Samenvatting Rechtsfilosofie
als onderdeel van de cursus
Recht en Samenleving
Boek: Mens en Mensenrechten, basisboek rechtsfilosofie van Thomas Merkens
HBOrechten, Hogeschool Utrecht
1
, Hoofdstuk 1, 2, 3
Mensenrechten
Natuurrecht en Rechtspositivisme
______________________________________________________________________
2 visies op het recht
● Natuurrecht: samenhangend verband tussen recht en moraal
→ onrechtvaardig recht = geen recht (ondraaglijkheidsformulering Radbruch)
4 kenmerken:
er bestaan morele criteria
die zijn kenbaar
recht dient hiermee overeen te komen
indien niet: geen recht
● Rechtspositivisme : geen verband recht en moraal; gelding berust op handhaving
○ Normatief rechtspositivisme : wet is wet, hier moet je aan gehoorzamen
(beveltheorie Austin)
○ Beschrijvend rechtspositivisme : Wet is wet, maar er aan houden is een
tweede(Hart)
→ termen ‘wettelijk onrecht’ en ‘bovenwettelijk recht’ zijn in interne tegenspraak volgens
rechtspositivisten, omdat er niets naast of boven de wet bestaat. Deze termen impliceren dat
er wel iets naast of boven de wet geldt.
→ VB: ‘De rechtvaardigheid van een wet speelt ook mee’ is iets wat een rechtspositivist
nooit zou zeggen; het is een uitspraak voor een natuurrecht denker.
RADBRUCH(natuurrecht)
ondraaglijkheidsformulering
verloocheningsformulering
Een goede wet bestaat uit 3 waarden(op volgorde van belangrijk naar minder belangrijk):
rechtvaardigheid
rechtszekerheid
doelmatigheid
Volgens Radbruch geldt een positieve wet altijd, ook al is hij onrechtvaardig
→ liever onrechtvaardige wet, dan geen wet (, want het geeft wel rechtszekerheid)
→ tot op zekere hoogte! ondraaglijkheidsformulering: als kloof tussen rechtvaardigheid en
rechtszekerheid ondraaglijk groot wordt, dan moet rechtszekerheid wijken voor
rechtvaardigheid en is het geen wet
Verloocheningsformulering : wanneer de wetgever niet de rechtvaardigheid nastreeft
→ Dit is moeilijk bewijsbaar, wordt NIET gebruikt!
(!) Neurenberg en muurprocessen: nazi’s veroordeeld ogv. natuurrechtelijke argumenten
2
als onderdeel van de cursus
Recht en Samenleving
Boek: Mens en Mensenrechten, basisboek rechtsfilosofie van Thomas Merkens
HBOrechten, Hogeschool Utrecht
1
, Hoofdstuk 1, 2, 3
Mensenrechten
Natuurrecht en Rechtspositivisme
______________________________________________________________________
2 visies op het recht
● Natuurrecht: samenhangend verband tussen recht en moraal
→ onrechtvaardig recht = geen recht (ondraaglijkheidsformulering Radbruch)
4 kenmerken:
er bestaan morele criteria
die zijn kenbaar
recht dient hiermee overeen te komen
indien niet: geen recht
● Rechtspositivisme : geen verband recht en moraal; gelding berust op handhaving
○ Normatief rechtspositivisme : wet is wet, hier moet je aan gehoorzamen
(beveltheorie Austin)
○ Beschrijvend rechtspositivisme : Wet is wet, maar er aan houden is een
tweede(Hart)
→ termen ‘wettelijk onrecht’ en ‘bovenwettelijk recht’ zijn in interne tegenspraak volgens
rechtspositivisten, omdat er niets naast of boven de wet bestaat. Deze termen impliceren dat
er wel iets naast of boven de wet geldt.
→ VB: ‘De rechtvaardigheid van een wet speelt ook mee’ is iets wat een rechtspositivist
nooit zou zeggen; het is een uitspraak voor een natuurrecht denker.
RADBRUCH(natuurrecht)
ondraaglijkheidsformulering
verloocheningsformulering
Een goede wet bestaat uit 3 waarden(op volgorde van belangrijk naar minder belangrijk):
rechtvaardigheid
rechtszekerheid
doelmatigheid
Volgens Radbruch geldt een positieve wet altijd, ook al is hij onrechtvaardig
→ liever onrechtvaardige wet, dan geen wet (, want het geeft wel rechtszekerheid)
→ tot op zekere hoogte! ondraaglijkheidsformulering: als kloof tussen rechtvaardigheid en
rechtszekerheid ondraaglijk groot wordt, dan moet rechtszekerheid wijken voor
rechtvaardigheid en is het geen wet
Verloocheningsformulering : wanneer de wetgever niet de rechtvaardigheid nastreeft
→ Dit is moeilijk bewijsbaar, wordt NIET gebruikt!
(!) Neurenberg en muurprocessen: nazi’s veroordeeld ogv. natuurrechtelijke argumenten
2