Boek: emotionele ontwikkeling bij mensen met een beperking
Hoofdstukken 1,2 en 6. Paragrafen: 3.1, 3.2 (geen epilepsie), 5.3, 5.4
Alle artikelen die bij periode 4 van de minor horen. Staan verspreid over deze samenvatting.
Hoofdstuk 1 emotionele ontwikkeling
1.1 Emoties
Onder emotionele ontwikkeling verstaan zij: een dynamisch proces waarbij de basale
primaire emoties zich verder ontwikkelen en uitkristalliseren tot een gedifferentieerd
gevoelsleven en zo een grote bijdrage leveren aan de vorming van de persoonlijkheid. De
emotionele ontwikkeling speelt een wezenlijke rol in de belevingswereld en het gedrag van
het individu, het hele leven lang.
1.1.2 wat zijn emoties
Emoties zijn impulsen tot handelen. Emotie komt van het Latijnse woord: movere, wat
bewegen betekent. Veel emoties zijn eenduidig, ook in andere landen. Maar de manier
waarop er met die emoties wordt omgegaan kan verschillen in qua cultuur. In ons
functioneren is er vaak een samenspel van denken en voelen. Dit is heel complex en vindt
plaats in onze hersenen en ons lichaam.
1.1.3 emotionele intelligentie
Emotionele intelligentie: de capaciteit om eigen emoties en die van anderen te herkennen,
om jezelf te motiveren en het vermogen om goed om te gaan met emoties van zowel jezelf
als anderen. Er is dus ook een EQ(emotionele intelligentie quotiënt). In het boek van Daniel
Goleman, wil hij aantonen dat dit EQ aan te leren valt.
1.1.4 het emotionele brein
Het meest primaire gedeelte van de hersenen is de hersenstam, die zit bovenaan de
ruggengraat. De hersenstam reguleert basale levensfuncties als ademhaling, stofwisseling en
controleert stereotiepe reacties en bewegingen. De emotionele gebieden liggen om de
hersenstam heen. Dit is een soort ring: het limbisch systeem.
Het oude cortex, bestaande uit twee lagen: gedeeltes die plannen, begrijpen wat de
zintuigen waarnemen en bewegingen coördineren. Hier boven op komen nieuwe lagen die
zich de neocortex noemen. Dit deel is de zetel van het denken. Het bevat het combineren en
begrijpen wat de zintuigen waarnemen. Ze werken dan weer samen met het limbisch
systeem.
Binnen het limbisch systeem zijn twee dingen belangrijk. De hippocampus en de amygdala.
Zij zorgen voor leren en onthouden. De hippocampus geheugen voor de context, dit is van
belang voor de emotionele betekenis. De amygdala gebeurtenissen krijgen een
emotionele betekenis. De samenwerking van het limbisch systeem en de neocortex vormen
de kern van de emotionele intelligentie.
, 1.1.5 Emotionele ontreddering: het effect van langdurige stress
Homeostase: dynamisch evenwicht tussen lichaam en omgeving. Wanneer er een verstoring
in dit evenwicht is, zorgt het centrale zenuwstelsel en het hormoonstelsel voor aanpassing.
De vecht-vlucht reactie is nuttig om ons te helpen overleven. Maar als je vaak of langdurig
blootstaat aan spanning kan je lichaam in permanente vecht-vlucht reactie komen. Dit
noemen we stress. Uiterste vorm Post Traumatische Stress Syndroom (PTSS).
Bij het ontstaan en afnemen van stress zijn verschillende regelsystemen betrokken.
Voornamelijk:
- Hormoonstelsel, adrenaline, cortisol, testosteron.
Langdurige stress kan leiden tot aantasting van de intellectuele en leervermogens van
kinderen en/of volwassenen.
1.1.6 emoties en gevoelens
Emoties acute, kortstondige, met verwarring en fysieke veranderingen gepaard gaande
reacties.
We maken onderscheid tussen behoeften, gevoelens en emoties.
Behoeften
- Zijn er altijd
- Hoeven geen directe uiting tot handelen te hebben
Gevoelens
- Waarschuwen ons
- Maken ons bewust van onze behoeften
- Sociaal cultureel bepaald
- Hangen sterk samen met je eigen ‘kijk’ op iets
Emoties
- Sterker
- Ontstaat een drang tot handelen
- Emotie normen: mensen zijn geneigd alleen datgene te voelen wat maatschappelijk
acceptabel voelt.
1.1.7 emoties en leren
Als je iets wilt leren, ben je onzeker, je gaat namelijk iets proberen wat je nog niet beheerst.
Leren gaan beter als je zelfvertrouwen hebt, onzekerheid kunt verdragen en moed toont.
Emoties kunnen verstorend of versterkend werken bij leren.