Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Uitgewerkte leerdoelen micro-organismen (PMO)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
35
Geüpload op
02-02-2023
Geschreven in
2020/2021

Dit zijn de uitgewerkte leerdoelen van deeltoets 2 van het vak PMO. Het is een beknopte samenvatting van de stof over micro-organismen.

Voorbeeld van de inhoud

Leerdoelen micro-organismen
Leerdoelen week 7
1. Aangeven wat Antoni van Leeuwenhoek, Martinus Beijerinck,
Robert Koch, Carl Woese en Craig Venter betekend hebben
voor de microbiologie.
Antoni van Leeuwenhoek:
- Vergroting 300x
- Kon bacteriën zien in 1676

Martinus Willem Beijerinck:
- Tabaksmozaïek ziekte
- Filtratie experiment
- Bacteriën kunnen niet door het filter, maar deze ziekteverwekker kon er wel doorheen.
- Dus deze was kleiner dan bacteriën
- Ook kan hij niet de ziekteverwekkers vermenigvuldigen, behalve in de plant.
- Hij noemde dit een virus.
- Maar we konden ze nog niet zien.

Robert Koch:
- Manier om micro-organismen te ontwikkelen.
- Agar ontwikkeld
- Petri-dish

Carl Woese:
- Amerikaanse microbioloog
- Universal tree of life gebaseerd op ribosomale RNA genes
- Archaea apart domein

Craig Venter:
- Niet alleen gekeken naar het 16S rRNA, maar alle DNA sequencen
- Metagenomics/ shot gun sequencing
- Ze hebben voor de eerste keer het humane genoom gesequenced
- Global ocean sampling expedition

2. De groepen micro-organismen noemen met hun belangrijkste
karakteristieken.
Microbiologie definitie:
Studie van organismen opgebouwd uit een of meerdere cellen waarbij geen of zeer weinig cel
differentiatie optreedt, deze differentiatie betreft altijd de voortplanting of overleving en virussen.

Groepen micro-organismen:
- Prokaryoten (geen nucleus, geen organellen, eencellig)
o Domein bacteriën
 Geen kern
 Meestal peptidoglycaan in celwand
 Circulaire chromosomen
 flagel

, o Domein archaea
 Methanogenen behoren hierbij
 eencellig
 Extreme condities
 Geen kern
 Geen membraan-omgeven organellen
 Circulaire chromosomen
 Geen peptidoglycaan in celwand
 Flagel die convergent geëvolueerd is van die van de bacteriën
- Eukaryoten (wel een nucleus, wel organellen, veel groter)
o Schimmels
 Zijn altijd heterotroof.
 Kern en organellen
 Meer verwant aan dieren dan aan planten
 Vermenigvuldigen zich via sporen, geslachtelijk en ongeslachtelijk
 Chitine en glucaan in celwand
 Groeien in gist en filamenteuze vorm
o Protisten
 Alle eukaryoten die geen plant, dier of schimmel zijn.
 Kern en organellen
 Heterotroof of autotroof
 Geslachtelijk of ongeslachtelijk voortplanten

3. De vier verschillende vormen van voeding uitleggen en
herkennen.




4. Aangeven wat globaal het aantal kweekbare bacteriën in de
bodem is.
1-10%

, 5. De mogelijkheden en beperkingen van licht microscopie,
transmissie en scanning electronenmicroscopie bespreken.
- Lichtmicroscopie:
o Je kan de allerkleinste dingen niet zien.
- Elektronenmicroscopie:
o Nadelen
 Je kan niet diep het ding in.
 Twee oplossingen:
 Transmissie:
o Dunne coupes maken.
 Scanning:
o Metaal over een monster heen sprayt en dan kijk je alleen
naar oppervlakte.
 Je kan er alleen dode dingen mee bekijken.

6. Uitleggen hoe de Gram kleuring werkt, beschrijven hoe
celwanden van Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën
verschillen in structuur en hoe ze kleuren tijdens de Gram-
kleuring,.
grampositieve:
- paars
- plasmamembraan
- celwand met dikke laag peptidoglycaan

Gram-negatieve:
- Rood
- Plasmamembraan
- Celwand met dunne laag peptidoglycaan
- Maar wel een dubbele celwand met lipopolysacharaiden (LPS)
o Aan de ene kant hydrofoob en andere kant een suiker
o Signaalmolecuul voor het aangeboren deel van het immuunsysteem
- Minder gevoelig voor antibiotica, want dat kan niet door de buitenmembraan

Hoe werkt het?
- Je doet verschillende kleurstoffen (paars en rood) op het plaatje
waar de bacteriën op zitten.
- De grampositieve bacteriën houden de paarse kleurstof vast in
hun celwand.
- De gramnegatieve bacteriën houden de rode kleurstof vast in hun
celwand.

- In de Gram-kleuring kleuren alle bacteriën paars door kleuring
met kristalviolet. Daarna wordt er een kristalviolet-jodium complex gevormd.Tijdens de
ontkleuringsstap met alcohol wordt dit complex weggewassen in Gram-negatieven, maar
niet in Gram-positieven. Stap 6 is dus een belangrijke stap, want ontkleur je te kort, dan
blijven de Gram-negatieven paars, doe je dit te lang, dan ontkleuren zowel de Gram-
positieven als Gram-negatieven.

, 7. Structuren van de prokaryote cel benoemen.
- Klein
- Eencellig
- Geen organellen
- Geen kern, maar nucleoid
- Circulair DNA
- Meestal peptidoglycaan in celwand
- Flagel

8. Verschil aangeven en herkennen tussen complexe (rijke)
media en defined (minimale) media.
- Complexe rijke media:
o Een media met verschillende componenten die niet allemaal geïdentificeerd zijn.
o Zoals melk en bloed.
o Een ongedefinieerd of rijk medium bevat complexe ingrediënten, zoals gist extract
en pepton (afgebroken eiwitten), waardoor de samenstelling niet precies bekend is.
- Defined minimale media:
o Een media die bestaat uit exacte hoeveelheden geïdentificeerde componenten die
chemisch puur zijn.
o Een minimaal of gedefinieerd medium heeft bekende hoeveelheden van alle
ingrediënten

9. Verschil uitleggen tussen selectieve en differentiële media en
aangeven wat MacConkey medium is en hoe te interpreteren.
- Er zijn ook selectieve media die de groei van bepaalde micro-organismen mogelijk maken en
die van andere remmen.
- Daarnaast zijn er ook differentiële media die onderscheid kunnen maken tussen bacteriën
op basis van een bepaalde eigenschap.

- Een voorbeeld van een medium dat zowel selectief is als differentieel is MacConkey-
medium:
o Het bevat galzouten en is daarom selectief voor Gram-negatieve bacteriën. Deze
kunnen er wel op groeien, terwijl Gram-positieven geremd worden in hun groei.
o Daarnaast is het medium differentiëel, sinds het als koolstofbron lactose en pepton
bevat. Als een bacterie lactose kan vergisten dat wordt het medium zuur en kleurt
het donkerroze.

10. De verschillende fases in een groeicurve opnoemen en
aangeven wat er tijdens iedere fase gebeurt.
- Lagfase: de bacteriën passen zich aan
aan de groeiomstandigheden
- Logfase: de populatie groeit
exponentieel (de y-as is een log-schaal,
waardoor het een rechte lijn wordt)
- Stationaire fase: de populatie heeft
netto geen nieuwe bacteriën
- Afstervingsfase: het aantal bacteriën
neemt af

Documentinformatie

Geüpload op
2 februari 2023
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
pwdekorver

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
pwdekorver Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen