Uitganspunten van het dagelijks handelen toetsstof!
1. De mens is een handelend wezen (nieuwe ervaringen opdoen, blijven uitproberen,
ondernemen, ontdekken)
2. Dagelijks handelen geeft betekenis aan het leven (unieke dagelijks handelen, hierdoor geen
dag hetzelfde, steeds iets nieuws te ervaren)
3. Dagelijks handelen beinvloedt gezondheid en welzijn (invloed op fysieke gesteldheid en
mentale welzijn) bv door langere periode thuiszitten en niet kunnen sporten, lichaam gaat
achteruit.
4. Dagelijke handelen regelt de tijd en structueert het leven (bv na lange vakantie weer studie
starten, routine start) door dagelijks handelen ontstaat er een structuur.
5. Dagelijks handelen geeft persoonlijke ervaringen (voor iedereen is dezelfde activiteit een
ander ervaring) bv koken, de een geniet de ander vindt het chaotisch.
6. Handelen heeft therapeutische potentie (door bv knutselen kan iemand met een
verminderde handfunctie vaardigheden verbeteren, door goede motivatie.
7. Mensen kunnen verstoring in het dagelijks handelen ervaren (bv vluchten naar een ander
land, niet meer werken/school. (occupation disrupted)
Handelingsgebieden: belangrijk voor de toets
wonen/zorgen= zelfzorg, redzaamheid
werken/leren= cursus, school, studie, vrijwilligerswerk
vrije tijd/ spel= sport, ontspannen, hobbys
ordening handelen (vergroot glas) (TCOP)
rol: dochter/ zoon
handelen: eigen kamer schoonmaken, sporten met een vriend
activiteiten: 1 x pw kamer stofzuigen
taak: spullen op juiste plek, was in wasmand, stofzuiger pakken (taken die onder de activiteiten
vallen)
basisvaardigheden: (om bv de stofzuiger te kunnen pakken), kunnen vinden, op kunnen tillen,
kunnen organiseren.
Functies en mentale processen: flexie vingers, lezen van het etiket, handhaven rompbalans ivm
stofzuigen, geheugen zodat je weet waar je al geweest bent.
Beroepsprofiel (aantekeningen):
De therapeutische waarde van het handelen hangt af van specifieke kenmerken van de activiteit. Het
meeste effect wordt bereikt als de activiteit:
1. De mens is een handelend wezen (nieuwe ervaringen opdoen, blijven uitproberen,
ondernemen, ontdekken)
2. Dagelijks handelen geeft betekenis aan het leven (unieke dagelijks handelen, hierdoor geen
dag hetzelfde, steeds iets nieuws te ervaren)
3. Dagelijks handelen beinvloedt gezondheid en welzijn (invloed op fysieke gesteldheid en
mentale welzijn) bv door langere periode thuiszitten en niet kunnen sporten, lichaam gaat
achteruit.
4. Dagelijke handelen regelt de tijd en structueert het leven (bv na lange vakantie weer studie
starten, routine start) door dagelijks handelen ontstaat er een structuur.
5. Dagelijks handelen geeft persoonlijke ervaringen (voor iedereen is dezelfde activiteit een
ander ervaring) bv koken, de een geniet de ander vindt het chaotisch.
6. Handelen heeft therapeutische potentie (door bv knutselen kan iemand met een
verminderde handfunctie vaardigheden verbeteren, door goede motivatie.
7. Mensen kunnen verstoring in het dagelijks handelen ervaren (bv vluchten naar een ander
land, niet meer werken/school. (occupation disrupted)
Handelingsgebieden: belangrijk voor de toets
wonen/zorgen= zelfzorg, redzaamheid
werken/leren= cursus, school, studie, vrijwilligerswerk
vrije tijd/ spel= sport, ontspannen, hobbys
ordening handelen (vergroot glas) (TCOP)
rol: dochter/ zoon
handelen: eigen kamer schoonmaken, sporten met een vriend
activiteiten: 1 x pw kamer stofzuigen
taak: spullen op juiste plek, was in wasmand, stofzuiger pakken (taken die onder de activiteiten
vallen)
basisvaardigheden: (om bv de stofzuiger te kunnen pakken), kunnen vinden, op kunnen tillen,
kunnen organiseren.
Functies en mentale processen: flexie vingers, lezen van het etiket, handhaven rompbalans ivm
stofzuigen, geheugen zodat je weet waar je al geweest bent.
Beroepsprofiel (aantekeningen):
De therapeutische waarde van het handelen hangt af van specifieke kenmerken van de activiteit. Het
meeste effect wordt bereikt als de activiteit: