Celbio module 4 compleet
Deel 1 & 2: Signalen en perceptie https://www.youtube.com/watch?v=2jCYocd13Lw
Signaal → perceptie → transductie → omzetting in responsen
Lineaire intracellulaire signaleringsroute
Soorten signalen
• Aminozuren, peptides, proteïnes
• Vetzuren, lipiden
• Hormonen, groeifactoren
• Suikers
• Nucleotiden
• Gassen
• Ionen
• Nutriënten
• Temperatuur
• Licht
• Stress
• Osmotisch, mechanisch
Types signalen
• Extracellulair/intracellulair
• Lang/kortlevend
• Snel/langzaameffect
,Receptoren: signaleringssystemen
4 vormen van signalering tussen cellen:
1) Contact dependent
Kenmerken
• Signaal = molecuul aan celmembraan.
• Cellen hebben direct contact met elkaar via
oppervlaktereceptoren.
Voorbeelden
• Afweersysteem: immuunrespons
• Gap junctions
o Delen kleine moleculen waaronder intracellulaire signaalmoleculen →
gecoördineerde respons op extracellulaire signalen)
o Spiercellen
2) Paracrien:
Kenmerken:
• Lokaal effect van uitgescheiden signaal op omliggende
cellen.
Voorbeelden
• Lokaal werkende groeifactoren.
o Betrokken bij weefselherstel.
o VGEF/EGDF
• Cytokines: door witte bloedlichaampjes
geproduceerde stoffen die andere cellen
activeren.
• NO/ATP/RNA
• Endocannabinoïden
Uitleg bij afbeelding:
→ Zuurstoftekort (hypoxia) → toename intracellulaire
HIF (hypoxia-inducible factor - transcriptiefactor)
concentratie
→ HIF → transcriptie VEGF (groeifactor)
→ Afgifte VEGF → difussie door weefsel → endotheelcellen
→ Deling endotheelcellen → groei naar zuurstofarm gebied.
, Groeifactoren
→ Epidermal growth factor (EDGF)
→ Vascular endothelial growth factor (VEGF)
→ Kunnen groei van bloed- en lymfevaten reguleren
→ Kunnen door meerdere receptoren herkend worden → dimerisatie.
o Nieuwe bloed-/ en lymfe vaten zijn meer permeabel → metastase, kankercellen
verspreiden
3) Endocrien
Kenmerken:
• Signaal dat over een langere afstand getransporteerd
wordt en daar een effect heeft.
• Signalen = hormonen (adrenaline, cortisol, glucagon,
insuline, testosteron)
4) Synaptisch
Kenmerken:
• Neurotransmitterafhankelijk signaal naar andere cellen.
Deel 1 & 2: Signalen en perceptie https://www.youtube.com/watch?v=2jCYocd13Lw
Signaal → perceptie → transductie → omzetting in responsen
Lineaire intracellulaire signaleringsroute
Soorten signalen
• Aminozuren, peptides, proteïnes
• Vetzuren, lipiden
• Hormonen, groeifactoren
• Suikers
• Nucleotiden
• Gassen
• Ionen
• Nutriënten
• Temperatuur
• Licht
• Stress
• Osmotisch, mechanisch
Types signalen
• Extracellulair/intracellulair
• Lang/kortlevend
• Snel/langzaameffect
,Receptoren: signaleringssystemen
4 vormen van signalering tussen cellen:
1) Contact dependent
Kenmerken
• Signaal = molecuul aan celmembraan.
• Cellen hebben direct contact met elkaar via
oppervlaktereceptoren.
Voorbeelden
• Afweersysteem: immuunrespons
• Gap junctions
o Delen kleine moleculen waaronder intracellulaire signaalmoleculen →
gecoördineerde respons op extracellulaire signalen)
o Spiercellen
2) Paracrien:
Kenmerken:
• Lokaal effect van uitgescheiden signaal op omliggende
cellen.
Voorbeelden
• Lokaal werkende groeifactoren.
o Betrokken bij weefselherstel.
o VGEF/EGDF
• Cytokines: door witte bloedlichaampjes
geproduceerde stoffen die andere cellen
activeren.
• NO/ATP/RNA
• Endocannabinoïden
Uitleg bij afbeelding:
→ Zuurstoftekort (hypoxia) → toename intracellulaire
HIF (hypoxia-inducible factor - transcriptiefactor)
concentratie
→ HIF → transcriptie VEGF (groeifactor)
→ Afgifte VEGF → difussie door weefsel → endotheelcellen
→ Deling endotheelcellen → groei naar zuurstofarm gebied.
, Groeifactoren
→ Epidermal growth factor (EDGF)
→ Vascular endothelial growth factor (VEGF)
→ Kunnen groei van bloed- en lymfevaten reguleren
→ Kunnen door meerdere receptoren herkend worden → dimerisatie.
o Nieuwe bloed-/ en lymfe vaten zijn meer permeabel → metastase, kankercellen
verspreiden
3) Endocrien
Kenmerken:
• Signaal dat over een langere afstand getransporteerd
wordt en daar een effect heeft.
• Signalen = hormonen (adrenaline, cortisol, glucagon,
insuline, testosteron)
4) Synaptisch
Kenmerken:
• Neurotransmitterafhankelijk signaal naar andere cellen.