De prehistorie (? - 3000 v.Chr.)
Kenmerkende aspecten en tijdbalk
Kenmerkende aspecten:
De levenswijze van jagers-verzamelaars.
- Het verschijnen van homo sapiens in Afrika (140.000 v.C.).
- De laatste ijstijd is gaande (120.000-10.000 v.C.).
- De homo sapiens trekken naar Azië (80.000 v.C.) en Europa (40.000 v.C.).
- In Zuid-Europa worden grotschilderingen gemaakt (tussen 30.000 en 10.000 v.C.).
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
- Na de laatste ijstijd begint een koude en droge periode (ca. 11.000 v.C.).
- In het Midden-Oosten ontstaan landbouwsamenlevingen (tussen 9000 en 6000 v.C.).
- Mensen gaan aan veeteelt doen (7500 v.C.).
- In Noord-Afrika ontstaan landbouwsamenlevingen (rond 7000 v.C.).
- In Europa ontstaan landbouwsamenlevingen (rond 6000 v.C.).
- Mensen in het Midden-Oosten ontdekken hoe ze brons kunnen maken; de bronstijd
(ca. 3000 v.C.).
- Mensen in het Midden-Oosten ontdekken hoe ze ijzer kunnen maken; de ijzertijd
(ca. 1200 v.C.).
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
- Agrarische gemeenschappen gebruiken kleine voorwerpjes van klei om goederen te
registreren (vanaf 8000 v.C.).
- De uitvinding van het schrift (3300 v.C. in Mesopotamië (spijkerschrift), 3100 v.C. in
Egypte (hiërogliefen)).
- Het ontstaan van vroege steden in Soemerië - Mesopotamië, nu Irak - (3300 v.C.).
- Het ontstaan van een groot Egyptisch rijk (3100 v.C.). Dit was de eerste staat ter wereld.
- Het ontstaan van steden in vruchtbare gebieden in de wereld (tussen 2700 en 300 v.C.).
- In Mesopotamië ontstaat de eerste staat (2100 v.C.).
- De Chinezen hebben waarschijnlijk zonder invloed een schrift ontwikkeld (rond 1300 v.C.).
- Olmec, een stam in Mexico, ontwikkelt, zonder invloed van buitenaf, een schrift (800 v.C.).
- Het schrift wordt in Midden- en Zuid-Nederland voor het eerste gebruikt met de komst van
de Romeinen (50 v.C.).
Kenmerkende aspecten en tijdbalk
Kenmerkende aspecten:
De levenswijze van jagers-verzamelaars.
- Het verschijnen van homo sapiens in Afrika (140.000 v.C.).
- De laatste ijstijd is gaande (120.000-10.000 v.C.).
- De homo sapiens trekken naar Azië (80.000 v.C.) en Europa (40.000 v.C.).
- In Zuid-Europa worden grotschilderingen gemaakt (tussen 30.000 en 10.000 v.C.).
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
- Na de laatste ijstijd begint een koude en droge periode (ca. 11.000 v.C.).
- In het Midden-Oosten ontstaan landbouwsamenlevingen (tussen 9000 en 6000 v.C.).
- Mensen gaan aan veeteelt doen (7500 v.C.).
- In Noord-Afrika ontstaan landbouwsamenlevingen (rond 7000 v.C.).
- In Europa ontstaan landbouwsamenlevingen (rond 6000 v.C.).
- Mensen in het Midden-Oosten ontdekken hoe ze brons kunnen maken; de bronstijd
(ca. 3000 v.C.).
- Mensen in het Midden-Oosten ontdekken hoe ze ijzer kunnen maken; de ijzertijd
(ca. 1200 v.C.).
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
- Agrarische gemeenschappen gebruiken kleine voorwerpjes van klei om goederen te
registreren (vanaf 8000 v.C.).
- De uitvinding van het schrift (3300 v.C. in Mesopotamië (spijkerschrift), 3100 v.C. in
Egypte (hiërogliefen)).
- Het ontstaan van vroege steden in Soemerië - Mesopotamië, nu Irak - (3300 v.C.).
- Het ontstaan van een groot Egyptisch rijk (3100 v.C.). Dit was de eerste staat ter wereld.
- Het ontstaan van steden in vruchtbare gebieden in de wereld (tussen 2700 en 300 v.C.).
- In Mesopotamië ontstaat de eerste staat (2100 v.C.).
- De Chinezen hebben waarschijnlijk zonder invloed een schrift ontwikkeld (rond 1300 v.C.).
- Olmec, een stam in Mexico, ontwikkelt, zonder invloed van buitenaf, een schrift (800 v.C.).
- Het schrift wordt in Midden- en Zuid-Nederland voor het eerste gebruikt met de komst van
de Romeinen (50 v.C.).