Kennistoets kwartaal 1
Versie A
1. De WW I van het fysiotherapeutische lichamelijk onderzoek wordt alleen toegepast binnen procedurele
biomedische handelingen redeneringen die conclusies in termen van aandoeningen toe doel hebben.
Onjuist, conclusie over een aandoening trek je met een werkwijze II test
2. Het binnen één zitting toepassen van zowel WW I als WW II van het lichamelijk onderzoek moet als
onjuist worden beoordeeld.
Onjuist
3. De werkwijze II van het lichamelijk onderzoek behelst het toepassen van tests die in relatie tot het
gepresenteerde gezondheidsprobleem veelzeggend zijn met betrekking tot herkenning van die aandoening
waar het gepresenteerde patroon naar verwijst.
Juist
4. In een fysiotherapeutische behandelreeks blijven diagnostische en therapeutische verrichtingen elkaar
afwisselen.
Juist
5. In een fysiotherapeutisch begrippenkader zijn ‘patroon’ en ‘profiel’ identieke begrippen.
Onjuist
6. Doelstellingen van het lichamelijk onderzoek worden geformuleerd in termen van weten.
Juist
7. Iedere beweging van een botstuk is driedimensionaal.
Juist
8. Intern valideren betekent kritisch stilstaan bij veronderstelde logische verbanden.
Juist, intern valideren is de mate waarin het rederneren juist is
9. De verwijzing van een arts ontslaat de fysiotherapeut van diagnostiek gericht op andere aandoeningen
dan die van de verwijzing.
Onjuist
10. Nocisensoren informeren uitsluitend over schade.
Onjuist , ook over dreigende beschadiging
11. De aard van de belasting waardoor weefselschade is tot stand gebracht, speelt een rol bij de activatie
van vrije zenuwuiteinden van het type IV.
Onjuist, type III
12. Cognitieve interpretaties spelen een rol bij de perceptie van het signaal over zenuwvezels van het type
IV.
Juist
13. Selectief stimuleren van zenuwvezels van het type II kan onder bepaalde omstandigheden de
nocisensorische transmissie binnen de achterhoorn van het ruggenmerg remmen.
Juist
Versie A
1. De WW I van het fysiotherapeutische lichamelijk onderzoek wordt alleen toegepast binnen procedurele
biomedische handelingen redeneringen die conclusies in termen van aandoeningen toe doel hebben.
Onjuist, conclusie over een aandoening trek je met een werkwijze II test
2. Het binnen één zitting toepassen van zowel WW I als WW II van het lichamelijk onderzoek moet als
onjuist worden beoordeeld.
Onjuist
3. De werkwijze II van het lichamelijk onderzoek behelst het toepassen van tests die in relatie tot het
gepresenteerde gezondheidsprobleem veelzeggend zijn met betrekking tot herkenning van die aandoening
waar het gepresenteerde patroon naar verwijst.
Juist
4. In een fysiotherapeutische behandelreeks blijven diagnostische en therapeutische verrichtingen elkaar
afwisselen.
Juist
5. In een fysiotherapeutisch begrippenkader zijn ‘patroon’ en ‘profiel’ identieke begrippen.
Onjuist
6. Doelstellingen van het lichamelijk onderzoek worden geformuleerd in termen van weten.
Juist
7. Iedere beweging van een botstuk is driedimensionaal.
Juist
8. Intern valideren betekent kritisch stilstaan bij veronderstelde logische verbanden.
Juist, intern valideren is de mate waarin het rederneren juist is
9. De verwijzing van een arts ontslaat de fysiotherapeut van diagnostiek gericht op andere aandoeningen
dan die van de verwijzing.
Onjuist
10. Nocisensoren informeren uitsluitend over schade.
Onjuist , ook over dreigende beschadiging
11. De aard van de belasting waardoor weefselschade is tot stand gebracht, speelt een rol bij de activatie
van vrije zenuwuiteinden van het type IV.
Onjuist, type III
12. Cognitieve interpretaties spelen een rol bij de perceptie van het signaal over zenuwvezels van het type
IV.
Juist
13. Selectief stimuleren van zenuwvezels van het type II kan onder bepaalde omstandigheden de
nocisensorische transmissie binnen de achterhoorn van het ruggenmerg remmen.
Juist