Vraag 1.
In debatten komen drogredenen veel voor, met name wanneer het gevoelige onderwerpen
betreft zoals gender/sekse, en ongelijkheid. Neem het volgende voorbeeld uit een recent
debat: “Nederlanders verdienen een premier die Nederlanders weer op één zet. Die
'Nederlanders eerst' op zijn voorhoofd heeft staan. Weg van de middelmatigheid. Op naar
een prachtige toekomst van ons mooie land. Dus, en ik zeg het in alle vriendelijkheid, ga wat
anders doen meneer Rutte. Maak een mooie wereldreis, zoek een leuke vriendin, koop een
hond, ga golfen. U mag kiezen, u mag het ook allemaal doen. Doe wat u leuk vindt en ik
meen dat oprecht, ik gun u dat van harte, maar laat alsjeblieft Nederland een keer met
rust. Laat Nederland een keer met rust.” Hier is sprake van een drogredenen die vaak
gebruikt wordt om een debat te overheersen zonder inhoudelijke argumenten te leveren,
namelijk:
A. Omkeren van de bewijslast.
B. Hellend vlak.
C. Verkeerde tegenstelling.
D. Persoonlijke aanval.
Vraag 2.
Wetenschappelijke literatuur heeft als kerneigenschap dat:
A. De auteurs altijd wetenschappelijke posities hebben (ze zijn bijvoorbeeld een
professor of post-doc).
B. Een of meerdere auteurs voor academische instellingen werken zoals een universiteit,
en daarmee per definitie hun onafhankelijkheid gewaarborgd is.
C. Deze publicaties peer reviewed zijn, en er derhalve een garantie bieden dat
specialisten de inhoud van de publicatie hebben gecontroleerd.
D. Deze publicaties alleen geschreven worden door actieve onderzoekers die op de
hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in het betreffende vakgebied.
Vraag 3.
Een onderzoeker gebruikt Web of Science, en zoekt op: TS=(innov*) NOT TS=(team*). TS
staat voor topic (een commando die de titel, abstract, author keywords en overige keywords
doorzoekt). Het gebruik van de operator NOT betekent dat zoekresultaten:
A. Minstens één van de twee zoektermen (innov* en team*) bevatten.
B. Beiden zoektermen (innov* en team*) bevatten.
C. Geen van de beiden zoektermen (innov* en team*) bevatten.
D. Alleen de eerste zoekterm (innov*) en niet de tweede zoekterm (team*) bevatten.
Vraag 4.
Wetenschappelijke artikelen hebben idealiter perfecte motiveringen van argumenten. Dit
lukt echter niet altijd. Zo is er sprake van een probleem in het volgende citaat: “Met
Microsoft gaat het ontzettend goed. Het techbedrijf heeft zelfs net de spelmaker Activision
Blizzard overgenomen.” De aanname hierbij is dat een bedrijf het ‘ontzettend goed’ doet als
zij grote overnames doet. Uiteraard hoeft dit niet zo te zijn. Misschien neemt Microsoft juist
Activision wel over omdat het problemen heeft (die het aan wil pakken) – of misschien gaat
het nu juist slecht met Microsoft vanwege de overname.
In het citaat is er sprake van:
A. Expliciete motivering.
B. Impliciete motivering.
In debatten komen drogredenen veel voor, met name wanneer het gevoelige onderwerpen
betreft zoals gender/sekse, en ongelijkheid. Neem het volgende voorbeeld uit een recent
debat: “Nederlanders verdienen een premier die Nederlanders weer op één zet. Die
'Nederlanders eerst' op zijn voorhoofd heeft staan. Weg van de middelmatigheid. Op naar
een prachtige toekomst van ons mooie land. Dus, en ik zeg het in alle vriendelijkheid, ga wat
anders doen meneer Rutte. Maak een mooie wereldreis, zoek een leuke vriendin, koop een
hond, ga golfen. U mag kiezen, u mag het ook allemaal doen. Doe wat u leuk vindt en ik
meen dat oprecht, ik gun u dat van harte, maar laat alsjeblieft Nederland een keer met
rust. Laat Nederland een keer met rust.” Hier is sprake van een drogredenen die vaak
gebruikt wordt om een debat te overheersen zonder inhoudelijke argumenten te leveren,
namelijk:
A. Omkeren van de bewijslast.
B. Hellend vlak.
C. Verkeerde tegenstelling.
D. Persoonlijke aanval.
Vraag 2.
Wetenschappelijke literatuur heeft als kerneigenschap dat:
A. De auteurs altijd wetenschappelijke posities hebben (ze zijn bijvoorbeeld een
professor of post-doc).
B. Een of meerdere auteurs voor academische instellingen werken zoals een universiteit,
en daarmee per definitie hun onafhankelijkheid gewaarborgd is.
C. Deze publicaties peer reviewed zijn, en er derhalve een garantie bieden dat
specialisten de inhoud van de publicatie hebben gecontroleerd.
D. Deze publicaties alleen geschreven worden door actieve onderzoekers die op de
hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in het betreffende vakgebied.
Vraag 3.
Een onderzoeker gebruikt Web of Science, en zoekt op: TS=(innov*) NOT TS=(team*). TS
staat voor topic (een commando die de titel, abstract, author keywords en overige keywords
doorzoekt). Het gebruik van de operator NOT betekent dat zoekresultaten:
A. Minstens één van de twee zoektermen (innov* en team*) bevatten.
B. Beiden zoektermen (innov* en team*) bevatten.
C. Geen van de beiden zoektermen (innov* en team*) bevatten.
D. Alleen de eerste zoekterm (innov*) en niet de tweede zoekterm (team*) bevatten.
Vraag 4.
Wetenschappelijke artikelen hebben idealiter perfecte motiveringen van argumenten. Dit
lukt echter niet altijd. Zo is er sprake van een probleem in het volgende citaat: “Met
Microsoft gaat het ontzettend goed. Het techbedrijf heeft zelfs net de spelmaker Activision
Blizzard overgenomen.” De aanname hierbij is dat een bedrijf het ‘ontzettend goed’ doet als
zij grote overnames doet. Uiteraard hoeft dit niet zo te zijn. Misschien neemt Microsoft juist
Activision wel over omdat het problemen heeft (die het aan wil pakken) – of misschien gaat
het nu juist slecht met Microsoft vanwege de overname.
In het citaat is er sprake van:
A. Expliciete motivering.
B. Impliciete motivering.