ANOR1 Samenvatting
Les 1. Trends en Groep 1A en 1B elementen
Trends in het periodiek systeem
Effectieve kernlading (Zeff) = Hoe hard worden de valentie elektronen aangetrokken tot de
atoomkern.
- Komt tot stand door de aantrekkingskracht van min en plus ladingen en door de afstoot van
plus en plus of min en min ladingen.
- Hoe groter Zeff, hoe harder er aan de valentie elektronen wordt getrokken.
o Dit zorgt ervoor dat ze dichter op de atoomkern gaan zitten en dat de atoomstraal
dus kleiner wordt.
o Hierdoor zitten ze veel vaster in het atoom en wordt het moeilijker om ze uit het
atoom weg te halen. Ionisatie-energie.
- Wordt bepaald door het aantal protonen in de atoomkern
o PS van links naar rechts of boven naar beneden krijgt een proton erbij.
- Boven naar beneden PS Zeff wordt kleiner
- Links naar rechts PS Zeff wordt groter
Atoomradius
- Boven naar beneden PS Grotere atoomstraal
- Links naar rechts PS Kleinere atoomstraal
Ioniseringsenergie (Ei) = hoe makkelijk verwijder je een elektron
- Edelgas configuratie = volledig gevulde orbitaal schil
o Bijv. Na: 1s22s22p63s1 -1 e- Na+: 2s22s22p6 =[Ne]
o Bijv. Cl: 1s22s22p63s23p5 +1 e- Cl-: 1s22s22p63s23p6 = [Ar]
- Boven naar beneden PS Kleiner Ei
- Link naar rechts PS Grotere Ei
o Uitzondering voor (half)volle subschillen
Volle subschillen hebben een hogere Ei
Ionradius = grootte van element/ion bepaald door aantal elektronen
- Bij gelijke kernlading
o Minder elektronen (positiever) = kleiner (lagere orbitaal, Z eff meer positief)
o Meer elektronen (negatiever) = groter (hogere orbitaal, Z eff minder positief)
Elektronegativiteit
- Boven naar beneden PS Elektronegativiteit kleiner
- Links naar rechts PS Elektronegativiteit groter
Orbitalen en oxidatiegetallen
Orbitalen
- Verschillende orbitalen
o S-orbitaal
Hierin passen 2 elektronen
, Vorm: cirkel om atoomkern
o P-orbitaal
Hierin passen 6 elektronen
Deze heeft 3 verschillende orbitalen
Px, Py en Pz
o D-orbitaal
Hierin passen 10 elektronen
Deze heeft 5 verschillende orbitalen
Dz2, Dx2y2, Dxy, Dxz en Dyz
o F-orbitaal
Hierin passen 14 elektronen
Deze heeft 7 verschillende orbitalen
- Binding = het overlappen van 2 orbitalen.
o Valentie elektronen
o H: 1s1 1 orbitaal kan maximaal 1 binding vormen
o 2e rij: 2s2p 4 orbitalen kan maximaal 4 bindingen vormen
N: 1s22s22p3
Sp3 hybridisatie: 4 groepen om zich heen
o 3e rij: 3s 3p 3d
- Ruimtelijke structuur
o CO2: C heeft 2 groepen om zich heen en is daarom sp gehybridiseerd.
Daarnaast heeft hij nog Py en Pz nodig voor de dubbele binding
Sp hybridisatie is altijd lineair 180°
o CH2O: C heeft 3 groepen om zich heen en is daarom sp 2 gehybridiseerd.
Daarnaast heeft hij nog Pz nodig om de groepen zo ver mogelijk uit elkaar te
zetten.
Sp2 hybridisatie is trigonaal planair 120°
o CH4: C heeft 4 groepen om zich heen en is daarom sp 3 gehybridiseerd
Sp3 hybridisatie is tetraëder
Elektronenparen tellen mee!
o Wordt vaak ook wel trigonaal pyramidaal genoemd.
Oxidatiegetallen (= niet hetzelfde als formele lading!)
- Bijv. CH3OH
o H is elektropositiever en O is elektronegatiever.
o 3x H = +1 x 3 = +3
o 1x O= -1 x 1 = -1
o = +2 C-2
- CH2O:
o H is elektropositiever en O is elektronegatiever
o 2x H = 2x +1 = +2
o 2x O = 2x -1 = -2
o = 0 C0
- HOF:
o H is elektropositiever en F is elektronegatiever.
o 1x H = +1
o 1x F = -1
, o = 0 O0
- C2O2:
o 1x C = 0
o 3x O = -3
o = -3 C+3
Hoofdgroep metalen
- Groep 1A
o Alkalimetalen willen + lading
o ns1
+1 oxidatietoestand
o Kleinste ionisatiepotentiaal in het PS door de ns 1 configuratie.
o Sterkste reductors
o Zachte metalen
o Zuivere alkalimetalen zijn erg actief daarom:
Komen ze alleen als zout voor in de natuur
Worden ze in pure vorm in olie bewaard
Fr komt in de natuur zo niet voor en is sterk radioactief
o Reactiviteit: Li Na K Rb Cs (oplopend)
o Reacties
Halogenen (X = F, Cl, Br, I) willen -1 lading
2 M (s) + X2 2 MX (s) metaalhalide
H2 en N2
2 M (s) + H2 2 MH (s) metaalhydride
6 Li (s) + N2 (g) 2 Li3N (s) lithiumnitride
Zuurstof: algemeen snelle reacties
Water: altijd heftige reacties!
- Bindingen
o ∆EN groot ionenbinding
Hoog kookpunt
Bijv. één metaal en één niet-metaal.
Bijv. NaH, MgO of CaH2
o ∆EN klein polaire covalente binding.
Bijv. twee niet-metalen
o ∆EN = 0 covalente binding
Bijv. twee koolstoffen.
- Groep 2A
o Aardkali metaal
o ns2
+2 oxidatie toestand
o Iets harder dan 1A metalen
o Minder reactief met zuurstof en water, maar nog reactief genoeg om alleen als zout
in de natuur voor te komen.
o Komen in de natuur voornamelijk voor als MCO 3
o Ra is sterk radioactief
Les 1. Trends en Groep 1A en 1B elementen
Trends in het periodiek systeem
Effectieve kernlading (Zeff) = Hoe hard worden de valentie elektronen aangetrokken tot de
atoomkern.
- Komt tot stand door de aantrekkingskracht van min en plus ladingen en door de afstoot van
plus en plus of min en min ladingen.
- Hoe groter Zeff, hoe harder er aan de valentie elektronen wordt getrokken.
o Dit zorgt ervoor dat ze dichter op de atoomkern gaan zitten en dat de atoomstraal
dus kleiner wordt.
o Hierdoor zitten ze veel vaster in het atoom en wordt het moeilijker om ze uit het
atoom weg te halen. Ionisatie-energie.
- Wordt bepaald door het aantal protonen in de atoomkern
o PS van links naar rechts of boven naar beneden krijgt een proton erbij.
- Boven naar beneden PS Zeff wordt kleiner
- Links naar rechts PS Zeff wordt groter
Atoomradius
- Boven naar beneden PS Grotere atoomstraal
- Links naar rechts PS Kleinere atoomstraal
Ioniseringsenergie (Ei) = hoe makkelijk verwijder je een elektron
- Edelgas configuratie = volledig gevulde orbitaal schil
o Bijv. Na: 1s22s22p63s1 -1 e- Na+: 2s22s22p6 =[Ne]
o Bijv. Cl: 1s22s22p63s23p5 +1 e- Cl-: 1s22s22p63s23p6 = [Ar]
- Boven naar beneden PS Kleiner Ei
- Link naar rechts PS Grotere Ei
o Uitzondering voor (half)volle subschillen
Volle subschillen hebben een hogere Ei
Ionradius = grootte van element/ion bepaald door aantal elektronen
- Bij gelijke kernlading
o Minder elektronen (positiever) = kleiner (lagere orbitaal, Z eff meer positief)
o Meer elektronen (negatiever) = groter (hogere orbitaal, Z eff minder positief)
Elektronegativiteit
- Boven naar beneden PS Elektronegativiteit kleiner
- Links naar rechts PS Elektronegativiteit groter
Orbitalen en oxidatiegetallen
Orbitalen
- Verschillende orbitalen
o S-orbitaal
Hierin passen 2 elektronen
, Vorm: cirkel om atoomkern
o P-orbitaal
Hierin passen 6 elektronen
Deze heeft 3 verschillende orbitalen
Px, Py en Pz
o D-orbitaal
Hierin passen 10 elektronen
Deze heeft 5 verschillende orbitalen
Dz2, Dx2y2, Dxy, Dxz en Dyz
o F-orbitaal
Hierin passen 14 elektronen
Deze heeft 7 verschillende orbitalen
- Binding = het overlappen van 2 orbitalen.
o Valentie elektronen
o H: 1s1 1 orbitaal kan maximaal 1 binding vormen
o 2e rij: 2s2p 4 orbitalen kan maximaal 4 bindingen vormen
N: 1s22s22p3
Sp3 hybridisatie: 4 groepen om zich heen
o 3e rij: 3s 3p 3d
- Ruimtelijke structuur
o CO2: C heeft 2 groepen om zich heen en is daarom sp gehybridiseerd.
Daarnaast heeft hij nog Py en Pz nodig voor de dubbele binding
Sp hybridisatie is altijd lineair 180°
o CH2O: C heeft 3 groepen om zich heen en is daarom sp 2 gehybridiseerd.
Daarnaast heeft hij nog Pz nodig om de groepen zo ver mogelijk uit elkaar te
zetten.
Sp2 hybridisatie is trigonaal planair 120°
o CH4: C heeft 4 groepen om zich heen en is daarom sp 3 gehybridiseerd
Sp3 hybridisatie is tetraëder
Elektronenparen tellen mee!
o Wordt vaak ook wel trigonaal pyramidaal genoemd.
Oxidatiegetallen (= niet hetzelfde als formele lading!)
- Bijv. CH3OH
o H is elektropositiever en O is elektronegatiever.
o 3x H = +1 x 3 = +3
o 1x O= -1 x 1 = -1
o = +2 C-2
- CH2O:
o H is elektropositiever en O is elektronegatiever
o 2x H = 2x +1 = +2
o 2x O = 2x -1 = -2
o = 0 C0
- HOF:
o H is elektropositiever en F is elektronegatiever.
o 1x H = +1
o 1x F = -1
, o = 0 O0
- C2O2:
o 1x C = 0
o 3x O = -3
o = -3 C+3
Hoofdgroep metalen
- Groep 1A
o Alkalimetalen willen + lading
o ns1
+1 oxidatietoestand
o Kleinste ionisatiepotentiaal in het PS door de ns 1 configuratie.
o Sterkste reductors
o Zachte metalen
o Zuivere alkalimetalen zijn erg actief daarom:
Komen ze alleen als zout voor in de natuur
Worden ze in pure vorm in olie bewaard
Fr komt in de natuur zo niet voor en is sterk radioactief
o Reactiviteit: Li Na K Rb Cs (oplopend)
o Reacties
Halogenen (X = F, Cl, Br, I) willen -1 lading
2 M (s) + X2 2 MX (s) metaalhalide
H2 en N2
2 M (s) + H2 2 MH (s) metaalhydride
6 Li (s) + N2 (g) 2 Li3N (s) lithiumnitride
Zuurstof: algemeen snelle reacties
Water: altijd heftige reacties!
- Bindingen
o ∆EN groot ionenbinding
Hoog kookpunt
Bijv. één metaal en één niet-metaal.
Bijv. NaH, MgO of CaH2
o ∆EN klein polaire covalente binding.
Bijv. twee niet-metalen
o ∆EN = 0 covalente binding
Bijv. twee koolstoffen.
- Groep 2A
o Aardkali metaal
o ns2
+2 oxidatie toestand
o Iets harder dan 1A metalen
o Minder reactief met zuurstof en water, maar nog reactief genoeg om alleen als zout
in de natuur voor te komen.
o Komen in de natuur voornamelijk voor als MCO 3
o Ra is sterk radioactief