Werkgroep 6
Vraag 1
a. Geef aan wat onder de hieronder genoemde typen besluiten wordt verstaan en waarin
zij van elkaar verschillen. Noem waar relevant de toepasselijke bepalingen uit de Awb.
a. Algemeen verbindend voorschrift
Algemeen geldende regels (in de zin van een voor herhaalde toepassing vatbaar
voorschrift, niet gericht tot geïndividualiseerde of te individualiseren personen of
gevallen, het geldt voor iedereen)
Het heeft een externe werking (het is bedoeld voor buiten de overheidsorganisatie,
het geldt voor burgers)
Het is vastgesteld door een orgaan dat daartoe de bevoegdheid aan een wet of de
Grondwet ontleend
Het is een wet in materiële zin
Voorbeeld: Gemeentelijke verordeningen (verordening opgesteld door de
gemeenteraad, waarin staat dat voor het voeren van een terras een vergunning nodig
is)
Aantekening
Kenmerken van een wet in materiële zin (week 2)
Algemeen besluit (voor een onbepaalde groep burgers; het hoeft niet alle burgers te
betreffen, maar een zekere onbepaalde groep)
Voor herhaalde toepassing vatbaar (d.w.z. steeds wanneer….)
Burgers en overheidsorganen binden
De bevoegdheid put uit (heeft grondslag in/is herleidbaar tot) een wet in formele zin
of de Grondwet
b. Beleidsregel (de letterlijke definitie staat in 1:3 lid 3 AWB)
Een algemene regel, niet zijde een algemeen verbindend voorschrift
Het gaat over de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van
voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van en bestuursorgaan
Het is vastgesteld door een bestuursorgaan
Het heeft geen wettelijke grondslag
Er is geen wettelijke bepaling voor de wijziging en vaststelling van beleidsregels
Het bindt alleen het bestuur
Er kan van worden afgeweken
We hebben beleidsregels om de vrije bevoegdheid van een bestuursorgaan te regelen
Voorbeeld: terrassenbeleid, het bestuur bindt zichzelf. Dit komt de consistentie ten
goede
c. Beschikking (de letterlijke definitie staat in 1:3 lid 2 AWB)
Een besluit dat niet van algemene strekking is
Het heeft inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan (je rechtspositie
veranderd niet, maar omdat het aangemerkt wordt als een besluit kan je er wel tegen
in bezwaar en beroep gaan)
Het is een besluit voor en individueel of concreet geval
Vraag 1
a. Geef aan wat onder de hieronder genoemde typen besluiten wordt verstaan en waarin
zij van elkaar verschillen. Noem waar relevant de toepasselijke bepalingen uit de Awb.
a. Algemeen verbindend voorschrift
Algemeen geldende regels (in de zin van een voor herhaalde toepassing vatbaar
voorschrift, niet gericht tot geïndividualiseerde of te individualiseren personen of
gevallen, het geldt voor iedereen)
Het heeft een externe werking (het is bedoeld voor buiten de overheidsorganisatie,
het geldt voor burgers)
Het is vastgesteld door een orgaan dat daartoe de bevoegdheid aan een wet of de
Grondwet ontleend
Het is een wet in materiële zin
Voorbeeld: Gemeentelijke verordeningen (verordening opgesteld door de
gemeenteraad, waarin staat dat voor het voeren van een terras een vergunning nodig
is)
Aantekening
Kenmerken van een wet in materiële zin (week 2)
Algemeen besluit (voor een onbepaalde groep burgers; het hoeft niet alle burgers te
betreffen, maar een zekere onbepaalde groep)
Voor herhaalde toepassing vatbaar (d.w.z. steeds wanneer….)
Burgers en overheidsorganen binden
De bevoegdheid put uit (heeft grondslag in/is herleidbaar tot) een wet in formele zin
of de Grondwet
b. Beleidsregel (de letterlijke definitie staat in 1:3 lid 3 AWB)
Een algemene regel, niet zijde een algemeen verbindend voorschrift
Het gaat over de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van
voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van en bestuursorgaan
Het is vastgesteld door een bestuursorgaan
Het heeft geen wettelijke grondslag
Er is geen wettelijke bepaling voor de wijziging en vaststelling van beleidsregels
Het bindt alleen het bestuur
Er kan van worden afgeweken
We hebben beleidsregels om de vrije bevoegdheid van een bestuursorgaan te regelen
Voorbeeld: terrassenbeleid, het bestuur bindt zichzelf. Dit komt de consistentie ten
goede
c. Beschikking (de letterlijke definitie staat in 1:3 lid 2 AWB)
Een besluit dat niet van algemene strekking is
Het heeft inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan (je rechtspositie
veranderd niet, maar omdat het aangemerkt wordt als een besluit kan je er wel tegen
in bezwaar en beroep gaan)
Het is een besluit voor en individueel of concreet geval