Bestuursprocesrecht
Week 4: Hoger beroep en cassatie
Aangeven welke hogerberoepsinstanties er zijn
Er zijn 4 hoger beroepsinstanties:
- Afdeling bestuursrechtspraak
- Centrale Raad van Beroep
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Gerechtshoven
In een concrete casus bepalen welke hogerberoepsrechter (absoluut) competent is
Hoofdregel: Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, art. 8:105 Awb
tenzij een andere instantie in de bijzondere wet of de Bevoegdheidsregeling
bestuursrechtspraak is aangewezen als hogerberoepsinstantie. Kijk in hoofdstuk 4, bijlage 2
van de Awb.
Beargumenteren welke uitspraak een hogerberoepsrechter in een casus zal geven
Op de hogerberoepsprocedure is art. 8:70 Awb van overeenkomstige toepassing. Dat
betekent dat de hogerberoepsrechter in principe dezelfde uitspraakbevoegdheden heeft als
de bestuursrechter in eerste aanleg. Omdat in hoger beroep niet wordt geprocedeerd tegen
een besluit van een bestuursorgaan maar tegen een uitspraak van de rechtbank zijn de
algemene uitspraakbevoegdheden aangevuld met specifiek voor het hoger beroep geldende
uitspraakbevoegdheden. De aanvullende uitspraakbevoegdheden die de bestuursrechter in
hoger beroep heeft zijn neergelegd in art. 8:113 Awb. Naast de specifieke
uitspraakbevoegdheden die de hogerberoepsrechter heeft gelden zoals gezegd ook de
algemene uitspraakbevoegdheden uit art. 8:70 Awb.
art. 8:113 Awb:
- hij bevestigt de uitspraak van de rechtbank (en verklaart het hoger beroep ongegrond)
- hij vernietigt de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk (en verklaart het hoger
beroep gegrond)
Bevestiging van de rechtbankuitspraak in hoger beroep
Voor deze optie kiest de hogerberoepsrechter als het oordeel van de rechtbank in beroep
volgens de hogerberoepsrechter juist was. Het hoger beroep is in dat geval ongegrond.
Gehele of gedeeltelijke vernietiging van de rechtbankuitspraak
Als de hogerberoepsrechter van oordeel is dat de door een appellant tegen de
rechtbankuitspraak aangevoerde gronden doel treffen, zal hij het hoger beroep gegrond
verklaren en de aangevallen uitspraak geheel of gedeeltelijk vernietigen. Na vernietiging van
de rechtbankuitspraak heeft de hogerberoepsrechter 2 mogelijkheden:
- hij doet datgene wat de rechtbank had behoren te doen (hoofdregel)
- hij wijst de zaak terug naar de rechtbank die dan een nieuwe uitspraak doet (uitzondering)
Doen wat de rechtbank had behoren te doen
Als de hoger beroepsrechter de aangevallen uitspraak (geheel of gedeeltelijk) vernietigt,
moet hij vervolgens datgene doen wat de rechtbank had behoren te doen. Hij moet dus in
plaats van de rechtbank een nieuwe uitspraak op het besluit nemen, art. 8:113 lid 1 Awb.
Daarbij beschikt hij over dezelfde bevoegdheden als de rechtbank. Op punten worden deze
bevoegdheden en afdoeningmodaliteiten in de art. 8:113 Awb tot en met 8:118 Awb
aangevuld met bepalingen die specifiek op het hoger beroep zijn toegesneden. Zoals
hiervoor al is gezegd staat een aantal bepalingen in het teken van een effectieve en
Week 4: Hoger beroep en cassatie
Aangeven welke hogerberoepsinstanties er zijn
Er zijn 4 hoger beroepsinstanties:
- Afdeling bestuursrechtspraak
- Centrale Raad van Beroep
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Gerechtshoven
In een concrete casus bepalen welke hogerberoepsrechter (absoluut) competent is
Hoofdregel: Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, art. 8:105 Awb
tenzij een andere instantie in de bijzondere wet of de Bevoegdheidsregeling
bestuursrechtspraak is aangewezen als hogerberoepsinstantie. Kijk in hoofdstuk 4, bijlage 2
van de Awb.
Beargumenteren welke uitspraak een hogerberoepsrechter in een casus zal geven
Op de hogerberoepsprocedure is art. 8:70 Awb van overeenkomstige toepassing. Dat
betekent dat de hogerberoepsrechter in principe dezelfde uitspraakbevoegdheden heeft als
de bestuursrechter in eerste aanleg. Omdat in hoger beroep niet wordt geprocedeerd tegen
een besluit van een bestuursorgaan maar tegen een uitspraak van de rechtbank zijn de
algemene uitspraakbevoegdheden aangevuld met specifiek voor het hoger beroep geldende
uitspraakbevoegdheden. De aanvullende uitspraakbevoegdheden die de bestuursrechter in
hoger beroep heeft zijn neergelegd in art. 8:113 Awb. Naast de specifieke
uitspraakbevoegdheden die de hogerberoepsrechter heeft gelden zoals gezegd ook de
algemene uitspraakbevoegdheden uit art. 8:70 Awb.
art. 8:113 Awb:
- hij bevestigt de uitspraak van de rechtbank (en verklaart het hoger beroep ongegrond)
- hij vernietigt de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk (en verklaart het hoger
beroep gegrond)
Bevestiging van de rechtbankuitspraak in hoger beroep
Voor deze optie kiest de hogerberoepsrechter als het oordeel van de rechtbank in beroep
volgens de hogerberoepsrechter juist was. Het hoger beroep is in dat geval ongegrond.
Gehele of gedeeltelijke vernietiging van de rechtbankuitspraak
Als de hogerberoepsrechter van oordeel is dat de door een appellant tegen de
rechtbankuitspraak aangevoerde gronden doel treffen, zal hij het hoger beroep gegrond
verklaren en de aangevallen uitspraak geheel of gedeeltelijk vernietigen. Na vernietiging van
de rechtbankuitspraak heeft de hogerberoepsrechter 2 mogelijkheden:
- hij doet datgene wat de rechtbank had behoren te doen (hoofdregel)
- hij wijst de zaak terug naar de rechtbank die dan een nieuwe uitspraak doet (uitzondering)
Doen wat de rechtbank had behoren te doen
Als de hoger beroepsrechter de aangevallen uitspraak (geheel of gedeeltelijk) vernietigt,
moet hij vervolgens datgene doen wat de rechtbank had behoren te doen. Hij moet dus in
plaats van de rechtbank een nieuwe uitspraak op het besluit nemen, art. 8:113 lid 1 Awb.
Daarbij beschikt hij over dezelfde bevoegdheden als de rechtbank. Op punten worden deze
bevoegdheden en afdoeningmodaliteiten in de art. 8:113 Awb tot en met 8:118 Awb
aangevuld met bepalingen die specifiek op het hoger beroep zijn toegesneden. Zoals
hiervoor al is gezegd staat een aantal bepalingen in het teken van een effectieve en