Inleiding belastingrecht
Lecture 1: beginselen van belastingheffing, loonbelasting en inkomstenbelasting
Het betalen van belasting
Iedereen betaalt evenveel belasting, dit wordt het gelijkheidsbeginsel genoemd. Hoeveel die belasting precies bedraagt,
wordt berekend naar rato van het besteedbaar inkomen, het draagkrachtbeginsel.
Drie functies van het belastingrecht
1) Budgettaire functie: inkomstenbron en financiering.
2) Instrumentele functie: herverdeling van inkomsten (bijvoorbeeld sociaal) en gedragssturend (bijvoorbeeld milieu).
3) Belasting/retributie: bijvoorbeeld paspoortleges, collegegeld.
Dienstbetrekking
De kenmerken van een dienstbetrekking, art. 2 lid 1 LB:
De werknemer verricht de arbeid zelf
Er is een gezagsverhouding
De werkgever betaalt loon aan de werknemer
Belastingontwijking, art. 3 jo. 4 LB: ‘geen arbeidsovereenkomst’.
Fictieve dienstbetrekking Thuiswerker, betaalde stagiair, meewerkend kind, sporter.
Wat is loon? Art. 10 LB
Hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten. Loon wordt breed uitgelegd, want niet alleen loon, maar ook loon in
natura (bijvoorbeeld auto van de zaak) worden tot het loon gerekend.
Hetgeen uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten.
Binnen de dienstbetrekking géén aftrek van beroepskosten die niet door de werkgever worden vergoed. Bij winst uit
ondernemingen resultaat uit overige werkzaamheden wel (geheel of forfaitaire) aftrek van de gemaakte kosten.
Werkkostenregeling, art. 31 jo. 31a LB
De werkgever dient 80% in te houden op de (kosten)vergoedingen en verstrekkingen voor zover er meer kosten worden
gemaakt dan 1,2% van de loonsom, de zogenaamde vrije ruimte.
Er zijn nihilwaarderingen voor bepaalde posten, zoals computers, ov-abonnementen en auto van de zaak (<19ct/km).
Bij de werkkostenregeling is het mogelijk om onderscheid tussen bepaalde werknemers te maken. Dit omdat de totale
loonsom wordt verdeeld, en niet per persoon geldt.
Pensioen, art. 18 e.v. LB
Bij pensioen is de omkeerregel van toepassing: niet de beloning (de toekenning op aanspraak op pensioen) is belast, maar
de uitkering zelf.
Betaling pensioenpremie werkgever = geen loon
Betaling pensioenpremie werknemer = aftrekbaar
De loonheffing
Krachtens art. 6 LB is de werkgever de inhoudsplichtige. De belasting wordt dan ook ingehouden op het loon van de
belastingplichtige en uiteindelijk afgedragen aan de fiscus.
Er is veelal sprake van een voorheffing op de inkomstenbelasting, zie art. 9.2 IB, behalve de werkkosten (eindheffing).
Bronnentheorie voor inkomsten
Inkomsten zijn alléén belast indien ze behoren tot een in de wet benoemde bron van inkomen. De privésfeer is géén bron
van inkomen. Ook de prijs uit een loterij of een erfenis is geen inkomstenbron.
Lecture 1: beginselen van belastingheffing, loonbelasting en inkomstenbelasting
Het betalen van belasting
Iedereen betaalt evenveel belasting, dit wordt het gelijkheidsbeginsel genoemd. Hoeveel die belasting precies bedraagt,
wordt berekend naar rato van het besteedbaar inkomen, het draagkrachtbeginsel.
Drie functies van het belastingrecht
1) Budgettaire functie: inkomstenbron en financiering.
2) Instrumentele functie: herverdeling van inkomsten (bijvoorbeeld sociaal) en gedragssturend (bijvoorbeeld milieu).
3) Belasting/retributie: bijvoorbeeld paspoortleges, collegegeld.
Dienstbetrekking
De kenmerken van een dienstbetrekking, art. 2 lid 1 LB:
De werknemer verricht de arbeid zelf
Er is een gezagsverhouding
De werkgever betaalt loon aan de werknemer
Belastingontwijking, art. 3 jo. 4 LB: ‘geen arbeidsovereenkomst’.
Fictieve dienstbetrekking Thuiswerker, betaalde stagiair, meewerkend kind, sporter.
Wat is loon? Art. 10 LB
Hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten. Loon wordt breed uitgelegd, want niet alleen loon, maar ook loon in
natura (bijvoorbeeld auto van de zaak) worden tot het loon gerekend.
Hetgeen uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten.
Binnen de dienstbetrekking géén aftrek van beroepskosten die niet door de werkgever worden vergoed. Bij winst uit
ondernemingen resultaat uit overige werkzaamheden wel (geheel of forfaitaire) aftrek van de gemaakte kosten.
Werkkostenregeling, art. 31 jo. 31a LB
De werkgever dient 80% in te houden op de (kosten)vergoedingen en verstrekkingen voor zover er meer kosten worden
gemaakt dan 1,2% van de loonsom, de zogenaamde vrije ruimte.
Er zijn nihilwaarderingen voor bepaalde posten, zoals computers, ov-abonnementen en auto van de zaak (<19ct/km).
Bij de werkkostenregeling is het mogelijk om onderscheid tussen bepaalde werknemers te maken. Dit omdat de totale
loonsom wordt verdeeld, en niet per persoon geldt.
Pensioen, art. 18 e.v. LB
Bij pensioen is de omkeerregel van toepassing: niet de beloning (de toekenning op aanspraak op pensioen) is belast, maar
de uitkering zelf.
Betaling pensioenpremie werkgever = geen loon
Betaling pensioenpremie werknemer = aftrekbaar
De loonheffing
Krachtens art. 6 LB is de werkgever de inhoudsplichtige. De belasting wordt dan ook ingehouden op het loon van de
belastingplichtige en uiteindelijk afgedragen aan de fiscus.
Er is veelal sprake van een voorheffing op de inkomstenbelasting, zie art. 9.2 IB, behalve de werkkosten (eindheffing).
Bronnentheorie voor inkomsten
Inkomsten zijn alléén belast indien ze behoren tot een in de wet benoemde bron van inkomen. De privésfeer is géén bron
van inkomen. Ook de prijs uit een loterij of een erfenis is geen inkomstenbron.