Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 18.1 Executoriaal beslag of faillissement
- 2 mogelijkheden voor schuldeisers als debiteuren weigeren te betalen:
Executoriale titel: Als een schuldeiser een civiele procedure tegen de schuldenaar
begint betekent dit dat: De schuldeiser kan met behulp van een deurwaarder het
vonnis ten uitvoer brengen door beslag op een of meer goederen van de schuldenaar
te leggen en deze goederen vervolgens in het openbaar verkopen, zodat met de
opbrengst daarvan de schuld geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan.
Faillisementswet:
Deze wet is een uitwerking van 3:276 en 277 BW (deze bepalen dat een
schuldeiser zijn voordering in beginsel op alle goederen van de schuldenaar
kan verhalen en dat schuldeisers met gelijke rechten naar evenredigheid
worden voldaan)
Faillisementswet regelt het beslag op en de executie van het gehele
vermogen van de schuldenaar ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers
- Faillissement voordelen: Vergeleken met een executoriaal beslag biedt het faillissement een
schuldeiser de volgende voordelen:
Een faillissement is minder kostbaar en tijdrovend.
Bij faillissement moet de schuldenaar inzage geven in boeken en andere bescheiden
(hierdoor kan de omvang van het vermogen beter worden vastgesteld.
Omdat de gevolgen van faillissement erg nadelig zijn is de faillissementsaanvraag van
schuldeisers een efficiënt pressiemiddel om de schuldenaar tot betaling te zetten.
- Faillissement nadeel: Het belangrijkste nadeel van het faillissement ten opzichte van een
executoriaal beslag:
Dat is dat het faillissement ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers wordt
gelegd. (in de praktijk moeten veel schuldeisers afwachten in welke mate hun
vordering voldaan zal worden)
Hoofdstuk 18.2 Procedure bij faillissement
- Een schuldenaar wordt door de rechter failliet verklaard:
Op eigen verzoek (art. 1 en 4 Fw) Eigen aangifte
Op verzoek van een of meer schuldeisers (art. 1 Fw) het bestaan van schulden
moet hierbij aannemelijk worden gemaakt dit heet: Steunvorderingen
Op vordering van het (art. 1 FW)
(In Uitzonderingsgevallen): De rechtbank kan ambtshalve het faillissement
uitspreken als de surseance van betaling wordt ingetrokken (art. 242 Fw)
- Betreft de schuldaanvraag een natuurlijk persoon dan kan beroep worden gedaan op de
schuldsaneringsregeling (art. 284 e.v. Fw & art. 3 Fw & art. 3a Fw)
- De faillissementsaanvraag wordt met spoed behandeld en het faillissement wordt
uitgesproken door de rechtbank van de woonplaats van de schuldenaar (art. 2 Fw)
Daarnaast is het faillissementsvonnis uitvoerbaar bij voorbaat (art. 4 lid 5 Fw)
- Misbruik van de faillissementsaanvraag kan leiden tot onrechtmatige daad en schadeplicht
(wegens besmeuren schuldenaar of te lichte reden voor inroeping)
- Ook misbruik van eigen aangifte kan misbruik van recht (art. 3:13 BW) opleveren.