Psychometrie Hoorcolleges
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 Meten, Schaling & Normen...................................................................................................... 2
Hoorcollege 2 Betrouwbaarheid..................................................................................................................... 5
Hoorcollege 3 Validiteit................................................................................................................................ 11
Hoorcollege 4 Principale Componenten Analyse (PCA)..................................................................................14
Hoorcollege 5 Confirmative Factor Analyse (CFA)......................................................................................... 18
Hoorcollege 6 Item Response Theorie.......................................................................................................... 22
Hoorcollege 7 Bias....................................................................................................................................... 26
Hoorcollege 8 Classification and discriminationanalysis................................................................................30
,Hoorcollege 1 Meten, Schaling & Normen
Psychometrie = meten van mentale eigenschappen en processen
- Tak van psychologie die zich bezighoudt met de ontwikkeling en het gebruik van
psychologische tests
- Toepassen van statistische technieken op het gebied van psychologische testen
Een psychologische test is een gestandaardiseerde meting van een sample van het gedrag van
een persoon dat wordt gebruikt om de individuele verschillen tussen personen te meten.
Kwaliteit van de meting
- Betrouwbaarheid: consistentie van de test
- Validiteit: mate waarin de resultaten geldig zijn en overeenkomen met de
werkelijkheid
- Normen: wat betekent de test score?
Meten van psychologische eigenschappen
- Observeerbaar gedrag dat gevoelig is voor variaties in het psychologische construct
- Systematische verzameling (bv antwoorden op vragen van een test)
- Met als doel om vergelijkingen te maken
Tussen verschillende personen (interindividuele verschillen)
Binnen personen (intra-individuele verschillen)
Schaling
Definitie: het toekennen van numerieke waarden aan psychologische eigenschappen
In de praktijk: hoe wordt een testscore of categorie bepaald aan de hand van observaties
Eigenschappen van getallen meetniveau
Meetniveau Eigenschap
Nominaal Identiteit
Ordinaal + ordering
Interval + kwantiteit
Ratio + absoluut nulpunt
Wederzijds uitsluitend: iedereen moet maar in 1 categorie
Uitputtend: iedereen moet in een categorie vallen, desnoods een rest groep
Interpretatie van test scores
2
, - Test: systematische verzameling van gedrag (bv. set van 10 zelfrapportage items,
score 1-5)
- Schaling: toekennen van kwantitatieve scores (bv. som van de itemscores, 10-50)
- Normen: interpretatie van test scores (relatief/absoluut) (James scoort 22, wat betekent
dat?)
Relatieve normen: scores van (relevante) anderen
Absolute normen: een vaste standaard
Standaard score Zx
- Aantal standaarddeviaties van het gemiddelde
- Zowel positieve als negatieve waarden
- M=0, SD=1
Getransformeerde standaard score Tx
- Makkelijker te begrijpen/ ‘vriendelijker’ dan Z-scores
- Alleen positieve waarden
- Gemiddelde=50, SD=10
Percentile ranks Px
- Percentage van scores lager of gelijk aan een specifieke test score
- Dus voor X=10, de ‘percentile rank’ is het percentage personen met een scores van 10
of lager = tot én met 10
Score Frequentie
Omzetten X Px 0 12
- Relatieve positie van score X 1 5
- In oplopende frequentietabel van geobserveerde score 2 6
= cumulatieve percentage van score X 3 5
4 4
Relatieve normen (norm referenced test)
… …
- Gebaseerd op test scores van een representatieve norm
groep (referentie steekproef)
- (Schatting van) gemiddelde en standaarddeviatie in target populatie
Transformatie ruwe score X naar relatieve norm score (z, T, percentile rank)
Absolute normen (criterion/domain referenced)
- Vaste standaard/grens
- Komen het meest voor in situaites waar een uitspraak moet worden gedaan over
vaardigheid
3
, Zijn normen actueel?
- Na 15 jaar ‘verouderd’, na 20 jaar ‘niet meer bruikbaar’
Zijn de normgroepen groot genoeg
- N tenminste 200 of 300
Zijn de normgroepen representatief?
- Leeftijd, geslacht, ethnicities etc
4
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 Meten, Schaling & Normen...................................................................................................... 2
Hoorcollege 2 Betrouwbaarheid..................................................................................................................... 5
Hoorcollege 3 Validiteit................................................................................................................................ 11
Hoorcollege 4 Principale Componenten Analyse (PCA)..................................................................................14
Hoorcollege 5 Confirmative Factor Analyse (CFA)......................................................................................... 18
Hoorcollege 6 Item Response Theorie.......................................................................................................... 22
Hoorcollege 7 Bias....................................................................................................................................... 26
Hoorcollege 8 Classification and discriminationanalysis................................................................................30
,Hoorcollege 1 Meten, Schaling & Normen
Psychometrie = meten van mentale eigenschappen en processen
- Tak van psychologie die zich bezighoudt met de ontwikkeling en het gebruik van
psychologische tests
- Toepassen van statistische technieken op het gebied van psychologische testen
Een psychologische test is een gestandaardiseerde meting van een sample van het gedrag van
een persoon dat wordt gebruikt om de individuele verschillen tussen personen te meten.
Kwaliteit van de meting
- Betrouwbaarheid: consistentie van de test
- Validiteit: mate waarin de resultaten geldig zijn en overeenkomen met de
werkelijkheid
- Normen: wat betekent de test score?
Meten van psychologische eigenschappen
- Observeerbaar gedrag dat gevoelig is voor variaties in het psychologische construct
- Systematische verzameling (bv antwoorden op vragen van een test)
- Met als doel om vergelijkingen te maken
Tussen verschillende personen (interindividuele verschillen)
Binnen personen (intra-individuele verschillen)
Schaling
Definitie: het toekennen van numerieke waarden aan psychologische eigenschappen
In de praktijk: hoe wordt een testscore of categorie bepaald aan de hand van observaties
Eigenschappen van getallen meetniveau
Meetniveau Eigenschap
Nominaal Identiteit
Ordinaal + ordering
Interval + kwantiteit
Ratio + absoluut nulpunt
Wederzijds uitsluitend: iedereen moet maar in 1 categorie
Uitputtend: iedereen moet in een categorie vallen, desnoods een rest groep
Interpretatie van test scores
2
, - Test: systematische verzameling van gedrag (bv. set van 10 zelfrapportage items,
score 1-5)
- Schaling: toekennen van kwantitatieve scores (bv. som van de itemscores, 10-50)
- Normen: interpretatie van test scores (relatief/absoluut) (James scoort 22, wat betekent
dat?)
Relatieve normen: scores van (relevante) anderen
Absolute normen: een vaste standaard
Standaard score Zx
- Aantal standaarddeviaties van het gemiddelde
- Zowel positieve als negatieve waarden
- M=0, SD=1
Getransformeerde standaard score Tx
- Makkelijker te begrijpen/ ‘vriendelijker’ dan Z-scores
- Alleen positieve waarden
- Gemiddelde=50, SD=10
Percentile ranks Px
- Percentage van scores lager of gelijk aan een specifieke test score
- Dus voor X=10, de ‘percentile rank’ is het percentage personen met een scores van 10
of lager = tot én met 10
Score Frequentie
Omzetten X Px 0 12
- Relatieve positie van score X 1 5
- In oplopende frequentietabel van geobserveerde score 2 6
= cumulatieve percentage van score X 3 5
4 4
Relatieve normen (norm referenced test)
… …
- Gebaseerd op test scores van een representatieve norm
groep (referentie steekproef)
- (Schatting van) gemiddelde en standaarddeviatie in target populatie
Transformatie ruwe score X naar relatieve norm score (z, T, percentile rank)
Absolute normen (criterion/domain referenced)
- Vaste standaard/grens
- Komen het meest voor in situaites waar een uitspraak moet worden gedaan over
vaardigheid
3
, Zijn normen actueel?
- Na 15 jaar ‘verouderd’, na 20 jaar ‘niet meer bruikbaar’
Zijn de normgroepen groot genoeg
- N tenminste 200 of 300
Zijn de normgroepen representatief?
- Leeftijd, geslacht, ethnicities etc
4