Atletiek reader.
Atletiek als (top) sport: Atletiek als bewegingsonderwijs:
Kerngedachte; maximale prestatie Kerngedachte; optimale prestatie.
snelheid, kracht en hoogte. Procesgericht.
Productgericht. Kenmerkende factoren toetsen op loopt -
Kernbegrippen: rivaliteit, prestatie en lukt’t - leeft’t - leert’t.
uniformiteit. Rekening houden met leerproces en
Wedstrijdreglement hanteren. persoonlijke omstandigheden.
Geen rekening houden met een leerproces Meting op afstand en tijd is objectief, maar
of persoonlijke omstandigheden. gerelateerd aan:
Getoetst wordt d.m.v. objectieve meting; o Mogelijkheden.
afstand – tijd – hoogte. o Persoonlijke omstandigheden.
o Aangepaste bewegingssituatie.
o Eigen ontwikkelingsproces.
Hoger dan hoog (1)
Fiberglasstok; sterk buigzame maar gelijktijdig zeer sterke karakter, kon deze nieuwe
stok een enorme hoeveelheid kinetische energie verwerken en opslaan.
Kenmerk polstokhoogspringen; hoger springen, dan zonder hulpmiddel.
Vertrouwen dat de stok niet breekt.
Gebruikmaken van de buigzame werking van de stok.
Vertrouwen in het materiaal laten toenemen + wennen aan de hantering van de stok
beginnen met steunspringen.
o Niet te hoge grip iets boven strekhoogte vasthouden met de handen ongeveer
op schouderbreedte uit elkaar.
o Driemaal R-principe.
1. Stok met je rechterhand boven vast pakken.
2. Stok aan de rechterzijde passeren.
3. Rechterbeen opschoppen, ofwel met links afzetten.
Principes stokhantering:
Stok relatief dicht langszij passeren zwaartepunt komt voldoende dicht boven
het steunpunt te liggen.
Van voldoende afstand inspringen.
o Niet met voldoende afstand inspringen ‘onderloop’, dan loop je het
risico dat je bij de insprong achterover valt.
o Afzetactie springer; met zijn afzetvoet onder de bovenste stokhand blijven
en deze niet passeren.
Een te hoge greephoogte in combinatie met een te trage afzet en teveel
onderloop, zal onherroepelijk leiden tot het terugvallen van de springer.
o Beperkte greephoogte.