3.1 Zwakke plekken van de Republiek van Weimar
Aan het eind van WO1 werd Duitsland de Republiek van Weimar, uitgeroepen
door sociaaldemocratische regering. De regering was wankel door 3 redenen:
De regering moet wapenstilstand tekenen in de oorlog die zij hadden
begonnen
Bevolking heeft weinig vertrouwen in de regering
Slechte economie door WO1, herstelbetalingen en verlies van grondstofrijke
gebieden
De regering van Republiek van Weimar heeft veel tegenstand van verschillende
groepen:
Communisten (KPD)
Communisten werken mee in Republiek van Weimar om propaganda te
maken voor hun eigen ideaal. Ze willen zelf aan de macht.
Nationalisten en conservatieven
Nationalisten en conservatieven willen het keizerrijk terug met minder macht
voor politieke partijen en meer macht voor hunzelf. Ze vinden dat WO1
verloren is door socialisten. Afkeer en angst voor communisme, wat in
Republiek van Weimar niet goed wordt bestreden.
Teleurgestelde ex-soldaten
Teleurgestelde ex-soldaten sluiten zich aan bij communistische, conservatieve
of fascistische groepen. Werkloos. Ze geven regering van de Republiek de
schuld van alles wat verkeerd is. Vijandig tegenover de parlementaire
democratie.
Tegenstanders van Republiek van Weimar houden de regering verantwoordelijk
voor:
Nederlaag WO1
Verdrag van Versailles 1919
Slechte economische toestand
Leiders van partijen in Republiek van Weimar willen door een vreedzame politiek
aanzien in Europa en ze willen steun van de meerderheid van de bevolking. Dit
wordt belemmerd door Verdrag van Versailles:
Duitsland krijgt schuld WO1 en herstelbetalingen aan Geallieerden
Duitsland moet grondgebieden afstaan:
- Aan België en Polen, Oost-Pruisen komt los van Duitsland
- Aan Frankrijk Elzas-Lotharingen
- Duitse kolonies verdeeld onder Geallieerden
Duitsland moet ontwapenen: alleen kleine oorlogsschepen en een klein
beroepsleger
Duitsland heeft achterstand in herstelbetalingen. Daarom bezetten Fransen en
Belgen in 1923 Ruhrgebied, waarna arbeiders in staking gaan, maar Duitse
regering blijft lonen doorbetalen. Dit leidt tot een hyperinflatie door het drukken
van veel bankbiljetten. Door de inflatie ontstaat in 1923 een economische crisis.
Rond 1925 bloeit Duitse economie weer op door verschillende redenen:
Verzoeningspolitiek met Frankrijk
Aristide Brand wordt in 1925 minister van Buitenlandse Zaken en samen met
de Duitse minister begint hij Frans-Duitse politieke toenadering.
Dawesplan
, Charles Dawes komt met beleid in 1924:
- Jaarlijks aandeel in aflossen van herstelbetalingen wordt gekoppeld aan
economische draagkracht Duitsland
- Amerika geeft 1925 leningen aan Duitsland
Door het Dawesplan vertrekken Frankrijk en België uit Ruhrgebied en er is
tijdelijk economisch herstel, waardoor tussen 1924-1929 stabiele regeringen
kwamen.
3.2 De nazi’s profiteren van de economische crisis van 1929
Oktober 1929 waarde van aandelen op de beurs van Wall Street in New York
dalen: Amerikaanse Beurskrach met economische crisis als gevolg. Grote
werkloosheid. Crisis slaat over naar Europa. Amerika vraagt leningen terug, met
name Duitsland, die de leningen nog steeds nodig heeft. Duitse bedrijven die op
leningen leunen gaan failliet. 1930 aantal werklozen groeit.
De crisis is gunstig voor nazi’s voor verschillende redenen:
Economische crisis wordt politieke crisis
Politieke instabiliteit komt terug en partijen vinden geen oplossing voor
politieke problemen. Coalitieregering valt 1930 uiteen. Rijkspresident en
Rijkskanselier gaan regeren met noodverordeningen: in een noodtoestand
mag alle macht in handen liggen van Rijkspresident en Rijkskanselier.
NSDAP profiteert van de crisis
Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei met Führer Adolf Hitler.
Aanhangers zijn nazi’s. NSDAP biedt een alternatief aan voor parlementaire
democratie en Hitler belooft het land te leiden naar welvaart, nationale
eenheid en ongedaan maken van Verdrag van Versailles.
NSDAP is in 1920 opgericht. In 1923 landelijk bekend door mislukte staatsgreep,
waarna Hitler gevangenisstraf kreeg. 1925 tweede poging tot staatsgreep:
NSDAP is massaorganisatie dmv propaganda en paramilitair vertoon.
Fascisme is totalitaire ideologie. Dit zijn kenmerken van fascisme:
Fascisme is negatief
Veel aandacht voor zaken waar men tegen is: persoonlijke vrijheid, verdeling
van het volk, socialisme, communisme, liberalisme.
Belang eigen groep voorop
Fascisme is ultranationalistisch
Eigen staat is de beste en moet over alle volken heersen.
Fascisme wil 1 corporatieve staat
Samenleving moet georganiseerd zijn in beroepsgroepen (corporaties).
Mensen zijn niet gelijk, hogeren moeten volk leiden
1 leider aan het hoofd
Beheersing van alle cultuuruitingen
De staat maakt uit wat goed of slecht is.
Verstand als basis voor handelen is slechter dan gevoel als basis voor
handelen
Intellectuelen hebben hoofdarbeid als beroep en zijn geen bouwstenen voor
Volksgemeinschaft.
Fascisme verheerlijkt de daad
Vrouwen zorgen voor kinderen en gezin
Rassenleer
3 rassen:
- 1 hoogwaardig ras