Hoofdstuk 2: Het onderzoeksplan
Wetenschappelijke integriteit:
● Alle beslissingen achteraf kunnen laten zien (Transparantie)
● Gegevens moeten vindbaar, toegankelijk, geschikt voor gezamenlijke bewerking en herbruikbaar zijn.
Onderzoeksplan - Systematisch geheel van methodologische beslissingen
● ⅓ van de tijd van het onderzoek uittrekken voor het onderzoeksplan
● Doe het samen met anderen
10 onderdelen van het onderzoeksplan:
Probleemstelling: Wat en waarom?
1. Vraagstelling: Wat wil je precies weten?
2. Doelstelling: Waarom wil je dit weten?
3. Theoretisch raamwerk, eventueel conceptueel model
Onderzoeksontwerp: Hoe?
4. Hoe wil je je onderzoek opzetten?
5. Dataverzamelingsplan: Wat voor data wil je verzamelen?
6. Steekproefplan: Bij wie wil je die data verzamelen?
7. Wanneer wil je die data verzamelen?
8. Waar wil je die data verzamelen?
9. Data-analyseplan: Hoe wil je die data analyseren?
10. Rapportageplan: Hoe wil je rapporteren?
Voorbereidend literatuuronderzoek
Eerst verkennen welke literatuur er al is over je onderwerp, voorkennis activeren en andere onderzoeken zien.
- Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek
● Kennisproblemen
● Doel: Ontwikkeling/toetsing theorieën
● Vanuit welke theorieën is het onderwerp al eens benaderd en wat ontbreekt er nog?
● Vraagstelling > Doelstelling > Theoretisch raamwerk
- Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek
● Praktijkproblemen
● Doel: Kennis voor besluitvorming bij praktijkproblemen
● Met welke kennis lossen andere mensen soortgelijke problemen op en wat ontbreekt er?
● Doelstelling > Vraagstelling
- Onderzoeksontwerp
Kijken qua onderzoeksontwerp naar andere onderzoeken.
● Wordt het onderzoek anders met een ander onderzoeksontwerp?
● Wanneer en waar zijn die onderzoeken uitgevoerd?
● Wat voor steekproefplan is er geweest?
Probleem(stelling) = Vraagstuk/samenhangende onderzoeksvragen
1. Vraagstelling: Hoofdvraag onderzoek + deelvragen
● Beschrijvende vraagstelling - Geen causale verbanden
○ Wie, wat voor, welke, wanneer, hoe?
○ Proces totstandkoming beschrijven
○ Vergelijking tenminste 2 tijdstippen = beschrijvende trend vraagstelling
○ Vergelijking tenminste 2 locaties = beschrijvende vergelijkende of comparatieve
vraagstelling
● Verklarende vraagstelling - Causaliteit (Beginnen bij het gevolg)
○ Waarom, waardoor, hoe komt het dat, wat is de reden voor?