Mediagebruik & informatieverwerking en overtuiging
Universiteit van Amsterdam
Communicatiewetenschap
Aantal woorden: 691
, 2
Opdracht II: Mediagebruik & informatieverwerking en overtuiging
Lees dit artikel. over jongeren die Facebook verlaten. Het artikel benoemt vooral mogelijke
effecten van jongeren die Facebook verlaten en er wordt gezegd dat het nog steeds
onduidelijk is wat dit fenomeen voorspelt.
1. Formuleer 3 hypothesen die verklaren waarom jongeren minder geïnteresseerd raken in
het gebruiken van Facebook. Gebruik hiervoor de inzichten van week 4, specifiek de uses
and gratifications-benadering. (max. 200 woorden)
Hypothese 1: Jongeren van nu hebben meer behoefte aan het delen en consumeren van nieuws
via afbeeldingen/video’s, hetgeen het geval is op Instagram en Snapchat, in tegenstelling tot het
delen en consumeren van nieuws via tekstberichten, zoals op Facebook.
De variabelen zijn: ‘vorm van content’ en ‘sociale media’. Behoeften kunnen verschillen in
voorkeur voor tekst tegenover beeld (Brake, 2018). Behoefteverandering kan daarmee een
verklaring zijn voor een daling/stijging in gebruikers binnen een bepaald medium.
Hypothese 2: Jongeren van nu hebben een sterkere voorkeur voor sociale media als Snapchat en
Instagram eerder dan Facebook, vanwege het grotere vertrouwen in deze sociale media wat
betreft de bescherming van persoonsgegevens.
De variabelen zijn: ‘mate van vertrouwen’ en ‘sociale media’. Gevoel van veiligheid is een basis
behoefte van de mens en daarmee van invloed op het wel of niet gebruiken van een bepaald
medium (Griffin, 2019).
Hypothese 3: Jongeren van nu hebben meer behoefte aan gezelschap, hetgeen beter gerealiseerd
kan worden via Snapchat en Instagram dan via Facebook.
De variabelen zijn: ‘de mate van gezelschap’ en ‘sociale media’. Het wel of niet aanwenden van
een bepaald medium hangt samen met een psychologische behoefte aan gezelschap (Griffin,
2019).