ook
voor- en nadelen; de voordelen worden vergeleken met de nadelen en op basis van
de uitkomst wordt er een oordeel uitgesproken. Het kan zijn dat iemand alleen
voordelen óf alleen nadelen als argumenten noemt. Er is dan sprake van
‘argumentatie op basis van voordelen’ dan wel van ‘argumentatie op basis van
nadelen’.
voorbeelden; Een standpunt kan ondersteund worden door voorbeelden. Die
voorbeelden zijn dan de argumenten.
vergelijking; als er een vergelijking wordt gemaakt tussen twee gevallen en er een
overeenkomst wordt geconstateerd: omdat het in het ene geval zo is, zal het bij het
andere ook wel zo zijn.