Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

MTO-A-MAW inleiding methodenleer (424501-B-5)

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
25
Geüpload op
03-02-2023
Geschreven in
2021/2022

Compacte maar duidelijke college aantekeningen voor het vak MTO A inleiding methodenleer. Goed cijfer gehaald met alleen naar de colleges gaan en uitgebreide aantekeningen opschrijven. Gaat vooral over alle experimentele designs (one shot case study, pretest posttest, solomon four group,,................) , validiteit, betrouwbaarheid, sampling designs (probability en non-probability) en nog heel veel andere begrippen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

MTO-A-MAW: inleiding methodenleer

Leer het plaatje van elaboratie !!!!

Algemene info
Survey: voor het generaliseren
Experiment: zelf opzetten, observeren,
Beschikbare data: voorafgaande onderzoeken / data die je van onderzoek kan ophalen / is al
bijgehouden
Veldonderzoek: in natuurlijke omgeving zelf noteren

Verschil tussen proposities & hypothesen
Theorie: wat groter stuk over hoe iets in de wereld werkt. Racisme ontstaan
Propositie: kleiner stukje van de theorie. Bouwsteen, specifieker. Zegt iets over effect land waar je
geboren bent of je racistisch bent. Algemener dan hypothese.
Hypothesen: nog specifieker, testbaar. Specifieker dan propositie.

Relatief belang: hoe sterk elke oorzaak is. Balgevoel en conditie bijv. Meerdere invloeden, welke is
daarin het belangrijkst.
Mediatie: effect wat via iets anders gaat. Hoe ouder je wordt hoe slechter je conditie, minder goed
marathon lopen. Leeftijd heeft niet per se invloed op hoe je de marathon loopt maar op je conditie
en die heeft invloed op het lopen van marathon.
Moderatie: als een effect sterker/minder sterk wordt gemaakt. Oudere mensen meer effect dan
jongere mensen.
Onecht verband: hoe meer brandweerauto’s hoe meer vuur. 2 dingen lijken samen te hangen maar
er is 1 reden voor beide variabelen.

Interne replicatie: elaboratie  geen verandering. De 3e variabele heeft dus blijkbaar geen effect op
de andere 2 want het blijft hetzelfde.

Eenheid van analyse: waarover je je uitspraak wilt doen. Het kleinste waarover je iets wil weten. .
Eenheid van observatie: wat je gaat bekijken
Eenheid met het kleinste detail in de hypothese

Buffering effect: moderatie effect, het effect wordt minder. Jongeren minder effect erop.
Spurious effect:
Intensifier effect: moderatie effect, het effect wordt meer. Ouderen meer effect erop.
Disorter effect (simpsons paradox): het lijkt het een, maar is tegenovergesteld. Mannen meer
aangenomen, o toch niet het zijn meer vrouwen.

Mogelijkheid om individuen in hun natuurlijke omgeving te observeren = veldonderzoek
Mogelijkheid om de onderzoeksresultaten te generaliseren = survey onderzoek
Mogelijkheid om formeel te toetsen of een sociale gebeurtenis of feit invloed uitoefent op het
gedrag of de mening van mensen = experiment
Mogelijkheid om nieuwe en relatief onbekende sociale problemen te onderzoeken = veldonderzoek

Conceptualisering verduidelijking en definiëren van de concepten
Operationaliseren observeerbaar maken van concepten ,meetbaar maken. In hoeverre is iets
aanwezig?

Betrouwbaarheid precisie en consistentie van de meting (target foto waar je op richt). Test vaker
afnemen steeds zelfde antwoorden.

,Validiteit de mate waarin het instrument meet wat het beoogt te meten.
Essentieel: hoe test je betrouwbaarheid en validiteit van een meetinstrument. Herkennen wanneer
een test van de kwaliteit van een meting te maken heeft met betrouwbaarheid dan wel met
validiteit.

Split-halves methode variabelen in 2e splitten, correleren ze? Aantal vragen zeggen ze is wel
betrouwbaar, andere helft dat ze niet betrouwbaar is, dat is raar. Wijzen de variabelen op hetzelfde.
Schaal hoort te correleren.
Index verzameling variabelen die niet hoeven te correleren.

Tentamen: denk na over de praktijk. In theorie kan het kloppen maar soms liggen onderwerpen
gevoelig (politieke keuze).



College week 1

Priming: mensen iets leren/beïnvloeden zonder dat ze het doorhebben (chicken wings).

Hoofdstuk 1: Grondvormen van sociale wetenschappen
Experimenteel onderzoek
Survey onderzoek
Veldonderzoek observatie
Beschikbare data
Voordelen/nadelen/wanneer gebruiken

Hoofdstuk 2: Cornerstones of social research
Proposities: algemene stelling over een regelmaat in de handeling (of opinie) van mensen
Theorie: verklaring geven voor de propositie of set aan proposities (niet speculeren), waarom?
Hypothese: toepassen van de propositie in concrete situatie

Inductively inducted research project
Cirkel van theorie naar hypothese naar observaties naar empirische veralgemenisering. Theorie
hypothese is deductief. Observaties  empirical generalisations is inductief.
Johan Denollet’s D-personality: 2 aspecten van personality NA negative affectivity & SI social
inhibition. D-type = Distress = combining NA + SI.

Deductively induced research project
Blau & Duncan: ongelijkheden die er zijn worden gereproduceerd. In dezelfde sociale klasse terecht
komen. In het model alleen gekeken naar de vader. Opleiding kind, baan, vaders baan en opleiding.

Hoofdstuk 3: Concepten, variabelen en hypothesen
Concepten: algemene abstracte omschrijving van een fenomeen (etnocentrisme/leeftijd).
Variabele: empirische manifestatie (hoe je het kan zien) van een concept (schaal die etnocentrisme
meet).
(Enkelvoudige bivariate)Hypothese: verwacht verband tussen 2 (of meer) variabelen dat kan worden
onderzocht (vb: vrouwen zijn gemiddeld gezien minder etnocentrisch dan mannen). X =
onafhankelijke variabele (oorzaak), Y = afhankelijke variabele (gevolg). VB: hoe hoger de emotionele
intelligentie van een persoon is hoe hoger het bedrag dat iemand aan goede doelen besteed =
metrische variabele (nominaal/categorisch als de variabele gewoon wel of niet zo is bijv depressief).

Ordinale variabelen  categorieën staan in een bepaalde volgorde (helemaal, neutraal, niet
helemaal).

, Meervoudige hypothese: verwacht verband tussen een afhankelijke Y en meerdere onafhankelijke
variabelen X1…n. 4 types:
1) Relatief belang van onafhankelijke variabelen (meervoudige oorzakelijkheid) in het verklaren van
de afhankelijke variabelen. Accenten leggen, X1 belangrijker dan X2 (++).
2) Mediatie: interpreterende hypothese, de invloed van de onafhankelijke variabele (X1) op de
afhankelijke variabele (y) is niet direct maar loopt via het effect van X1 op de mediërende of
interveniërende variabele (x2) = indirect effect. X1  -  X2  +  Y
Gedeeltelijke mediatie: direct + indirect effect. Ook een direct effect wat losstaat van mediatie. Een
effect op zich.
3) Modererend effect: interactiehypothese, invloed X op Y is conditioneel op moderator (X2) of het
effect van X1 op Y is verschillend naar geland de waarde van moderator X2. Conditioneel effect
(versterkend of verzwakkend). X1Y Van onderaf pijl naar het midden X2.
4) Schijnverband (spuriousness): gemeenschappelijke oorzaak (antecedent). Verklarende hypothese,
geobserveerd verband tussen X1 en Y is slecht ‘schijn’ want te verklaren vanuit de
gemeenschappelijke oorzaak X2. X2  naar boven X1
X2  naar voren  Y

Het conceptueel model
Grafische representatie van een set logisch samenhangende hypothesen: totaalplaatje. X1, X2, X3
met pijlen en +/- aangegeven naar Y.

Causaliteit
onechte verbanden (nonspuriousness). Als op hetzelfde moment aan alle oorzaken wordt voldaan.

- Associatie statistisch verband tussen variabelen. Onderzoek uitgevoerd en samengebracht
tot analyse. Geen perfect verband, er is een verband. Zwakke verbanden door meetfouten
(gebrekkige precisie) en multicausaliteit (elke variabele vertelt een klein stuk van het verhaal)
- Richting van het verband oorzaak gaat vooraf aan gevolg. Onafhankelijke variabele
beïnvloed afhankelijke variabele niet andersom. Soms voor de hand liggend (geboorte), niet
altijd.
- Afwezigheid van onechte verbanden Verband tussen variabelen mag niet worden
verklaard door externe (extraneous) variabelen/antecedenten (wat vooraf gaat aan alle x/y
variabele, gemeenschappelijke oorzaak). Controle op antecedenten is noodzakelijk voor het
vaststellen van causaliteit. Hoe meer controlevariabelen hoe waarschijnlijker de relatie.

Eenheid van analyse = over wie of wat uitspraken worden gemaakt (workteam)
Eenheid van observatie = waar observeer je het (ondervraag manager met eigenschappen team).

Geneste design = meerniveau data (multilevel). Data die zich niet beperken tot de verzameling van
gegevens op 1 bepaald niveau van eenheid van analyse. Combinatie gegevens verwijzend naar
verschillende eenheden van analyse. Individuen behoren tot groepen.

- Bronnen voor groepsgegevens: Nationale/regionale statistieken. Data uit andere
onderzoeken (koppeling op groepsniveau). Aggregeren vanuit individuele data.

Bepalen van eenheid van analyse wanneer hypothesen verwijzen naar meerniveau-data. 1: bepaal
eenheid van analyse per variabele vermeld in de hypothese. 2: eenheid van analyse die nodig is om
hypothese te toetsen is vaak die met kleinste detail (case>subgroep>groep)

Logical fallacies (misvattingen)
Conclusies trekken op een bepaald niveau op basis van resultaten op een ander niveau.

Documentinformatie

Geüpload op
3 februari 2023
Aantal pagina's
25
Geschreven in
2021/2022
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Guy moors
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

€5,29
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Personeelwetenschappen Jaar 1
-
4 2023
€ 10,99 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
moniquemartens03 Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
103
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
44
Documenten
18
Laatst verkocht
1 maand geleden

4,3

6 beoordelingen

5
3
4
2
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen