Levensbeschouwing over normaal gesproken hoofdstuk 1:
Empathie = Kunnen inleven in gevoelens en situatie van een ander.
Dit is aangeboren via spiegel neuronen maar kan ook ontwikkelen door opvoeding en onderwijs.
Spiegelneuronen = soort cellen voor gevoelens en medeleven (empathie)
Morele opvoeding = het aanleren van het scheiden tussen goed en kwaad.
Morele ontwikkeling volgens Kohlberg.
Jongere ontwikkelingsfase: lichamelijke veranderingen en ontwikkelingen, je ontwikkelt meer
gevoelens en hoe je er mee om moet gaan, de omgang met anderen en de kijk op de wereld.
Vanaf 18, volwassen: je moet volwassen gedrag vertonen, je standpunten hebben, je eigen keuzes
maken en je hebt stemrecht.
Ethiek: systematisch nadenken over hoed en kwaad met betrekking op menselijk gedrag.
Ethicus: let op beweegredenen en de gevolgen van nadenken en handelen.
Waarden: idee of ideaal dag mensen nastreven.
Materiële waarden: waarde toekennen aan bijvoorbeeld een telefoon of een mooi sieraad. Aan een
ding dus waarde hechten.
Immateriële waarden: waarde toekennen aan relatie of vriendschap, gezond leven of vakantie.
Waarde hechten aan een band of iets belangrijks in je leven, geen ding dus.
Normen: leefregels die nodig zijn voor de realisering van bepaalde waarden.
Een norm doe je en een waarde denk je
Hand geven, “u” zeggen, iemand laten uitpraten zijn normen om de waarde respect te realiseren.
Moraal: waarden + normen. Geheel van een persoon of een groep personen
Moreel: gedrag in overeenstemming met onze moraal
Immoreel: gedrag in strijd met onze moraal.
Amoreel: geen enkel verband met moraal
Persoonlijk moraal: individuele waarden en normen
Groepsmoraal: waarden en normen die voor een bepaalde groep van belang zijn (familie, sportclub)
Morele keuze: kiezen uit verschillende mogelijkheden
Moreel dilemma: kiezen uit even (on) aantrekkelijke uitkomsten
Casus: voorbeeld om mensen aan het denken te zetten
Morele gevoelens: bijvoorbeeld schaamte, optreden als morele norm wordt overschreven of het
leed van een ander wordt waargenomen. Hangen samen met waarden en idealen die we in onze
samenleving belangrijk vinden
Als je je morele gevoelens goed ontwikkelt dan krijg je interne dwang om het goede te doen —>
geweten.
Morele ontwikkeling: besef tussen goed en kwaad, sociale regels opdoen en er mee om leren gaan.
Kohlberg heeft bij proefpersonen gekeken hoe zij met morele dilemma’s omgaan en welke
redeneringen ze gebruiken voor hun keuze.
6stadium van Kohlberg:
1. Gehoorzamen
2. Handelen uit eigenbelang
3. Loyaal aan anderen of aan een groep
4. Wetten respecteren
Empathie = Kunnen inleven in gevoelens en situatie van een ander.
Dit is aangeboren via spiegel neuronen maar kan ook ontwikkelen door opvoeding en onderwijs.
Spiegelneuronen = soort cellen voor gevoelens en medeleven (empathie)
Morele opvoeding = het aanleren van het scheiden tussen goed en kwaad.
Morele ontwikkeling volgens Kohlberg.
Jongere ontwikkelingsfase: lichamelijke veranderingen en ontwikkelingen, je ontwikkelt meer
gevoelens en hoe je er mee om moet gaan, de omgang met anderen en de kijk op de wereld.
Vanaf 18, volwassen: je moet volwassen gedrag vertonen, je standpunten hebben, je eigen keuzes
maken en je hebt stemrecht.
Ethiek: systematisch nadenken over hoed en kwaad met betrekking op menselijk gedrag.
Ethicus: let op beweegredenen en de gevolgen van nadenken en handelen.
Waarden: idee of ideaal dag mensen nastreven.
Materiële waarden: waarde toekennen aan bijvoorbeeld een telefoon of een mooi sieraad. Aan een
ding dus waarde hechten.
Immateriële waarden: waarde toekennen aan relatie of vriendschap, gezond leven of vakantie.
Waarde hechten aan een band of iets belangrijks in je leven, geen ding dus.
Normen: leefregels die nodig zijn voor de realisering van bepaalde waarden.
Een norm doe je en een waarde denk je
Hand geven, “u” zeggen, iemand laten uitpraten zijn normen om de waarde respect te realiseren.
Moraal: waarden + normen. Geheel van een persoon of een groep personen
Moreel: gedrag in overeenstemming met onze moraal
Immoreel: gedrag in strijd met onze moraal.
Amoreel: geen enkel verband met moraal
Persoonlijk moraal: individuele waarden en normen
Groepsmoraal: waarden en normen die voor een bepaalde groep van belang zijn (familie, sportclub)
Morele keuze: kiezen uit verschillende mogelijkheden
Moreel dilemma: kiezen uit even (on) aantrekkelijke uitkomsten
Casus: voorbeeld om mensen aan het denken te zetten
Morele gevoelens: bijvoorbeeld schaamte, optreden als morele norm wordt overschreven of het
leed van een ander wordt waargenomen. Hangen samen met waarden en idealen die we in onze
samenleving belangrijk vinden
Als je je morele gevoelens goed ontwikkelt dan krijg je interne dwang om het goede te doen —>
geweten.
Morele ontwikkeling: besef tussen goed en kwaad, sociale regels opdoen en er mee om leren gaan.
Kohlberg heeft bij proefpersonen gekeken hoe zij met morele dilemma’s omgaan en welke
redeneringen ze gebruiken voor hun keuze.
6stadium van Kohlberg:
1. Gehoorzamen
2. Handelen uit eigenbelang
3. Loyaal aan anderen of aan een groep
4. Wetten respecteren