Theoretische perspectieven...................................................................................................................2
Theoretische perspectieven – per perspectief.......................................................................................4
Psychoanalytisch/-dynamisch perspectief..........................................................................................4
Psychosociaal perspectief...................................................................................................................7
Sociaal constructivistisch perspectief...............................................................................................10
Systemisch perspectief.....................................................................................................................12
Evolutionair/ethologie/sociobiologisch perspectief.........................................................................14
Humanistisch perspectief.................................................................................................................17
Behaviourisme leertheorie...............................................................................................................18
Sociaal cognitieve leertheorie..........................................................................................................20
Cognitieve ontwikkelingstheorie......................................................................................................21
Genetisch/biologisch perspectief.....................................................................................................24
Waarom ‘welk perspectief is het juiste?’ de verkeerde vraag is...........................................................25
Ontwikkelingspsychologie....................................................................................................................26
Theorie uit de voorbereiding over ontwikkelingspsychologie en persoonlijkheid............................31
Begrippen.........................................................................................................................................34
Week 1..........................................................................................................................................34
Eindopdrachten:
A. Deel A: testrapport casus
B. Deel B: verslag gespreksvaardigheden
(toestemmingsformulier laten ondertekenen)
C. Deel C: verslag testafname
Week Uiterlijk datum & tijd Wat
Week 1-8 (z.s.m) 7 april 23,59 Uploaden toestemmingsformulier
Week 6 24 maart Gesprek en testafname
Week 6 24 maart 23.59 Inleveren deel A: testrapport casus
Week 8 7 april 23.59 Inleveren eindopdracht deel B en C: verslag
gespreksvaardigheden en verslag testafname
Week 8 7 april 23.59 Uploaden gehele video-opname
,Theoretische perspectieven
Belangrijke perspectieven voor de ontwikkeling van een kind
,
, Theoretische perspectieven – per perspectief
Psychoanalytisch/-dynamisch perspectief
Psychoanalytisch/-dynamisch perspectief
Focus op Innerlijke, onbewuste krachten
Mensvisie = geloven dat gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten (die in de kindertijd
ontstaan) en herinneringen waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover
hij weinig controle heeft.
Gebeurtenissen kindertijd zijn van levenslange invloed op de mens
Belangrijke psycholoog/ Freud = gaat ervan uit dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands gedrag
wetenschapper Lastig te bestuderen, omdat je geen onderzoeken kan doen waarin je bewijs
tegen de theorie vindt – niet te bestuderen op een wetenschappelijke manier
Biologische drivers en onbewuste krachten
Elke persoonlijkheid kent id, ego en superego
Persoonlijkheid ontwikkelt volgens stadia van psychoseksuele ontwikkeling,
gedreven door genot op een functie of deel van het lichaam (pleasure
principles)
Vroeg trauma of onopgeloste conflicten heeft gevolgen voor latere
ontwikkeling
Nature of nurture?
Ontwikkeling van het kind Psychoseksuele driften
wordt bepaald door:
Voorbeeld Een adolescent met overgewicht heeft een fixatie op de orale ontwikkelingsfase
Freud
Waardoor wordt ons gedrag en onze persoonlijkheid bepaald?
1. Id -driften (0-18 maanden)
= het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid (honger, seks,
agressie)– kunnen onbewust en bewust aanwezig zijn
2. Ego – portier (18 maanden – 3 jaar)
= het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid (honger, seks,
agressie)
3. Superego – geweten (3-5 jaar)
=het aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten vertegenwoordigt en het onderscheid
maakt tussen goed en kwaad – ontwikkeld doordat ze het overnemen van anderen
De psychoanalytische theorie van Freud
= gaat ervan uit dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands gedrag.
Psychoseksuele ontwikkeling (zie de tabel volgende blz)
= 5 fasen die kinderen volgens Freud doorlopen waarin genot of bevrediging telkens gericht is op
een andere biologische functie en een ander deel van het lichaam
Als er iets mis gaat in een bepaalde fase (een onopgelost conflict),
dan kan dat leiden tot fixatie (=gedrag dat in een eerdere ontwikkelingsfase is blijven steken als
gevolg van een onopgelost conflict) Onbewuste verlangens beïnvloeden dan persoon en gedrag.
Meningen over psychodynamisch perspectief – Kritiek Freud
Recenter onderzoek kon de principes van Freud niet bevestigen
Gebaseerd op een beperkte onderzoeksgroep (rijke middenklasse)