Basisvaardigheden academisch schrijven (boek)
Hoofdstuk 2
Conceptuele denker = Je bedenkt in hoofd, voordat je gaat schrijven, de tekst in detail.
Associatieve denker = De tekst zal al schrijvend ontstaan.
Conceptuele denker = Heeft moeite met afwijken, houdt vast aan het originele idee.
Definitie goede schrijver = Een schrijver die in acceptabele tijd een goed resultaat levert.
Procesgericht schrijven = Het opdelen van schrijven in overzichtelijke deeltaken
Schrijffasen
- Voorbereiden
o Deeltaken
▪ Opdracht doorgronden
▪ Randvoorwaarden kennen
▪ Onderwerp
▪ Doel en lezers van de tekst vaststellen
▪ Informatie verzamelen
▪ Centrale vraag opstellen
▪ Informatie schiften op bruikbaarheid voor het antwoord op de centrale
vraag
- Structureren
- Reviseren
- Redigeren
‘’Writing to learn’’ = Het verkrijgen van dieper inzicht in de materie die je bestudeert door
erover te schrijven
Cyclisch proces
- Die schrijffasen die je hebt doorlopen, nogmaals doorlopen (soms wel 3 tot 4 keer).
- 1. Schrijversversie = ruwe versie
- 2. Conceptversie = voor feedback
- 3. Focussen op schrijfstijl, woordkeus, aanspreektaal, samenhang tussen
tekstonderdelen
- 4. Correctheid van informatie
Omgaan met feedback
- Herschrijven/reviseren
- Kill your darlings = Zinnen waarvan je soms toch afstand moet nemen.
Hoofdstuk 3
Analyse van de schrijfopdracht
- Voorbereiden (lezen van de opdracht)
o Doel
o Tekstsoort
o Doelgroep/lezer
o Schrijfstijl
o Randvoorwaarden
Onderwerp bedenken en afbakenen
- Onderwerp bedenken
o Tekstdoel
o Lezers
, o Centrale vraag
- Afbakenen
o Concreet maken van onderwerp
Mindmap
- Visuele weergave van concepten of informatie
o Groot vel papier en onderwerp in het midden
o Vanuit onderwerp vertakkingen maken
o Groepeer aspecten, zoek naar relaties
o Gebruik kleuren, symbolen, afbeeldingen en kaders
o Gebruik zo weinig mogelijk tekst (alleen steekwoorden)
Doel en lezers van de schrijfopdracht
- Tekstdoel/schrijfdoel is anders dan het doel van de opdracht
o Doel van de opdracht is dat je moet bewijzen/kunnen
- Beschrijven
o Met een beschrijvende tekst wil je een gebeurtenis, proces of persoon
beschrijven op grond van gelezen informatie
▪ Objectieve weergave van gelezen tekst, bevat geen meningen.
▪ Bevat geen conclusie, maar wel een samenvatting
- Verklaren
o Met een verklarende tekst wil je oorzaken geven
▪ Oorzaken die in de literatuur zijn vermeld en meestal beschouwd worden
als feit (=objectief). Eindigen met samenvatting
▪ Na onderzoek zelf oorzaken betogen. Bevat argumentatie en conclusie
- Betogen
o Mening of houding van lezer veranderen
▪ De kern wordt gevormd door meerdere argumenten die je mening
ondersteunen onderbouwd
▪ Eindigt met conclusie
- Adviseren
o Lezer aanraden om bepaalde optie te kiezen of juist niet
▪ Bevat argumenten en conclusie (net als betogende tekst)
• Een advies is immers een mening
Centrale vraag
- Belangrijk
o Open vraag
o Formuleer bondig en exact
o Formuleer zo objectief mogelijk
o Formuleer een enkelvoudige centrale vraag
- Subvragen
o Zijn alle vragen die nodig zijn om de centrale vraag te beantwoorden
o Wie, wat, waar, welke, waarvan, wanneer, hoe, etc.
, Hoofdstuk 4
Algemene indelingsprincipes
- In vorig hoofdstuk tekstplan opgesteld, dit betreft met name het middenstuk van de
tekst (de kern)
o Opdelen in logische volgorde van hoofdstukken en paragrafen
▪ Van algemeen naar detail
▪ Beginnen met probleem of oorzaak, daarna oplossing of resultaat
- Hanteer in je beschrijving van de onderwerpen per niveau steeds hetzelfde
indelingsprincipe
o Chronologisch
o Thematisch
o Geografisch
o Methodisch
Indelingsprincipes bij betogende en adviserende teksten
- Betogende tekst
o Stap 0
▪ Bepaal het standpunt
o Stap 1
▪ Zet het standpunt uiteen
o Stap 2
▪ Onderbouw het standpunt met een eerste argument
o Stap 3
▪ Geef één of meer (bijkomend(e)) argument(en)
o Stap 4
▪ Geef een tegenargument en weerleg het
o Stap 5
▪ Trek een conclusie
- Adviserende tekst
o Tekstschema bij adviserende centrale vraag
▪ Inleiding
▪ Beschrijving onderwerp
▪ *Eventueel verklaring onderwerp*
▪ Oordeel over onderwerp
▪ Informatieve opsomming van verschillende alternatieven als oplossing of
maatregel voor het onderwerp
▪ Betogende beoordeling van alternatieven
▪ Conclusie waarin advies wordt gegeven
Hoofdstuk 2
Conceptuele denker = Je bedenkt in hoofd, voordat je gaat schrijven, de tekst in detail.
Associatieve denker = De tekst zal al schrijvend ontstaan.
Conceptuele denker = Heeft moeite met afwijken, houdt vast aan het originele idee.
Definitie goede schrijver = Een schrijver die in acceptabele tijd een goed resultaat levert.
Procesgericht schrijven = Het opdelen van schrijven in overzichtelijke deeltaken
Schrijffasen
- Voorbereiden
o Deeltaken
▪ Opdracht doorgronden
▪ Randvoorwaarden kennen
▪ Onderwerp
▪ Doel en lezers van de tekst vaststellen
▪ Informatie verzamelen
▪ Centrale vraag opstellen
▪ Informatie schiften op bruikbaarheid voor het antwoord op de centrale
vraag
- Structureren
- Reviseren
- Redigeren
‘’Writing to learn’’ = Het verkrijgen van dieper inzicht in de materie die je bestudeert door
erover te schrijven
Cyclisch proces
- Die schrijffasen die je hebt doorlopen, nogmaals doorlopen (soms wel 3 tot 4 keer).
- 1. Schrijversversie = ruwe versie
- 2. Conceptversie = voor feedback
- 3. Focussen op schrijfstijl, woordkeus, aanspreektaal, samenhang tussen
tekstonderdelen
- 4. Correctheid van informatie
Omgaan met feedback
- Herschrijven/reviseren
- Kill your darlings = Zinnen waarvan je soms toch afstand moet nemen.
Hoofdstuk 3
Analyse van de schrijfopdracht
- Voorbereiden (lezen van de opdracht)
o Doel
o Tekstsoort
o Doelgroep/lezer
o Schrijfstijl
o Randvoorwaarden
Onderwerp bedenken en afbakenen
- Onderwerp bedenken
o Tekstdoel
o Lezers
, o Centrale vraag
- Afbakenen
o Concreet maken van onderwerp
Mindmap
- Visuele weergave van concepten of informatie
o Groot vel papier en onderwerp in het midden
o Vanuit onderwerp vertakkingen maken
o Groepeer aspecten, zoek naar relaties
o Gebruik kleuren, symbolen, afbeeldingen en kaders
o Gebruik zo weinig mogelijk tekst (alleen steekwoorden)
Doel en lezers van de schrijfopdracht
- Tekstdoel/schrijfdoel is anders dan het doel van de opdracht
o Doel van de opdracht is dat je moet bewijzen/kunnen
- Beschrijven
o Met een beschrijvende tekst wil je een gebeurtenis, proces of persoon
beschrijven op grond van gelezen informatie
▪ Objectieve weergave van gelezen tekst, bevat geen meningen.
▪ Bevat geen conclusie, maar wel een samenvatting
- Verklaren
o Met een verklarende tekst wil je oorzaken geven
▪ Oorzaken die in de literatuur zijn vermeld en meestal beschouwd worden
als feit (=objectief). Eindigen met samenvatting
▪ Na onderzoek zelf oorzaken betogen. Bevat argumentatie en conclusie
- Betogen
o Mening of houding van lezer veranderen
▪ De kern wordt gevormd door meerdere argumenten die je mening
ondersteunen onderbouwd
▪ Eindigt met conclusie
- Adviseren
o Lezer aanraden om bepaalde optie te kiezen of juist niet
▪ Bevat argumenten en conclusie (net als betogende tekst)
• Een advies is immers een mening
Centrale vraag
- Belangrijk
o Open vraag
o Formuleer bondig en exact
o Formuleer zo objectief mogelijk
o Formuleer een enkelvoudige centrale vraag
- Subvragen
o Zijn alle vragen die nodig zijn om de centrale vraag te beantwoorden
o Wie, wat, waar, welke, waarvan, wanneer, hoe, etc.
, Hoofdstuk 4
Algemene indelingsprincipes
- In vorig hoofdstuk tekstplan opgesteld, dit betreft met name het middenstuk van de
tekst (de kern)
o Opdelen in logische volgorde van hoofdstukken en paragrafen
▪ Van algemeen naar detail
▪ Beginnen met probleem of oorzaak, daarna oplossing of resultaat
- Hanteer in je beschrijving van de onderwerpen per niveau steeds hetzelfde
indelingsprincipe
o Chronologisch
o Thematisch
o Geografisch
o Methodisch
Indelingsprincipes bij betogende en adviserende teksten
- Betogende tekst
o Stap 0
▪ Bepaal het standpunt
o Stap 1
▪ Zet het standpunt uiteen
o Stap 2
▪ Onderbouw het standpunt met een eerste argument
o Stap 3
▪ Geef één of meer (bijkomend(e)) argument(en)
o Stap 4
▪ Geef een tegenargument en weerleg het
o Stap 5
▪ Trek een conclusie
- Adviserende tekst
o Tekstschema bij adviserende centrale vraag
▪ Inleiding
▪ Beschrijving onderwerp
▪ *Eventueel verklaring onderwerp*
▪ Oordeel over onderwerp
▪ Informatieve opsomming van verschillende alternatieven als oplossing of
maatregel voor het onderwerp
▪ Betogende beoordeling van alternatieven
▪ Conclusie waarin advies wordt gegeven