Onjuist, een lage rugpijn doe onvoldoende kan worden verklaard door aandoening: de
ene keer doet het wel pijn, de andere keer niet
2. Lagerugpijn die in verband wordt gebracht met een aandoening van een lumbale discus
intervertebralis zonder radiculaire betrokkenheid is a-specifieke lagerugpijn.
Juist, contained disc lesion
3. Lagerugpijn moet uitsluitend worden gezien als het gevolg van actuele prikkeling van
Nocisensoren in de lendenwervelkolom.
Onjuist
4. Lagerugpijn is een raadselachtig fenomeen: het verwijst naar zowel culturele als
persoonlijke aspecten.
Juist
5. Lagerugpijn verwijst altijd naar actuele weefselschade binnen de lendenwervelkolom.
Onjuist
6. Lumbale disci intervertebralis kunnen geen pijn veroorzaken omdat zij geen nocisensoren
Bevatten
Onjuist, Blz. 46 boekje John
7. Alarmtekens zijn onder andere generieke symptomen van aandoeningen die medische
Diagnostiek vereisen.
Juist
8. Bij aanhoudende lagerugpijn is het de ander uitdagen om zichzelf te begrijpen een
waardevol element van hulpverlenen.
Juist
9. De relatie tussen fysiotherapie en lagerugpijn beïnvloeding berust op zowel het
beïnvloeden van persoonlijke perceptie als het remmen van activiteit van nocisensoren.
Juist
10. Een voor de fysiotherapeut belangrijk probleem van effectstudies is de implementatie van
de gevonden resultaten naar individuele gevallen.
Juist
11. Het baseren van klinische besluiten op autoriteitsdenken is een belangrijk onderdeel van
EBP.
Onjuist
12. Interne validiteit en externe validiteit zijn beide begrippen die verwijzen naar de mate van
overeenkomst tussen een testresultaat en de aanwezigheid van een aandoening.
Juist
13. Een klinische studie test de werkzaamheid en veiligheid van een interventie of een
Medicament.
Juist
14. Conclusies uit narratieve redeneringen kunnen per definitie niet op plausibiliteit worden
beoordeeld.
Juist