Consumentengedrag: het koopgedrag van de eindconsument: de individuen en huishoudens die
goederen en diensten kopen voor persoonlijk gebruik. Dit wordt beïnvloed door allerlei factoren.
Consumentenmarkt: alle individuen en huishoudens die producten/diensten kopen of verwerven
voor persoonlijk gebruik. Consumentenmarkten zijn zeer gevarieerd qua leeftijd, inkomensniveau,
opleiding, smaak.
Neuromarketing= het gebruik van neurotechnologie om de marketingbesluitvorming te verbeteren.
1. Cultuur: elementaire waarden, perceptie, wensen en gedrag dat een mens meekrijgt uit het gezin
in de samenleving.
Bijvoorbeeld in West-Europa zijn elementaire waarden: vrijheid, efficiency, praktisch denken,
materieel welzijn, vooruitgang enzovoort.
2. Subcultuur: groep mensen met sterk vergelijkbare waardenstelstels, gebaseerd op
overeenkomende levenservaringen en –situaties.
Bijvoorbeeld etnische groepen, religieuze groepen.
3.Sociale klasse: redelijk permanente lagen binnen de maatschappij, waarvan de leden een sterke
gelijkenis vertonen in waarden, belangstelling en gedrag.
Er zijn vijf sociale klassen/welstandsklassen in NL:
op basis van opleiding, beroep, inkomen, welstand en dergelijke.