De globale afmeting noemen van een dierlijke cel (10-100 μm), een
bacterie (1- 10 μm) en een eiwit (ca. 5 nm).
Dierlijke cel: 10-100 μm
Eiwit: ca. 5 nm
Bacterie: 1-10 μm
De stappen beschrijven van celfractionering.
Het neemt cellen apart en verdeeld grote organellen en andere
subcellulaire structuren met centrifuge
Verschillen en overeenkomsten benoemen tussen prokaryote en
eukaryote cel- len.
Prokaryote Eukaryote
Geen celkern Celkern
Klein Groot
Circulair DNA Lineaire DNA
Uitleggen waarom er een ondergrens en een bovengrens is voor
celgrootte.
De grootte van een cel heeft
- een maximum: diffusietijden, membraanactiviteit
- een minumum: ruimte voor DNA en alle eiwitten etc.
Het belang uitleggen van compartimentalisatie van de eukaryote cel.
De structuur en functie van de kern beschrijven en in het kort aangeven
hoe de kern de
eiwitsynthese stuurt.
Chromatine: In de kern zit
chromatine hierin ligt
genetisch DNA.
Nucleolus: synthese
ribosomen
Kernmembraan: bekleed
met eiwit