CIA-driehoek: confidentially (vertrouwelijk) is de persoon achter de e-mail wel de persoon die jij
denkt dat het is. Integrity (integriteit) is de mail die je hebt ontvangen wel hetzelfde gebleven of is er
informatie onderweg veranderd. Availability (beschikbaar) zijn de systemen die je gebruikt ook
beschikbaar. (Authenticatie en onweerlegbaarheid)
Het OSI-model en het TCP-model hebben inkapseling met elkaar gemeen. Elke laag opereert
onafhankelijk van elkaar en is technisch geïsoleerd. De lagen zijn vanuit de andere lagen
ontoegankelijk. Gegevens worden hierdoor beschermd en beveiligingsfunctionarissen kunnen ervan
uitgaan dat hierdoor er een goede beveiliging is van het netwerk.
Het OSI-model bestaat uit 7 lagen
Application layer:
Applicatielaag (wordt weergegeven als data).
Presentation layer:
Presentatie laag (wordt weggegeven als data). De juiste gegevens representeren. Wordt ook wel de
translate layer genoemd. Deze laag zorgt voor: data conversie, tekencode vertaling, compressie en
encryptie en decryptie. Deze laag bestaat uit twee sublagen:
- CASE: een gemeenschappelijke sublaag die services biedt voor de applicatie laag en vraagt
om diensten van de sessie laag.
- SASE: de sublaag van specifieke toepassingsservice
Session layer:
Sessie laag (wordt weergegeven als data). Koppelt twee eindproducten die met elkaar
communiceren, zoals twee computers die met elkaar in contact staan. Deze laag zorgt voor een
logische, permanente verbinding tussen peer-hosts. Het is verantwoordelijk voor het maken,
onderhouden en afbreken van de sessie. Drie soorten van communicatie tussen eindproducten:
1. Full-duplex: beide hosts kunnen gelijktijdig informatie uitwisselen. Denk hierbij aan een
Teams-meeting.
2. Half duplex: hosts kunnen beide informatie uitwisselen, maar slechts één host tegelijk. Denk
hierbij aan portofooncommunicatie.
3. Simplex: Slechts één host kan informatie naar zijn paar sturen. De informatie reist één
richting. Denk hierbij aan een radio-uitzending.