3. Het onderwijs: tussen economie en cultuur
Onderwijs in beweging
Verschillen tussen nu en eind jaren zestig:
1. Anti-autoritaire opvoedingsstijl: Minder opvoeden. SI problematischer geworden.
2. Ideeën zijn veranderd over wat goed onderwijs is en wat dat betekent voor de omgang met
kinderen. Meer administratie en controle.
Ontstaan van toetsingscultuur, zodat men de ontwikkeling van kinderen kan bijhouden en
kan inspelen op behoeften en problemen.
Methodisering: Lesstof is methodischer geworden en veel is in procedures vastgelegd.
3. Grotere organisatorische verbanden: Fusering van kleine scholen, dus meer overleg,
management en controle.
4. Multiculturalisering van de samenleving: Veel verschillende culturen. Pedagogische
verwachtingen van ouders zijn meer uiteen aan het lopen.
5. Harder geworden samenleving: Omgangsvormen zijn verhard, vaker gewelddadige
incidenten onveiligheid, ondergraaft ontwikkeling van een evenwichtige volwassenheid.
6. Vervrouwelijking: Vrouwelijke communicatiestructuur, dus meer talige omgangsvormen en
verbale uitingen. Mannen erop gericht om activiteiten te ondernemen. Jongens krijgen geen
positieve voorbeelden meer voor een mannelijke identiteit.
Economische rationaliteit
Aftakeling van pedagogische taken van de school door de grote rol van economie in de huidige
cultuur:
1. Economisch denken: Alles wordt verzakelijkt, dat wil zeggen alles wordt benoemd in
kernwoorden als efficiënte, resultaten en professionele capaciteiten. Alles wordt uitgedrukt
in geld; wat niet in geld uit te drukken valt heeft nauwelijks bestaansrecht. Problemen
worden dus vanuit een economische rationaliteit beoordeeld.
2. Moderne communicatiemedia.
3. Globalisering.
De teloorgang van de pedagogische taal
- Onderwijs heeft als doel het opvoeden en opleiden van de jongere generatie binnen de
huidige cultuur als voorbereiding op hun toekomst.
- Professionalisering en institutionalisering ondersteunen de praktijk en verhogen de
efficiënte, maar kunnen ook nieuwe processen scheppen, die een eigen leven gaan leiden en
oorspronkelijke bedoelingen tegenwerken.
De economische rationaliteit wordt ook teruggezien in de verschuiving in taalgebruik binnen
pedagogiek en onderwijskunde.
Oorspronkelijke termen die worden gebruikt in alle opvoedende milieus:
1. Afhankelijkheid van kinderen.
2. Ontwikkeling van persoonlijke identiteit.
3. Bemiddeling bij de aanspraken van de cultuur.
4. Bijdragen aan de ontwikkeling van de samenleving (specifieke taak van de school).
Onderwijs in beweging
Verschillen tussen nu en eind jaren zestig:
1. Anti-autoritaire opvoedingsstijl: Minder opvoeden. SI problematischer geworden.
2. Ideeën zijn veranderd over wat goed onderwijs is en wat dat betekent voor de omgang met
kinderen. Meer administratie en controle.
Ontstaan van toetsingscultuur, zodat men de ontwikkeling van kinderen kan bijhouden en
kan inspelen op behoeften en problemen.
Methodisering: Lesstof is methodischer geworden en veel is in procedures vastgelegd.
3. Grotere organisatorische verbanden: Fusering van kleine scholen, dus meer overleg,
management en controle.
4. Multiculturalisering van de samenleving: Veel verschillende culturen. Pedagogische
verwachtingen van ouders zijn meer uiteen aan het lopen.
5. Harder geworden samenleving: Omgangsvormen zijn verhard, vaker gewelddadige
incidenten onveiligheid, ondergraaft ontwikkeling van een evenwichtige volwassenheid.
6. Vervrouwelijking: Vrouwelijke communicatiestructuur, dus meer talige omgangsvormen en
verbale uitingen. Mannen erop gericht om activiteiten te ondernemen. Jongens krijgen geen
positieve voorbeelden meer voor een mannelijke identiteit.
Economische rationaliteit
Aftakeling van pedagogische taken van de school door de grote rol van economie in de huidige
cultuur:
1. Economisch denken: Alles wordt verzakelijkt, dat wil zeggen alles wordt benoemd in
kernwoorden als efficiënte, resultaten en professionele capaciteiten. Alles wordt uitgedrukt
in geld; wat niet in geld uit te drukken valt heeft nauwelijks bestaansrecht. Problemen
worden dus vanuit een economische rationaliteit beoordeeld.
2. Moderne communicatiemedia.
3. Globalisering.
De teloorgang van de pedagogische taal
- Onderwijs heeft als doel het opvoeden en opleiden van de jongere generatie binnen de
huidige cultuur als voorbereiding op hun toekomst.
- Professionalisering en institutionalisering ondersteunen de praktijk en verhogen de
efficiënte, maar kunnen ook nieuwe processen scheppen, die een eigen leven gaan leiden en
oorspronkelijke bedoelingen tegenwerken.
De economische rationaliteit wordt ook teruggezien in de verschuiving in taalgebruik binnen
pedagogiek en onderwijskunde.
Oorspronkelijke termen die worden gebruikt in alle opvoedende milieus:
1. Afhankelijkheid van kinderen.
2. Ontwikkeling van persoonlijke identiteit.
3. Bemiddeling bij de aanspraken van de cultuur.
4. Bijdragen aan de ontwikkeling van de samenleving (specifieke taak van de school).